Als voorwaarde bij de omgevingsvergunning worden in ieder geval opgenomen:
dat de omgevingsvergunning niet mag leiden tot een onevenredige verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een onevenredige verstoring van een goed woon- en leefmilieu in de omgeving van het object waarop de aanvraag betrekking heeft;
dat na afloop van de tijdelijke bewoning het object niet meer gebruikt mag worden als zelfstandige woonruimte.