Omwille van een gezond binnenklimaat eist het Bouwbesluit en straks het Bbl een goede ventilatie. Dat betekent dat luchtdicht bouwen onmogelijk is en bij een incident met gevaarlijke stoffen op het spoor deze stoffen altijd het gebouw zullen binnendringen. Wél valt hierbij de snelheid van de luchtinstroming te vertragen:
door een goede thermische isolatie wordt tevens de natuurlijke ventilatie beperkt15Het Bouwbesluit geeft eisen voor de minimale ventilatie.. Hiervoor bestaat al wetgeving en dit hoeft niet in de beleidsregels geborgd te worden;
door de mechanische ventilatie afschakelbaar te maken, wordt voorkomen dat bij een incident op het spoor giftige stoffen versneld het gebouw worden ingezogen. Het bedienen van deze schakeling dient onderdeel uit te maken van de instructies van de noodorganisatie. Als het Bbl van kracht is, kan de beleidsregel op dit punt komen te vervallen;
door als organisatorische maatregel een ‘ramen en deuren’ beleid16Dit beleid ziet op het zo veel als mogelijk gesloten houden van de buitenschil (deuren dicht) en het juist zoveel mogelijk onderling verbinden van verblijfsruimten (deuren open) om binnengekomen gassen te verdunnen met het interne volume van het gebouw. Na het voorbij trekken van de gifwolk volgt de fase van maximaal ventileren. beschikbaar te hebben kan de noodorganisatie de kans op onjuist gebruik van de schuilfaciliteiten en ongecontroleerde instroming van gevaarlijke stoffen verminderen.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 3.4
Schuilen in gebouwen
Onderdeel van Beleidsregel Externe veiligheid Stationskwartier Zwijndrecht