OP HET ACHTERDAKVLAK OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJDAKVLAK
Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit;
Er zijn hoofdzakelijk criteria opgenomen met betrekking tot maximale afmetingen.
Bij een dakvlak dat doorloopt over twee verdiepingen kan de dakkapel op beide verdiepingen geplaatst worden. Het is dus mogelijk om twee dakkapellen boven elkaar te plaatsen. De dakkapel wordt voorzien van een plat dak.
Bij een vrijstaande woning is een dakkapel met een schuin (aangekapt) dak toegestaan. De dakkapel die als eerste op een dakvlak van de woning is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor de andere dakkapel op hetzelfde dakvlak.
Bij een twee-onder-één-kapwoning kan een keuze gemaakt worden tussen een dakkapel met plat of schuin dak. De dakkapel die als eerste is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor een dakkapel van de andere woning.
Boven het kozijn bevindt zich de dakconstructie met een maximaal overstek van 0,25 meter. De onderzijde van het kozijn sluit direct aan op de dakhelling.
In het onderste dakvlak: De hoogte, gemeten vanaf de voet tot bovenkant dakrand van de dakkapel, is maximaal 1,75 meter.
In het bovenste dakvlak: De hoogte, gemeten vanaf de voet tot bovenkant dakrand van de dakkapel, is maximaal 1,75 meter.
De afstand tussen de onderzijde van de dakkapel en de dakvoet is minimaal 0,50 meter.
De afstand tussen de bovenzijde van de dakkapel en de daknok is minimaal 0,50 meter. Bij een schuin dak dient de bovenzijde van het schuine dak minimaal 0,50 meter onder de nok uit te komen.
De plafondhoogte is minimaal 2,10 meter en maximaal 2,60 meter gemeten vanaf de bovenkant van de betreffende verdiepingsvloer.
Als de dakkapel grenst aan een buurwoning, dan is de afstand van de zijkant van de dakkapel tot het hart van de bouwmuur minimaal 0,50 meter.
Als de dakkapel grenst aan de kopgevel, dan is afstand van de zijkant van de dakkapel tot de zijkant van het dakvlak minimaal 0,50 meter.
Een dakkapel op een zijdakvlak (zijgevel) wordt minimaal 0,50 meter van de voordakrand en minimaal 0,50 meter van de achterdakrand geplaatst.
Alleen bij een twee onder één kap woning mag de dakkapel gekoppeld worden aan de dakkapel van de buren, dus een doorlopende dakkapel over twee woningen.
Bij een dakvlak met een schuine beeïndiging (bijvoorbeeld een schilddak) dient de afstand loodrecht gemeten op de keper minimaal 0,50 meter te zijn.
OP HET VOORDAKVLAK OF EEN NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJDAKVLAK
Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit
Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd.
Als er geen standaardplan is, voldoet een dakkapel in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan:
Bij een dakvlak dat doorloopt over twee verdiepingen wordt de dakkapel geplaatst in het onderste dakvlak (niet toegestaan in bovenste dakvlak).
De dakkapel wordt voorzien van een plat dak.
Bij een vrijstaande woning is een dakkapel met een schuin (aangekapt) dak toegestaan. De dakkapel die als eerste op een dakvlak van de woning is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor de andere dakkapel op hetzelfde dakvlak.
Bij een twee-onder-één-kapwoning kan een keuze gemaakt worden tussen een dakkapel met plat of schuin dak. De dakkapel die als eerste is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor een dakkapel van de andere woning.
Alleen bij een twee onder één kap woning mag de dakkapel gekoppeld worden aan de dakkapel van de buren, dus een doorlopende dakkapel over twee woningen.
Een dakkapel heeft tussen de zijgevels van de dakkapel één kozijn dat zo transparant mogelijk wordt ingevuld, minimaal 75% glas, met eventuele paneelvullingen in het kozijn.
Boven het kozijn bevindt zich de dakconstructie met een maximaal overstek van 0,25 meter. De onderzijde van het kozijn sluit direct aan op de dakhelling.
De hoogte, gemeten vanaf de voet tot bovenkant dakrand van de dakkapel, is maximaal 1,75 meter.
De afstand tussen de onderzijde van de dakkapel en de dakvoet is minimaal 0,50 meter.
De afstand tussen de bovenzijde van de dakkapel en de daknok is minimaal 0,50 meter. Bij een schuin dak dient de bovenzijde van het schuine dak minimaal 0,50 meter onder de nok uit te komen.
De plafondhoogte is minimaal 2,10 meter en maximaal 2,60 meter gemeten vanaf de bovenkant van de betreffende verdiepingsvloer.
Als de dakkapel op het voordakvlak of zijdakvlak wordt geplaatst, dan is deze maximaal 2/3de van de breedte van het betreffende dakvlak exclusief het dakoverstek van de dakkapel.
Als de dakkapel grenst aan een buurwoning, dan is de afstand van de zijkant van de dakkapel tot het hart van de bouwmuur minimaal 0,50 meter.
Als de dakkapel grenst aan de kopgevel, dan is afstand van de zijkant van de dakkapel tot de zijkant van het dakvlak minimaal 1,00 meter.
Bij een dakvlak met een schuine beëindiging (bijvoorbeeld een schilddak) dient de afstand loodrecht gemeten op de keper minimaal 0,50 meter te zijn en de 2/3de bepaling gemeten op de gemiddelde hoogte van de dakkapel.
Materiaal, kleur en detaillering zijn afgestemd op het hoofdgebouw.
Kozijnen en ramen van kunststof zijn toegestaan.
Hoofdstuk 5.0
Artikel 5.3
DAKKAPEL OP WONINGEN
Onderdeel van Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 2022