In de balans wordt onderscheid gemaakt tussen immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa
Immateriële vaste activa zijn:
- Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio;
- Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
- Bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Materiële vaste activa zijn:
- Investeringen met een economisch nut;
- Investeringen met een economisch nut, waarvan ter dekking van de kosten een heffing kan worden gegeven;
- Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Financiële vaste activa zijn:
- Kapitaalverstrekkingen;
Leningen en overige uitzettingen aan derden.
In artikel 33 tot en met 36 en artikel 51 en 52 behandelt het BBV de indeling van de balans. In de balans dient onderscheid gemaakt te worden tussen immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa.
In artikel 34, 35 en 36 staat per vast actief benoemd wat afzondelijk opgenomen moet worden in de balans. Onder de materiële vaste activa dient volgens artikel 35 apart verantwoord te worden:
Investeringen met een economisch nut
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter dekking van de kosten een heffing kan worden gegeven.
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Bovengenoemd onderscheid wordt gemaakt omdat activa van gemeenten deels een ander karakter hebben dan de activa van het bedrijfsleven. Een deel van de activa van gemeente heeft een economische waarde omdat gemeenten prijzen en tarieven voor diensten kunnen vragen. Dit geldt voor investeringen in riolen en afvalstoffen. Daarnaast kunnen activa een economische waarde hebben omdat ze verkocht kunnen worden. Echter een groot deel van de activa van gemeenten levert geen middelen in bedrijfseconomische zin op en/of er is geen markt voor. Deze activa leveren gedurende meerdere jaren wel een bijdrage aan het maatschappelijk nut.
In artikel 35 BBV staat dat bij materiële vaste activa moet worden aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Dit heeft met name betrekking op grond, maar kan ook gaan om zakelijke rechten bij gebouwen (opstallen).
In de toelichting op de balans dient volgens artikel 51 en 52 aangegeven te worden volgens welke methode (bijvoorbeeld lineair, annuïtair) de afschrijving wordt berekend en welke categorieën van materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen moet worden. Tevens dient in de toelichting op de balans een sluitend verloop overzicht opgenomen te worden waaruit blijkt:
Boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
Investeringen of desinvesteringen;
Herrubricering
Afschrijvingen;
Bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;
Afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;
Boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
Van een herrubricering is sprake indien immateriële vaste activa overgeheveld zijn naar materiele vaste activa, of wanneer een actief niet correct verantwoord is in de staat van activa en er een overheveling plaats moet vinden tussen activasoorten.
Voor een opsomming van de artikelen uit het BBV wordt verwezen naar bijlage 2.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Balansindeling van vaste activa
Onderdeel van Nota investeringen en vaste activa 2020