Sinds 1 januari 2020 is het Zorgkantoor verantwoordelijk voor mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor individueel gebruik voor verzekerden met een Wlz-indicatie én die in een Wlz-instelling verblijven. Voor hen worden deze voorzieningen verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Dit geldt ook voor de benodigde roerende voorzieningen, zoals tilliften en hoog-laagbedden. Het college hoeft dus geen onderzoek meer te doen of de verzekerde behandeling ontvangt. Ook is per die datum artikel 2.3 van de Regeling langdurige zorg gewijzigd waarmee het recht van verzekerden op het individueel gebruik van een mobiliteitshulpmiddel is verruimd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.15
Artikel 2.15.1
Mobiliteitshulpmiddelen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2022