NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT:Regulier
Agrarische bedrijfsgebouwen:
wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit;
Doorzichtige glaskassen:
géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.
CRITERIA
Situatie
De bebouwing op het bedrijfsperceel dient zoveel mogelijk compact te blijven om te grote uitwaaiering te voorkomen.
Agrarische complexen en andersoortige bebouwing hebben een ingetogen uitdrukking ten opzichte van het omringende landschap, in vorm, massa en kleur.
Een heldere ordening van verschillende gebouwen op het erf is belangrijk. Ontwerpen dienen altijd rekening te houden met het ensemble van alle bebouwing op het erf, waarbij wordt gestreefd naar ingetogenheid en doorzichten mogelijk blijven.
Bedrijfsgebouwen worden achter de woonzone met haar bijgebouwen gesitueerd, zodat er sprake is van een woon- en een bedrijfszone.
Bij bebouwing die buiten het bouwvlak valt dient de terreininrichting onderdeel uit te maken van het architectonische ontwerp. Het omgeven van het erf met inheemse en bij het landschap passende beplanting is een middel om nieuwe bouwwerken niet te laten domineren.
De lengte van de bedrijfsgebouwen staat haaks op de richting van de weg.
Er wordt niet gebouwd tegen gebouwen die in vorm en massa afwijken. In uitzonderlijke gevallen kan worden samengevoegd via een tussenlid met platte afdekking.
Hoofdvorm
De gekozen kapvorm moet passen bij de al aanwezige kapvormen op het perceel. De gebouwen bestaan uit een onderbouw met een hellend dak dat niet is afgeplat. Minimale dakhelling 30 graden, maximale dakhelling 65 graden.
Kleine schuren kunnen ook voorzien zijn van een mansardekap.
Afwijkende stalvormen zijn denkbaar, waar ze in plaatsing, richting, vorm en geveluitwerking goed aansluiten bij de bestaande bebouwing en een beperkte invloed hebben op de karakteristiek van het open landschap, waarbij in verband met het minder massieve silhouet enkelvoudige vormen zoals boogstallen de voorkeur verdienen boven serrestallen.
Bedrijfsgebouwen hebben een horizontale geleding óf een verticale geleding, waarbij de bovenzijde van de kopgevel (de driehoek) kan afwijken.
Materiaal, Detail en kleur
Detaillering is eenvoudig en zorgvuldig waarbij aansluiting gezocht wordt bij de bestaande bebouwing.
Materiaal: baksteen, hout, metaal- of eternietgolfplaat, dakpan, betonplaten met steenmotief,
Vlakke betonplaat voor grote vlakken is niet toegestaan.
Agrarische bedrijfsbebouwing is uitgevoerd met windveren en dakgoten.
Kleur van de gevels is gedekt en traditioneel, natuurlijke tinten passend in het landschap en op het erf.
Signaalkleuren, wit en lichtgrijs zijn niet toegestaan. Lichtgrijs voor daken is mogelijk, maar niet lichter dan RAL 7040.
Dichte kassen en verwerkingsruimten dienen te voldoen aan bovenstaande criteria.
OVERIGE CRITERIA
Voor reclames zijn er aanvullende criteria opgenomen in 4.6: Reclames, deelgebied 5: Buitengebied.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
AGRARISCHE BEDRIJFSGEBOUWEN
Onderdeel van Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 2022