Onverminderd het bepaalde in artikel 60c van de Participatiewet en artikel 29a van de IOAW en IOAZ kan het college besluiten tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de teruggevorderde uitkering indien:
redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en
redelijkerwijs te voorzien is dat de schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en
de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar een dubbel percentage in vergelijking met de vorderingen van niet preferente schuldeisers
HOOFDSTUK 5.
Artikel 10.