Wanneer een te gelde making van de woning niet mogelijk is, kan van de belanghebbende worden verlangd dat hij eerst probeert om een (extra) hypotheek te vestigen bij een reguliere kredietinstelling, zie ook artikel 5. Het op deze manier vrijgemaakte geld kan worden gebruikt om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien en er bestaat dan geen recht op (bijzondere) bijstand. Hierbij wordt in acht genomen de hoogte van de hypotheek en daarmee de hoogte van een (eventueel) te verstrekken woonkostentoeslag. Het inkomen van de belanghebbende kan te laag zijn om daarmee de (extra) woonlasten te kunnen betalen.
Komen de woonlasten boven de huurtoeslaggrens dan geldt er een verhuisplicht en moet de woning verkocht worden. In deze situatie kan de bijstand alsnog verstrekt worden in de vorm van een geldlening onder verband van een krediethypotheek.
Voor het interen van het op deze manier vrijgemaakte geld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan geldt een interingsnorm van l,5x de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Voor de periode ter overbrugging tot er een reguliere (extra) hypotheek gevestigd is, en er is geen sprake van een vermogen hoger dan de vermogensgrens genoemd in artikel 34, tweede lid, onder b van de Participatiewet, kan voor een periode van maximaal zes maanden bijstand verstrekt worden in de vorm van een geldlening.
Artikel 6
Hypotheek bij een reguliere kredietinstelling
Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Someren 2016