In het huidige Bouwbesluit en straks in het Bbl zijn eisen opgenomen waaraan de inpandige vluchtmogelijkheden van een gebouw moeten voldoen. De eisen zijn gebaseerd op het vluchten in geval van een binnenbrand. Deze eisen werken ook positief door op het kunnen vluchten bij een (dreigende) explosie op het spoor. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid moeten echter de volgende aanvullende eisen worden gesteld:
vluchttrappen moeten inpandig geplaatst zijn, enkel op van het spoor afgeschermde gevels zijn uitpandige vluchttrappen toegestaan, mits deze vluchtroute van het spoor wordt afgeschermd door de gevel van het gebouw;
de capaciteit van vluchtroutes en vluchtdeuren aan de spoorzijde van een gebouw is bij een (dreigende) calamiteit niet bruikbaar. Daarom moet deze capaciteit gecompenseerd worden aan een van het spoor afgeschermde zijde van het gebouw;
er moeten verzamelplaatsen aan de van het spoor afschermde zijde van het gebouw aanwezig zijn die de capaciteit hebben om de gehele populatie van het gebouw te verzamelen.
Omdat deze eisen niet geregeld worden in het Bbl, vervallen deze niet als het Bbl van kracht is.
Gezien de positionering van de gebouwen en de aanwezige verkeersinfrastructuur in het bestemmingsplan Stationskwartier is er geen noodzaak om buiten aanvullende vluchtroutes te creëren. Er is veel ruimte en infrastructuur aanwezig om van het spoor af te vluchten.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 3.3
Vluchten onder de externe veiligheidsomstandigheden
Onderdeel van Beleidsregel Externe veiligheid Stationskwartier Zwijndrecht