In de omgevingsvergunning voor het tijdelijk bewonen van een object (bijgebouw, recreatiewoning of chalet) vermeldt het college in ieder geval de volgende informatie:
de eigenaar en de bewoner(s) van het object waarop de vergunning betrekking heeft;
het adres van het object waarop de vergunning betrekking heeft;
de termijn waarvoor de vergunning wordt verleend;
de eventuele voorwaarden en voorschriften die aan de omgevingsvergunning zijn verbonden.