Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Bevoegdheden bij investeringskredieten

Onderdeel van Nota investeringen en vaste activa 2020

Het aangaan van investeringskredieten: De raad is bevoegd tot het vaststellen van de nieuwe investeringskredieten middels raadsvoorstel De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting per raadsprogramma de investeringskredieten en geeft daarbij aan van welke kredieten de raad op een later tijdstip een apart nader uitgewerkt voorstel wil ontvangen alvorens het krediet definitief wordt geautoriseerd. De raad verleent het college mandaat om binnen het raamkrediet voor projectvoorbereidingskosten concrete projectvoorbereidingskredieten te autoriseren. In de financiële verordening, artikel 5.5, staat dat de raad de investeringskredieten autoriseert met het vaststellen van de begroting per raadsprogramma. Nieuwe voorstellen tot investeringen worden via een separaat raadsvoorstel inclusief dekking voor kapitaallasten voorgelegd aan de raad. De in de begroting opgenomen investeringskredieten zijn in te delen in: - vervangingsinvesteringen van bestaande activa - reeds genomen besluiten voor nieuwe investeringen Investeringsvoorstellen bevatten naast het investeringskrediet ook informatie over de onderliggende activa, de levensduur en dekking voor de kapitaallasten. Aan grote investeringen gaat meestal een voorbereidingsperiode vooraf. Het voorbereidingskrediet wordt aan de raad voorgelegd. Het college heeft mandaat om voorbereidingskrediet te autoriseren indien er een raamkrediet aanwezig is. Het wijzigen van kredieten (bijvoorbeeld bij overschrijdingen): A De raad is bevoegd tot het wijzigen van de begroting in geval van overschrijding van het investeringskrediet B. Indien het college voorziet dat een geautoriseerd investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt dit door het college aan de raad gemeld. Het college voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het investeringskrediet inclusief begrotingswijziging of een voorstel voor bijstelling van het beleid. C. Voor niet voorziene noodzakelijke investeringen in de loop van het begrotingsjaar, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet en een voorstel voor vaststelling van de bijbehorende begrotingswijziging aan de raad voor. D. De raad verleent het college mandaat om niet voorziene investeringskredieten te autoriseren of geautoriseerde kredieten te wijzigen indien: er geen sprake is van nieuw beleid; het onderwerp niet politiek gevoelig is / er is geen politieke impact; er geen wijziging in de doelstellingen van een programma optreedt; de verhoging van het bruto krediet of het nieuwe niet voorziene krediet kleiner is dan €1.000.000,-. E. De raad verleent aan het college mandaat om de begrotingswijziging zoals bedoeld in B en C vast te stellen indien het vaststellen van de begrotingswijziging volgens artikel 5 lid 4 van de financiële verordening een bevoegdheid is van het college en dekking aanwezig is voor de kapitaallasten binnen hetzelfde programma. Indien gedurende de uitvoering van een project extra werkzaamheden worden uitgevoerd en de kosten hiervan volledig gedekt worden uit een bijdrage van derden, én de werkzaamheden passen binnen de scope van het project en de scope van het oorspronkelijke krediet, én de autorisatie van het krediet op basis van onderdeel D een bevoegdheid van B&W is, mag de kredietwijziging tot €100.000,- door de budgethouder van het krediet worden vastgesteld. Een overschrijding van een krediet heeft tot gevolg dat een aanvullend krediet moet worden aangevraagd, inclusief dekking voor de hogere jaarlijkse kapitaallasten. De raad is bevoegd om het aanvullende / gewijzigd krediet vast te stellen. In gevallen waarbij het krediet voldoet aan de onder D. genoemde mag het college het gewijzigde krediet vaststellen. Voorwaarde is dat voor het aanvullend / gewijzigde krediet dekking beschikbaar is voor de kapitaallasten. Dekking mag afkomstig zijn van andere kostensoorten dan de kapitaallasten binnen het raadsprogramma, mits bestemd voor hetzelfde doel. Een krediet(wijziging) wordt altijd vastgesteld door de raad dan wel door B&W. Hierop is één uitzondering voor uitvoering van extra werkzaamheden tot €100.000 binnen een lopend project waarbij de kosten hiervan volledig gedekt worden uit een bijdrage van derden (subsidie), én de werkzaamheden passen binnen de scope van het project. In dat geval mag de kredietwijziging door de budgethouder worden vastgesteld. Om het bestaande krediet te kunnen wijzigen heeft de medewerker activa-administratie een schriftelijke besluit van de budgethouder inclusief onderbouwing nodig. Dit document wordt vastgelegd door de medewerker activa-administratie. Het opnemen van investeringen in de begrotings- en jaarstukken: A. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. Van investeringen kleiner dan € 1 miljoen wordt het totaalbedrag weergegeven (financiële verordening artikel 4.2) B. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de In de jaarstukken wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Van investeringen kleiner dan € 1 miljoen wordt het totaalbedrag weergegeven. In de begroting en jaarrekening van de gemeente Eindhoven nemen we overzichten op die inzicht geven in de mutaties van investeringen en activa. De vermelde kredieten en investeringsplanningen betreffen de vastgestelde (geautoriseerde) kredieten en planningen. Onderbouwing van de bedragen is gelegen in de vastgestelde voorstellen (raad en B&W) en de vastgestelde bedragen uit eerdere begrotingen en jaarrekeningen. Omdat het om veel kredieten gaat, worden de kleinere bedragen (kleiner dan € 1 miljoen) samengevoegd. Deze zijn wel terug te vinden in de activa-administratie. Naast de investeringen per activum, worden ook de investeringen per raadsprogramma toegelicht in de begroting en jaarrekening, evenals de uitnutting van het krediet in het boekjaar (jaarrekening). In de toelichting op de balans wordt aangegeven welke bedrag aan investeringen maatschappelijk nut niet is geactiveerd (investeringen vóór 2017) en welk bedrag wel is geactiveerd (investeringen vanaf 2017). Het gaat bij deze toelichting alleen om de investeringen die door de stelselwijziging onder 2 stelsels vallen (niet activeren en wel activeren). De toelichting bevat dan ook alleen het totaalbedrag van de investeringen in maatschappelijk nut die reeds aanwezig waren ten tijde van de stelselomslag (1 januari 2017).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel