De gevonden parkeernorm vormt input bij het opstellen van een parkeerbalans. Een parkeerbalans vergelijkt de verwachte parkeervraag van een ontwikkeling met het parkeeraanbod. Aan de hand van een parkeerbalans is het mogelijk om een uitspraak te doen of bij een ontwikkeling voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd.
Bij het opstellen van een parkeerbalans wordt rekening gehouden met:
Bezoekersaandeel
Minimaal het aantal parkeerplaatsen voor bezoekers moet voor bezoekers toegankelijk zijn.
Deelauto’s
Bij een deelautoverplichting kan er een correctie worden toegepast op de autonome parkeervraag voor bewoners
Dubbelgebruik van parkeerplaatsen
Op basis van aanwezigheidspercentages
Correctie voor parkeren op eigen erf
Niet alle parkeergelegenheid op eigen erf wordt altijd door de eigenaar gebruikt.
Berekening parkeervraag
Bezoekersaandeel
Bij elke parkeernorm hoort een bezoekersaandeel. Dat is dat deel van de parkeervraag dat aan bezoekers wordt toegeschreven. In sommige gevallen is een functie wat betreft de parkeervraag meer gericht op bezoekers dan op de primaire doelgroep.
De parkeerplaatsen voor bezoekers moeten wel voor bezoekers toegankelijk zijn. Ze kunnen dus niet in afgesloten parkeergarages of terreinen worden gerealiseerd, zonder dat bezoekers daar toegang tot hebben.
Uitgangspunt is daarom dat minimaal het aantal parkeerplaatsen dat nodig is voor bezoekers openbaar toegankelijk is (of waartoe bezoekers toegang kunnen krijgen).
Deelauto’s
Het gebruik van deelauto’s neemt steeds meer toe. Vooral in gebieden van centrumstedelijke signatuur, met een hoge woningdichtheid. In die gebieden zijn vaak relatief weinig parkeerplaatsen beschikbaar en zijn, als gevolg daarvan, de kosten voor het auto bezit hoog. Tegelijk zijn daar voorzieningen in centrumgebieden en opstappunten voor hoogwaardig openbaar vervoer of een treinstation vaak op korte afstand beschikbaar.
Onderzoek van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wijst uit dat deelautogebruik leidt tot minder autobezit. Voor elke deelauto zijn er gemiddeld vijf particuliere auto’s minder. Het ligt daarom voor de hand dat het parkeernormenbeleid rekening houdt met de opkomende deelauto.
De deelauto is in Haarlemmermeer nog niet wijd verspreid. Mogelijk komt dit door de aanwezige gebiedstype in de gemeente, waarbij voornamelijk in relatief lage dichtheden wordt gewoond. Wel dienen zich initiatieven aan waarbij binnen de planontwikkeling een deelauto als vast element kan worden meegenomen. Alle bewoners zijn dan (bijvoorbeeld via een VvE-constructie) verplicht tot een vaste bijdrage aan de deelauto en alle bewoners kunnen daardoor dus ook gebruik maken van een deelauto. Wij spreken in dit kader dan van een deelautoverplichting binnen die ontwikkeling.
Als er sprake is van een deelautoverplichting, dan wordt er een correctie toegepast op de autonome parkeervraag voor woningen binnen de planontwikkeling:
Een vermindering van de parkeernormen door autodelen kan alleen bij bouwplannen binnen het invloedsgebied van een HOV-halte (700 meter hemelsbreed) of een treinstation (1200 meter hemelsbreed).
In het gebied moet gereguleerd parkeren zijn, waarbij bewoners worden uitgesloten van het verkrijgen van een parkeervergunning.
Elke deelauto vervangt 5 particuliere auto’s. De parkeervraag neemt dan dus per deelauto met 4 auto’s af (+1 deelauto, -5 particuliere auto’s)
Op deze manier mag de parkeervraag voor woningen, exclusief bezoekersaandeel, met maximaal 20% worden gereduceerd.
Rekenvoorbeeld:
Stel: autonome parkeervraag voor bewoners = 100 parkeerplaatsen
Maximaal 20% mag gecorrigeerd voor deelauto’s = maximaal 20 parkeerplaatsen
Correctie mogelijk voor maximaal 20 / 4 = 5 deelauto’s
Conclusie: als de autonome parkeervraag voor bewoners, bij een ontwikkeling met deelautoverplichting, 100 parkeerplaatsen bedraagt, dan mag er tot een maximum van 5 deelauto’s voor elke deelauto een mindering van 4 parkeerplaatsen op de autonome parkeervraag worden toegepast.
Dubbelgebruik van parkeerplaatsen
Niet alle functies pieken op hetzelfde moment in hun parkeervraag. Het mobiliteitsprofiel van een functie is een weergave van de aanwezigheidspercentages over verschillende dagdelen. Voor een aantal categorieën functies definieert het CROW deze aanwezigheidspercentages. Die komen erop neer dat voor de verschillende dagdelen wordt aangegeven hoeveel procent van de autonome parkeervraag een functie in die categorie typisch gebruikt. Door voor elk dagdeel de daadwerkelijke parkeervraag van de verschillende functies bij elkaar op te tellen, kan men uitrekenen wat de maatgevende parkeervraag van een ontwikkeling als geheel is: dat is namelijk de parkeervraag die hoort bij het dagdeel waar de som van de afzonderlijke waarden het hoogst is.
In de loop van de tijd zijn aanwezigheidspercentages door het CROW aangepast. Ook zijn er aanwezigheidspercentages die uit CROW-publicatie 317 zijn verdwenen, maar die wel in CROW-publicatie 182 stonden. In dergelijke gevallen hanteren wij alsnog de aanwezigheidspercentages uit CROW-publicatie 182. Daarnaast blijven er een aantal functies over die niet onder een van de categorieën vallen. Hiervan definiëren wij zelf aanwezigheidspercentages. In Tabel 4 zijn de te hanteren aanwezigheidspercentages weergegeven.
Tabel 4: Mobiliteitsprofielen op basis van aanwezigheidspercentages
Grijs gearceerd zijn de waarden die afwijken van de tabellen in de genoemde CROW-publicaties:
Zondagmiddag:
In Haarlemmermeer mogen alle zondagen de winkels open zijn. Het publiek is tijdens de zondagopenstelling vergelijkbaar met het publiek op de zaterdag. Daarom gelden voor de functies in de categorieën detailhandel, grootschalige detailhandel en supermarkten op zondagmiddag dezelfde aanwezigheidspercentages als op de zaterdagmiddag.
Werkdagnacht (CROW182):
CROW-publicatie 182 kende geen aanwezigheidspercentages voor de werkdagnacht. Gebaseerd op de aard van de betreffende functies, stellen wij de aanwezigheidspercentages voor deze functies op de werkdagnacht op 0%.
Overige:
Van een aantal functies zijn landelijk geen aanwezigheidspercentages vastgesteld omdat deze niet in de categorieën passen. De mobiliteitsprofielen stellen wij vast door redenering of ervaringscijfers:
Hotel- en verblijfsrecreatie en congrescentrum:
Op basis van de ervaringscijfers van een groot hotel met congresruimte binnen onze gemeentegrenzen stellen wij de aanwezigheidspercentages vast.
Datacenter
Het merendeel van het personeel betreft beveiligers en ICT-ers. Deze zijn op alle momenten aanwezig. Daarnaast is er vaak ook kantoorpersoneel, dat over het algemeen doordeweeks overdag is.
Weekmarkt
Percentages zijn maximaal (100%) op momenten dat de weekmarkt geopend is (werkdagen overdag en zaterdag overdag). Op andere dagdelen is de weekmarkt dicht en trekt deze dus ook geen parkeerders. In Haarlemmermeer kennen wij geen weekmarkten die op zondag open zijn. De aanwezigheidspercentages voor dagdelen waarop de markt niet open is worden op 0% gesteld.
Kindgerichte voorzieningen
Het betreft hier indoor speeltuinen, dierentuinen en attractie- of pretparken. Deze zijn overdag geopend en meestal niet ’s avonds en ook niet ’s nachts. Met name in de schoolvakanties trekken deze functies het meeste publiek. Het parkeeraanbod moet daarom ook gericht zijn op de parkeervraag in de vakantieperiodes.
Crematorium en begraafplaats
Uitvaarten vinden vooral plaats overdag. Vaak zijn er ook condoleancegelegenheden (rouwkamers), die ook ’s avonds worden gebruikt. Daarom stellen wij de aanwezigheidspercentages voor alle dagen overdag en ’s avonds op 100% en ’s nachts op 0%.
Penitentiaire inrichting
De parkeervoorziening is gericht op twee doelgroepen:
Personeel
Personeel is 24/7 aanwezig. Overdag zijn er meer personeelsleden dan ’s nachts en op werkdagen meer dan in het weekend.
Bezoekers van gevangenen
Bezoekers komen op gezette tijden, maar met name overdag. Het betreft familieleden en raadslieden.
Op werkdagen overdag is de parkeervraag het grootst. Op werkdagen groter dan in het weekend.
Religiegebouw
De parkeervraag bij religiegebouwen is maximaal tijdens diensten. De dagen en tijden dat er diensten zijn kunnen per gemeenschap verschillen. Als er geen diensten zijn, worden er in sommige gevallen ook sociaal-maatschappelijke activiteiten gehouden die een parkeervraag oproepen. Activiteiten en diensten zijn bijna nooit ’s nachts. Voor een religiegebouw is daarom niet een profiel met aanwezigheidspercentages te beredeneren. Daarom stellen wij de bezettingsgraad op alle momenten overdag op 100% en ’s nachts op 0%.
Berekening parkeeraanbod
Correctie voor parkeren op eigen erf bij woningen
Parkeerplaatsen op eigen erf bij woningen worden niet altijd benut.
Er zijn gevallen waar bewoners de betreffende parkeerplekken omvormen tot tuin en garages die in gebruik genomen worden als verblijfsruimte. Dit is onwenselijk omdat het resulteert in een verhoging van de parkeerdruk in de omgeving.
Plekken die wel in stand worden gehouden, worden ook niet altijd gebruikt. Soms is het eenvoudiger om snel even op de straat te parkeren, omdat bijvoorbeeld een andere auto dan niet wordt geblokkeerd.
Beide ontwikkelingen zorgen ervoor dat in het geval van parkeren op eigen terrein de betreffende parkeerplaatsen niet volledig worden meegeteld in de berekening van het parkeeraanbod. Dat leidt tot de correctiefactoren in Tabel 5, op basis van CROW-publicatie 314.
Verschijningsvorm parkeervoorziening
theoretisch aantal van
Berekeningsaantal van
1 verschijningsvorm:
1 verschijningsvorm:
Enkele oprit zonder garage
1
parkeerplaats
0,8
parkeerplaats
Lange oprit zonder garage of carport
2
parkeerplaatsen
1
parkeerplaats
Dubbele oprit zonder garage
2
parkeerplaatsen
1,7
parkeerplaatsen
Garage zonder oprit (bij woning)
1
parkeerplaats
0,4
parkeerplaats
Garagebox (niet bij woning)
1
parkeerplaats
0,5
parkeerplaats
Garage met enkele oprit
2
parkeerplaatsen
1
parkeerplaats
Garage met lange oprit
3
parkeerplaatsen
1,3
parkeerplaatsen
Garage met dubbele oprit
3
parkeerplaatsen
1,8
parkeerplaatsen
Tabel 5: Correctiefactoren parkeren op eigen terrein bij woningen
Het kan voorkomen dat bij de inrichting van een erf meerdere verschijningsvormen worden toegepast. Bijvoorbeeld een aparte garage en een aparte oprit naar een parkeerplek elders op het erf. In zulke gevallen worden de correctiefactoren apart berekend en bij elkaar opgeteld.
In het voorbeeld gaat het om een ‘garage zonder oprit’ en een ‘enkele oprit zonder garage’. Theoretisch aantal bij elkaar opgeteld: 1 + 1 = 2 parkeerplaatsen, berekeningsaantal bij elkaar opgeteld: 0,4 + 0,8 = 1,2 parkeerplaatsen.
Indien er bij nieuwbouwwoningen private parkeerplekken worden aangelegd (op maaiveld of in
garages), dan moet in het koop- of huurcontract worden vastgelegd dat men verplicht is een parkeerplaats te kopen of te huren. Via een kettingbeding moet deze verplichting ook overgaan op toekomstige eigenaren of huurders. Wordt er niet aan deze voorwaarden voldaan, dan tellen de private parkeerplaatsen niet mee in de parkeerbalans.