Voorwaarde voor de verstrekking van algemene bijstand in de vorm van een geldlening is dat belanghebbende reeds bij de aanvang van de bijstand eigenaar is van de door hemzelf bewoonde woning. Het college verifieert:
het eigendom van de woning aan de hand van de koopakte, de akte van levering en de kadastrale inschrijving;
het eigendom van een woonwagen aan de hand van de koopakte/aankoopnota;
het eigendom van een woonschip aan de hand van de koopakte en ingeval van inschrijving in het Scheepsregister ook de inschrijving;
BRP-inschrijving;
overige bewijsstukken;
hypotheekakte, leenovereenkomst, levensverzekeringspolis;
splitsingsakte (bij appartementsrecht);
bij niet-registergoed: eventueel eerder afgesloten pandovereenkomst(en);
saldo-overzicht van de (hypothecaire) lening(en);
bij spaar-, beleggings- en levenhypotheken: opgave van de contante afkoopwaarde van de bank of verzekeringsmaatschappij;
polis levensverzekering of beleggingsverzekering dat aan de hypotheek is verbonden;
de laatste WOZ-waardebeschikking of het laatste taxatierapport;
huurcontract en huurbewijzen bij verhuur van een deel van het bezit;
indien er sprake is van een scheiding: het echtscheidingsconvenant;
met betrekking tot de gezamenlijke woning, indien aanwezig de nieuwe leverings-/eigendomsakte;
indien één van de eigenaren is overleden: nieuwe leverings-/eigendomsakte of verklaring van erfrecht;
indien aanwezig de akte van huwelijkse voorwaarden.
Artikel 4
Verificatie eigendom en bewoning
Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Someren 2016