Artikel 2.3.8, derde lid, van de wet regelt de medewerkingsplicht die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet. Onder het niet verlenen van medewerking bestaat wordt in ieder geval verstaan:
Het niet meewerken aan een onderzoek, al dan niet door een deskundige, door niet te verschijnen of relevante vragen niet te beantwoorden. Dat geldt ook voor de huisgenoot ingeval van een onderzoek over het kunnen bieden van gebruikelijke hulp.
Als de vertegenwoordiger stelt dat het college de cliënt niet hoeft te zien en/of te spreken voor het onderzoek.
Gebruikmaking van het blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464, tweede lid onder b, van het BW.
Gevolgen
Niet of onvoldoende medewerking verlenen kan leiden tot weigering aanvraag als daardoor de noodzaak tot ondersteuning niet kan worden vastgesteld (CRVB:2021:1739, CRVB:2020:567, CRVB:2019:224). De gevolgen van het niet verstrekken van relevante inlichtingen kan leiden tot een herziening of intrekking van het toekenningsbesluit onder toepassing van artikel 2.3.10 van de wet. En mogelijk ook tot een terugvordering. Zie verder Hoofdstuk 16 Heroverweging, beëindiging, herziening of intrekking, terug- en invordering.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.9
Artikel 2.10.1
Medewerkingsplicht
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2022