NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT:Bijzonder
De voormalige gemeente Langedijk telt tientallen koolboeten en -huizen in diverse soorten en maten. De meesten zijn gebouwd in de periode 1890-1965. Koolboeten en -huizen behoren tot het cultuurhistorisch erfgoed van de gemeente. Van oorsprong zijn de koolboeten gebruikt voor opslag van de zogenaamde sluitkolen (gesloten kolen zoals rode, savooie en spitskool). Het merendeel is niet meer in gebruik voor de opslag en heeft een goede herbestemming gekregen ten behoeve van wonen of soms horeca (bed and breakfast).
Een koolboet kan bestaan uit één of twee bouwlagen met een mansardekap en in sommige gevallen een eenvoudige zadelkap. Bij de koolboeten van twee bouwlagen heeft de zadelkap een flauwe hellingshoek. In de gevelbeeld is de koolboet herkenbaar aan de symmetrische indeling van de voorgevel met op de begane grond enkele ramen en een deur en op de verdieping nog een (deur)opening voor in- en uitladen. Detaillering is eenvoudig en bestaat vaak uit gebogen rollagen, eenvoudige windveren, muurankers en soms speklagen in een afwijkende kleur metselwerk.
Een koolhuis is een tuinderswoning met aangebouwde opslag van agrarische producten, woning of opslagruimte onder één kap, waarbij de kap is uitgevoerd als mansardekap of zadelkap.
De koolboeten en -huizen zijn typerend en cultuurhistorisch waardevol voor de streek. Meerdere zijn aangewezen als karakteristiek pand en als monument.
Alle bestaande koolboeten en -huizen zijn aangemerkt als bijzondere welstandsobjecten, waarbij het behoud van de hoofdvorm en karakteristieke gevelindeling als uitgangspunt geldt.
CRITERIA
Situatie
de gebouwen zijn als zelfstandige eenheden herkenbaar;
de smalle voorgevel is representatief;
bijgebouwen en nieuwe bedrijfsgebouwen achter het hoofdgebouw;
bestaande historische bijgebouwen zo mogelijk handhaven.
Hoofdvorm
massaopbouw met 1 of 2 bouwlagen met mansarde of zadelkap, bij verbouwingen moeten de contouren van het silhouet en de karakteristieke gevelindeling van het oorspronkelijke gebouw zichtbaar blijven;
de uitdrukking van de oorspronkelijke functie van de gevel respecteren, de verhouding open/gesloten wordt in acht genomen;
de bestaande kapconstructie en dakvorm wordt gehandhaafd, eventueel gerestaureerd;
de voorzijde vrijhouden van aan- en uitbouwen.
Materiaal, Detail en kleur
detailleringen als gootlijsten, gootklossen, kozijnen etc. zijn zorgvuldig maar overwegend eenvoudig;
bij verbouw bestaande gevelopeningen benutten;
dakkapellen alleen ter vervanging van bestaande; Bij voorkeur geen nieuwe dakkapellen;
dakramen uitvoeren in de maatvoering van de ramen op de begane grond en de dakramen mogen de hoofdvorm van het dakvlak geen geweld aan doen;
terughoudend omgaan met het aanbrengen van technische installaties, inpandig en anders ondergeschikt aan en geïntegreerd in de architectuur;
grotere aan- en of uitbouwen bij voorkeur eenzijdig en in afgestemde vorm;
bijgebouwen zijn ondergeschikt.
gevels in traditioneel metselwerk;
kap gedekt met gebakken pannen in overeenstemming met de bestaande situatie;
kleurgebruik is traditioneel en streekgebonden en toegepast op de traditionele plaatsen of de bestaande kleurtoon en kleur handhaven.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
KOOLBOETEN EN KOOLHUIZEN
Onderdeel van Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 2022