De nota gaat in veel gevallen uit van de zichtbaarheid vanuit het openbaar toegankelijk gebied. Om misverstanden te voorkomen is hierbij aansluiting gezocht bij de definitie zoals deze vanaf 01 november 2014 wordt gehanteerd bij de landelijke regeling vergunningsvrij bouwen:
Openbaar toegankelijk gebied:
Een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. Zie hieronder de toelichting.
Wat wordt bedoeld met ‘openbaar toegankelijk gebied’?
De 'voor-achterkant' benadering uit bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) gaat er kort gezegd vanuit dat aan de 'publieke' voorzijde van gebouwen minder vergunningvrij gebouwd mag worden dan aan de 'private' achterzijde. Daartoe wordt in het Bor gewerkt met het begrip: 'naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd'. Onder openbaar toegankelijk gebied vallen wegen, vaarwater en openbaar groen. Voor de duidelijkheid zullen wij per deel van het openbaar toegankelijk gebied toelichten wat er wel en niet onder valt.
Groen
Onder het deel groen van het openbaar toegankelijk gebied moet worden verstaan datgene wat daaronder ook in het normale spraakgebruik wordt verstaan: parken, plantsoenen en speelveldjes, die het gehele jaar (of een groot deel van het jaar) voor het publiek algemeen toegankelijk zijn. Een element uit het begrip is dat sprake moet zijn van toegankelijk openbaar groen. Het gaat er dus om dat het park of plantsoen 'betreden' kan worden.
Snippergroen-restgroen (bijvoorbeeld begroeiing aan de kopzijde van een hoekwoning) is veelal niet toegankelijk en niet bedoeld om te 'betreden'. Dergelijke begroeiing kan dus niet worden aangemerkt als 'openbaar groen'. Ook weiland, bos of water kan niet aangemerkt worden als 'openbaar groen' omdat het niet (voortdurend openbaar) toegankelijk is.
Ook al is snippergroen geen openbaar groen, dit betekent niet altijd dat daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde 'niet naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd'. Van belang hierbij is dat de aanwezigheid van snippergroen de relatie met het openbaar toegankelijk gebied niet 'verbreekt'.
De definitie van de wegenverkeerswet die van toepassing is op de definitie van openbare weg beschrijft dat de weg bestaat uit de weg inclusief bermen, etc. Een strook snippergroen langs een weg behoort dan ook tot de openbare weg. Een bouwwerk op een perceel waarnaast eerst een strook snippergroen ligt en daarnaast de weg is dus naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd.
Wegen
Uit de definitie van “wegen” uit de Wegenverkeersweg 1994 ("alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten") valt af te leiden dat sprake moet zijn van voor openbaar verkeer openstaande wegen of paden. Een stoep of parkeerplaats direct naast de weg gelegen behoort ook tot de weg.
Brandgangen, achterpaden en zijpaden worden in de definitie van openbaar toegankelijk gebied specifiek uitgezonderd: ‘met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaamverkeer’. Dus paden voor voetgangers en fietser die alleen de percelen ontsluiten en dus niet ook voor doorgaand voet- of fietsverkeer worden gebruikt zijn geen openbaar toegankelijk gebied. Op het moment dat er over een brandgang of achterpad ook gemotoriseerde voertuigen mogen rijden is er wel sprake van openbaar toegankelijk gebied. Indien u twijfelt of het pad langs uw erf gezien dient te worden als openbaar toegankelijk gebied, dan adviseren wij u contact op te nemen met de gemeente.
Opmerking: Overigens valt het spoor niet onder ‘openbaar toegankelijk gebied’.
Vaarwater
Het begrip vaarwater geeft aan dat een doorsnee sloot geen openbaar toegankelijk gebied is. Alleen water, zoals een rivier, gracht, beek, kanaal of weteringen, dat geschikt is om te worden gebruikt door scheepvaart en pleziervaart is openbaar toegankelijk gebied.
Achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;
Bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.7
OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED
Onderdeel van Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 2022