Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.5

Context en ontwikkelingen in het kort

Onderdeel van Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen

Uitgangspunten voor het IHP Dit IHP is niet het eerste plan; in 2009 en in 2011 (actualisatie) hebben gemeente en schoolbesturen met elkaar al een IHP opgesteld. Sommige uitgangspunten van toen komen overeen met de uitgangspunten van nu, ze zijn nog altijd actueel. In samenspraak hebben we de volgende uitgangspunten voor dit IHP opgesteld: de afspraken genoemd in de intentieovereenkomst (zie bijlage); het borgen van een goede spreiding van onderwijsvoorzieningen door deze te laten aansluiten op de vraag naar onderwijs, in voldoende omvang en van voldoende diversiteit; anticiperen op krimp van de leerlingenaantallen; efficiënt gebruik maken van beschikbare ruimte waarbij leegstand zoveel mogelijk vermeden wordt; waar het kan streven naar gezamenlijke huisvesting van partners (PO en SO) die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het kind. Hiermee faciliteren we de samenwerking tussen deze partijen rondom het kind; het zo multifunctioneel mogelijk inzetten van onderwijshuisvesting ten behoeve van activiteiten op het gebied van opvang, zorg, ondersteuning, welzijn, sport en cultuur; zorgen voor een laagdrempelige toegang van onderwijsvoorzieningen voor alle doelgroepen. Wettelijke kaders Beide partijen hebben te maken met wettelijke kaders. Met ingang van 1997 is de zorgplicht voor het bekostigen van de huisvesting van het primair, speciaal en het voortgezet onderwijs volledig overgedragen van het Rijk (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) naar de gemeenten. De gemeente heeft een verordening vastgesteld op grond van de onderwijswetten, zoals de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de Expertisecentra (WEC) en de Wet op het Voortgezet onderwijs (WVO) om aan haar zorgplicht voor adequate huisvesting van scholen de juiste invulling te geven. De gemeente hanteert de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (VVHO) om haar wettelijke kaders vorm te geven. Vanaf 1 januari 2015 zijn het buitenonderhoud en de aanpassingen aan de schoolgebouwen overgeheveld van de gemeente naar de PO- en de SO-besturen. Voor het VO was de situatie al langer het geval. De bekostiging voor de uitvoering van deze verantwoordelijkheid is per 1 januari 2015 opgenomen in de rijksvergoeding Materiële Instandhouding (MI), die de schoolbesturen rechtstreeks van het Rijk ontvangen. Op grond van de onderwijswet- en regelgeving is het schoolbestuur verantwoordelijk voor de materiële instandhouding van het schoolgebouw. Hiertoe rekenen we alle kosten die verband houden met het instandhouden van het gebouw, zoals exploitatielasten (energie, schoonmaak etc.) en het onderhoud. Daarmee is sprake van een sluitend systeem van verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting: de gemeente heeft de zorgplicht om te voorzien in adequate huisvesting (mutaties), de schoolbesturen de verantwoordelijkheid voor de instandhouding. Dit geldt voor zowel het PO als het SO en het VO. Voor het gehele onderwijs geldt dat de bekostiging ontoereikend is. Jaarlijks komen landelijk alleen al de PO-besturen samen circa € 375 miljoen euro tekort om een goede exploitatie te kunnen organiseren (Bron: Berenschot en ICSadviseurs). De verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting is landelijk geregeld in onderwijswetgeving en lokaal uitgewerkt in de verordening. De gemeente heeft daarbij de zorgplicht om te voorzien in adequate huisvesting. Formeel gezien heeft de gemeente de plicht om tijdig de benodigde middelen beschikbaar te stellen. De verantwoordelijkheid van de schoolbesturen ligt vooral in de instandhouding van die huisvesting. Landelijk staan kwaliteit en betaalbaarheid van onderwijshuisvesting sterk onder druk. Onder meer via het Bouwbesluit en de plicht om in 2020 (bijna) energie neutrale gebouwen (BENG) te gaan realiseren, is druk op kwaliteit ontstaan. Van rijkswege worden hieraan vooralsnog geen financiële consequenties verbonden. De brancheorganisaties van zowel de gemeenten als de schoolbesturen zijn hierover met de Rijksoverheid wel in gesprek. Leerlingenprognoses In de bijlage hebben we de leerlingenprognoses voor alle scholen in Haarlemmermeer opgenomen. In het PO zien we een daling van het aantal leerlingen van 14.250 nu naar ruim onder 13.000 in 2022. Daarna neemt het aantal leerlingen weer toe als gevolg van de vestiging van gezinnen in woningbouw die in de gemeente plaatsvindt. De ontwikkeling van de leerlingenaantallen hangt zowel qua hoogte als qua omvang (piek) en locatie sterk met de woningbouw samen: de meeste kinderen worden geboren in de wijken waar de meeste nieuwe eengezinswoningen gebouwd worden. Bij wijziging van de woningbouwplannen hoort ook wijziging van de huisvestingsplannen voor het onderwijs. In het VO en SO kijken we hier anders naar, omdat dit voorzieningen zijn die op gemeenteniveau georganiseerd zijn. De locatie is minder bepalend, de omvang, bereikbaarheid en piek uiteraard wel. De leerlingenaantallen in het SO zijn de komende jaren naar verwachting redelijk stabiel. Voor het VO verwachten we nog een kleine toename door de grote aantallen leerlingen uit de Vinex-wijken; daarna is sprake van een dalende lijn. Pas aan het einde van de prognoseperiode zien we weer een toename. Onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen We onderkennen een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op de huisvesting van het onderwijs: Bewegingsonderwijs: samen met voldoende gebouwen voor het onderwijs, zijn voldoende goede gebouwen nodig voor het gymnastiekonderwijs. In geval van nieuwbouw van onderwijsvoorzieningen nemen we de benodigde gymnastiekgebouwen mee; alle overige vraagstukken over bewegingsonderwijs komen in het nog op te stellen Integraal Accommodatieplan (IAP) aan de orde. Daarmee kunnen we de verbinding leggen met de andere gebruikers van de accommodaties, zoals het verenigingsleven. Schakelonderwijs: deze vorm van onderwijs geven we aan kinderen tussen zes en achttien jaar die nog geen Nederlands spreken. IKC Wereldwijs en het Hoofdvaart College zijn de scholen voor leerlingen in respectievelijk PO en VO. De omvang die nodig is voor het schakelonderwijs hangt samen met de taakstelling die de gemeente heeft voor de huisvesting van statushouders. Bij beide scholen hebben we geanticipeerd op de mogelijke fluctuaties in de aantallen statushouders. Passend onderwijs: met de invoering van de Wet Passend Onderwijs zijn de schoolbesturen eraan gehouden iedere leerling het best passende onderwijs te bieden. Dit bieden zij aan in de vorm van samenwerkingsverbanden. Het doel van de samenwerkingsverbanden is een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen scholen zodanig te organiseren dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen. Internationaal onderwijs: dit onderwijs is een voorwaarde voor het aantrekken van internationaal bedrijfsleven. In Haarlemmermeer wonen op dit moment ongeveer 1.100 kinderen van internationals. Naar verwachting neemt dit aantal de komende jaren verder toe. De gemeente heeft geen wettelijke verantwoordelijkheid jegens privaat internationaal onderwijs, wel jegens publiek internationaal onderwijs. In gezamenlijkheid met SOPOH is besloten de volgende stap te zetten naar de daadwerkelijke ontwikkeling van een publieke internationale school in Haarlemmermeer. Deze school maakt gebruik van bestaande huisvesting. Een internationale school voor VO achten we op dit moment nog niet haalbaar. Een uitgebreidere beschrijving van de diverse ontwikkelingen is opgenomen in de bijlage.

Rechtspraak bij dit artikel