Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.0

Artikel 5.4

DAKOPBOUW - NOKVERHOGING AAN DE ACHTERZIJDE VAN AANEENGEBOUWDE WONINGEN MET EEN SYMMETRISCH ZADELDAK

Onderdeel van Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 2022

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; Er zijn hoofdzakelijk criteria opgenomen met betrekking tot afmetingen. Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok een identiek bouwplan - trendsetter is goedgekeurd. Als er geen standaardplan - trendsetter is, voldoet een dakopbouw op aaneengebouwde woningen met een symmetrisch zadeldak in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: Een dakopbouw is niet toegestaan bij een doorlopende kap over meerdere verdiepingen. De sneltoetscriteria voor dakkapellen staan in deze situatie een dakkapel niet toe. De dakopbouw is de enige oplossing om een verblijfsruimte op de bovenverdieping te kunnen realiseren. Hier gelden de minimale eisen van het Bouwbesluit voor een verblijfsruimte bij het niveau van verbouw: hoogte minimaal 2,10 meter; breedte minimaal 1,80 meter; oppervlakte minimaal 5 m2. Een dakopbouw mag alleen aan de achterzijde worden geplaatst. Het dakvlak wordt aan de voorzijde verlengd en de nok verhoogd. Aan de voorzijde kan daardoor een dakkapel geplaatst worden. Zie hiervoor de sneltoetscriteria voor een dakkapel. De plafondhoogte in de verblijfsruimten is afgestemd op het minimale niveau van verbouw volgens het Bouwbesluit: 2,10 meter. De onderkant van het kozijn bevindt zich 0,90 meter boven de verdiepingsvloer en minimaal 0,50 meter boven de dakvoet. Het kozijn is maximaal 1,50 meter hoog. Als op het betreffende blok al een goedgekeurde dakopbouw staat moeten de hoogtematen van deze dakopbouw aangehouden worden. De goot is maximaal 0,15 meter hoog. In geval van een tussenwoning mag de dakopbouw het hart van de bouwmuren (de woningscheidende gevels) aan weerszijden niet overschrijden. In het verleden zijn ook andersoortige dakopbouwen gerealiseerd (met de nok haaks op de woning, nokverhoging evenwijdig aan de bestaande nok met aan twee zijden een nieuwe goot en in het midden een nieuwe nok etc.). Indien hier naar verwezen wordt, dan zijn die alleen mogelijk op de rij in wijken met rijwoningen waar de eerdere trendsetter is geplaatst. Zie amendement A, d.d. 04 oktober 2022 van Lokaal Dijk en Waard In geval van een hoekwoning of twee-onder-één-kapwoning: mag zijde 1 van de dakopbouw het hart van de bouwmuur (de woningscheidende wand) niet overschrijden, en; wordt zijde 2 minimaal 0,50 meter uit de zijgevel geplaatst. De dakhellingen van de dakopbouw is gelijk aan dakhelling van de woning. De dakopbouw heeft tussen de zijgevels van de dakopbouw één kozijn dat zo transparant mogelijk wordt ingevuld, minimaal 50% glas, met eventuele paneelvullingen in het kozijn. Boven het kozijn bevindt zich de dakconstructie met een maximaal overstek van 0,15 meter. De onderzijde van het kozijn sluit direct aan op de dakhelling. Materiaal, kleur en detaillering zijn afgestemd op het hoofdgebouw. Kozijnen en ramen van kunststof zijn toegestaan

Rechtspraak bij dit artikel