Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.4

Doelstelling, visie en ambitie in het kort

Onderdeel van Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen

De wereld van het onderwijs is voortdurend in beweging. Het onderwijs dat gegeven werd in de gebouwen van de jaren ’70 ziet er totaal anders uit dat het onderwijs van nu. Toch vindt dit onderwijs op sommige plaatsen in Haarlemmermeer in hetzelfde gebouw plaats. Kortom: onderwijs is dynamisch terwijl de huisvesting tamelijk statisch is. De uitdaging waar we in Haarlemmermeer voor staan, is de gebouwen zodanig aan te passen dat zij zo goed mogelijk (blijven) passen bij (de veranderingen in) het onderwijs. Voor goed onderwijs hebben we betere gebouwen nodig. Met een IHP bezien gemeente en schoolbesturen de grote, strategische vraagstukken van de huisvesting. De gemeente is verantwoordelijk voor de investeringen in nieuwbouw en uitbreiding, de schoolbesturen voor de exploitatie (inclusief onderhoud) van en aanpassingen aan de gebouwen. Schoolbesturen en gemeente willen dat alle leerlingen en personeelsleden kunnen leren en werken in gebouwen die bijdragen aan betere leer- en werkprestaties. We weten dat dit betekent dat we gebouwen beter moeten maken, bijvoorbeeld door te zorgen voor duurzame, inspirerende en functionele gebouwen. Gebouwen die een goed binnenklimaat hebben en voor alle partijen binnen de beschikbare middelen te exploiteren zijn. Gebouwen die multifunctioneel zijn en die een bredere rol van de school in de wijk, buurt of kern faciliteren. De gemeente stelt samen met de schoolbesturen een nieuw kader voor onderwijshuisvesting op, dat bestaat uit nieuwe, lokale afspraken over de kwaliteit, de financiering en bekostiging en de verdeling van verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting. Het proces om tot dit IHP te komen, is begonnen met visievorming. In 2015 hebben de gemeente en de schoolbesturen een intentieovereenkomst ondertekend waarin zij hun intenties met de onderwijshuisvesting hebben uitgesproken. In de intentieovereenkomst (zie bijlage) hebben gemeente en de schoolbesturen gezamenlijke vertrekpunten vastgelegd. We gaan voor huisvesting die past binnen de beschikbare middelen en we willen keuzes maken op basis van efficiency, effectiviteit en eenduidige, eenvoudige en transparante oplossingen. Het vertrekpunt is de gezamenlijke erkenning dat sprake is van één afwegingskader voor de totale exploitatie van onderwijshuisvesting. Het bezien vanuit de totale exploitatie over de levensduur van een gebouw wordt Total Cost of Ownership (TCO) genoemd. Voor de totale levenscyclus van een gebouw zijn zowel de investerende gemeente als de exploiterende schoolbesturen verantwoordelijk. Daarmee hebben zij samen de verantwoordelijkheid om de kosten voor het gebruik van de gebouwen te optimaliseren. Hoe we de TCO-gedachte verder vorm gaan geven, gaan we samen onderzoeken. Daarmee willen we onder meer helderheid krijgen over de rendementen die betere gebouwen opleveren en hoe we deze in de toekomst in kunnen zetten. Schoolbesturen en gemeente vinden de huidige onderwijshuisvestingssystematiek (‘Verordeningsdenken’) niet meer van deze tijd. We hebben een gezamenlijk belang om de huisvesting kwalitatief goed en betaalbaar te houden. Ten opzichte van het vorige IHP (uit 2011) leggen we meer nadruk op duurzaamheid. In principe kiezen we voor het renoveren van de gebouwen. Daar waar dit niet mogelijk is, kan (vervangende) nieuwbouw aan de orde zijn. Voor het PO is bovenstaande vertaald in standpunten over onder meer Integrale Kindcentra en Communityschools van 0 tot 12 jaar, kwalitatief hoogwaardige schoolgebouwen, spreiding en bereikbaarheid tussen scholen. Voor het SO ligt dit, naast spreiding en bereikbaarheid van scholen, vooral op het gebied van nauwere onderwijskundige samenwerking tussen de verschillende instituten in Integrale OnderwijsCentra (IOC’s). Voor het VO zijn dit onder meer opvattingen over een pluriform en kwaliteitsrijk aanbod in Haarlemmermeer, zodat iedere leerling een plek kan vinden in de gemeente. Daarnaast ook, terugdringen van de uitstroom, op welke wijze dat gestalte zou moeten krijgen en goede spreiding en bereikbaarheid. In de bijlage zijn we dieper op doelstelling, visie en ambitie ingegaan. Hierbij hebben we per sector de visie en ambitie uitgebreider beschreven en van toelichting voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel