Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3

Afschrijven van vaste activa

Onderdeel van Nota investeringen en vaste activa 2020

Investeringen worden afgeschreven volgens de lineaire afschrijvingsmethode, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken middels raadsbesluit. In principe wordt lineair afgeschreven tenzij middels gemotiveerd raadsbesluit hiervan wordt afgeweken. Deze methode is het meest eenvoudig en eenduidig. De afschrijving blijft gedurende de gehele looptijd/gebruiksduur van het actief constant. De boekwaarde neemt dus lineair af. De rentelasten nemen gedurende de looptijd af omdat de rente als percentage van de boekwaarde wordt berekend. De omslagrente wordt berekend over de stand per 1 januari over alle vaste activa en de handelsportefeuille panden (voorraden) met uitzondering van verstrekte leningen aan derden (FVA). Alleen voor zover het voorschriften betreffen vanuit specifieke Wet- en Regelgeving wordt annuïtair afgeschreven. Er wordt afgeschreven totdat de restwaarde nihil is. Afschrijvingen vinden plaats onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Artikel 64 van het BBV gaat in op de afschrijvingen. Daarin schrijft het BBV voor dat afschrijvingen onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar dienen te geschieden. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting van de balans uiteengezet evenals wat het betekent voor de financiële positie. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Op grond wordt niet afgeschreven, de gebruiksduur wordt op oneindig gesteld. Gronden behorende tot de grondexploitatie worden verantwoord onder de bouwgronden in exploitatie in de post voorraden en vallen niet onder de vaste activa. De niet in exploitatie genomen gronden, ‘warme gronden’ en de strategische verwervingen worden daarentegen wel verantwoord onder materiële vaste activa. De eerste afschrijving start het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt of verworven wordt. Vanuit de wet BBV is de algemene regel dat het moment van ingebruikname bepalend is voor het moment van activeren van de kosten. We kiezen ervoor om te starten met afschrijven in het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt of verworven wordt. Een voorbeeld: een investering wordt in maart 2018 in gebruik genomen; de eerste afschrijving vindt plaats in 2019. Bij vervangingsinvesteringen maatschappelijk nut en riolen (met afschrijving) vindt de eerste afschrijving plaats in het jaar volgend op het jaar waarin voor het eerst kosten worden gemaakt. Reden hiervoor is dat deze investeringen in gedeeltes worden opgeleverd. Bijvoorbeeld: wegvervanging gebeurt door kleine gedeeltes af te sluiten en weer open te stellen, voordat aan het volgende stuk weg wordt gewerkt. Aangezien rioolvervanging (waarover wordt afgeschreven) onderdeel uitmaakt van de openbare ruimte, geldt de richtlijn ook voor deze categorie. Er wordt één keer in het jaar afgeschreven. Dit zorgt ervoor dat in het boekjaar al duidelijk is wat de gemeentelijke kapitaallasten zullen zijn. Rente en afschrijving worden bepaald over de activastand per 1 januari en in één keer voor het hele jaar geboekt. Indien gedurende het jaar investeringen plaatsvinden, maar het krediet nog niet is afgesloten (de investering is nog niet afgerond), dan wordt dit bedrag geactiveerd op de balans. Over deze investeringen in uitvoering wordt per 1 januari de omslagrente berekend en als last opgenomen in exploitatie. De afschrijving start pas in het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed is. De wijze van afschrijven is niet voor alle soorten vaste activa gelijk: A. Immateriële vaste activa: Op kosten voor onderzoek en ontwikkeling bij grondexploitaties wordt niet afgeschreven. Wel wordt rente berekend die ten laste van exploitatie wordt gebracht. De onder de materiele activa geactiveerde voorbereidingskosten (in fase 2 en 3) worden afgeschreven volgens de levensduur van het betreffende actief in de afschrijvingstabel, zoals opgenomen in de financiële verordening. Op activa in eigendom van derden wordt afgeschreven volgens de levensduur in de afschrijvingstabel, zoals opgenomen in de financiële verordening. Indien de levensduur van de activa die door de betreffende derde wordt gehanteerd korter is, dan wordt de levensduur van derde gehanteerd. B. Materiële vaste activa: Op materiële vaste activa wordt afgeschreven volgens de levensduur in de afschrijvingstabel, zoals opgenomen in de financiële verordening . De levensduur is niet afhankelijk van locatie, met uitzondering van het gebied binnen de binnenring en winkelcentrum Woensel. C. Financiële vaste activa Op kapitaalverstrekkingen wordt niet afgeschreven; Op leningen en overige verstrekkingen aan derden wordt niet afgeschreven; wel wordt de balanswaarde verminderd met aflossingen. Immateriële vaste activa Op immateriële vaste activa die betrekking hebben op onderzoek en ontwikkeling voor grondexploitaties wordt niet afgeschreven. Wel wordt rente berekend die ten laste van de exploitatie wordt gebracht. Deze kosten worden binnen maximaal 5 jaar overgeboekt naar de grondexploitatie bij realisering van het actief. Immateriële vaste activa die vallen onder de categorie activa in eigendom van derden worden gewaardeerd volgens verkrijgingsprijs c.q. vervaardigingsprijs en afgeschreven volgens de duur van de activa conform levensduur in de afschrijvingstabel, zoals opgenomen in de financiële verordening. Indien de derde een kortere levensduur hanteert, dan dient de gemeente de kortere levensduur te hanteren. De gemeente kan dus wel een kortere levensduur hanteren dan de betreffende derde, maar geen langere levensduur. Bijvoorbeeld gebouwen in eigendom van derden hebben bij de gemeente een levensduur van 50 jaar. Indien bij een derde de levensduur 40 jaar is, dan dient de gemeente ook een levensduur van 40 jaar te hanteren. Is de levensduur bij een derde 60 jaar, dan mag de gemeente een levensduur van 50 jaar blijven hanteren. Materiële vaste activa De gemeente Eindhoven schrijft geactiveerde investeringen in principe lineair af volgens artikel 10 lid 4 van de financiële verordening. Bij het bepalen van de levensduur van een kapitaalgoed houden we geen rekening met de locatie van het kapitaalgoed met uitzondering van het gebied binnen de binnenring en winkelcentrum Woensel. Daar wordt wel rekening gehouden met de locatie omdat deze gebieden eerder aangepast worden vanwege veranderende behoeftes in de samenleving. Op grond wordt niet afgeschreven, de gebruiksduur wordt op oneindig gesteld. De onder de materiele activa geactiveerde voorbereidingskosten (in fase 2 en 3 - zie kader 5) worden afgeschreven volgens de levensduur van het betreffende actief in de afschrijvingstabel, zoals opgenomen in de financiële verordening. De afschrijving start in het jaar volgend op het boekjaar waarin het kapitaalgoed gereed komt (kader 16). Indien een investering, waarvoor al voorbereidingskosten geactiveerd zijn, niet doorgaat, worden deze kosten afgeboekt ten laste van de reserve ‘onderzoek en ontwikkeling investeringen’ op voorwaarde dat deze voldoende saldo heeft. Financiële vaste activa Financiële vaste activa kennen geen afschrijvingen. Bij financiële vaste activa wordt onderscheid gemaakt tussen kapitaalverstrekkingen en leningen en overige verstrekkingen aan derden. Over kapitaalverstrekkingen wordt niet afgeschreven. Leningen en overige uitzettingen aan derden worden verminderd met de aflossingen. Bij eerdere vervanging dan einde levensduur (buiten gebruik stellen van een bestaand actief) dient de boekwaarde te worden afgewaardeerd tot 0. Voor de afwaardering is incidentele dekking nodig. Vervroegd afschrijven Als herinrichting plaatsvindt en het oude kapitaalgoed is niet volledig afgeschreven dan wordt de boekwaarde van het ‘oude’ kapitaalgoed vervroegd afgeschreven tot 0. Voor deze vervroegde afschrijving moet dekking gevonden worden binnen eigen programma, tenzij er specifieke besluitvorming over is. Ook indien de waarde van een actief in enig jaar duurzaam vermindert, wordt deze waardevermindering ten laste van het resultaat van dat jaar verwerkt. Correcties op afschrijvingen hebben alleen gevolgen voor toekomstige jaren. Indien een actief buiten gebruik wordt gesteld, wordt afgewaardeerd tot 0. De geboekte rente en afschrijving over de activastand per 1 januari blijven ongewijzigd voor het hele jaar bij afboeking/afwaardering gedurende het jaar. Dit geldt ook bij verkoop van een actief gedurende het jaar. De boekwaarde na afschrijving in het betreffende jaar is het ijkpunt voor de extra afboeking/afwaardering of verkoop. Het college is bevoegd tot het actualiseren van begrote kapitaallasten als gevolg van het wijzigen van planningen (het krediet wijzigt niet). De planning van investeringen over de jaarschijven wijzigt regelmatig. Oorzaken zijn onder andere vertragingen door procedures voor aanbesteding en vergunningen. Het wijzigen van planningen heeft geen gevolgen voor de hoogte van het krediet en kan door het college worden besloten. Planningswijzigingen en de actualisatie van de begrote kapitaallasten kunnen worden opgenomen in het maandelijks actualisatiedossier. Door het vertragen of wegvallen van investeringen kan een voordeel op kapitaallasten ontstaan in een bepaald jaar. De rentecomponent kan niet ingezet worden als algemeen dekkingsmiddel of ter compensatie van taakstellingen, omdat tegenover deze wegvallende rentekosten bij de investerende sector ook wegvallende renteopbrengst bij concern (TV0.5 treasury) staat (met uitzondering van zogenaamde gesloten systemen zoals voor riolen, afval en onderwijshuisvesting). Door het versnellen van de planning, ontstaat een nadeel op de kapitaallasten in de eerdere jaren van realisatie dan oorspronkelijk voorzien was. Zolang de totale exploitatiekosten (inclusief kapitaallasten) op het raadsprogramma binnen het begrote bedrag vallen, is er geen probleem als de uitvoering van investeringen naar voren schuift. Er zijn ook altijd investeringen, die naar achteren schuiven / later uitgevoerd worden. Pas als er op programmaniveau een overschrijding is, worden uitgaven onrechtmatig in het kader van de jaarrekeningcontrole en is een begrotingswijziging noodzakelijk. Dit geldt ook voor eventueel gerelateerde inkomsten (dekking). Overschrijdingen op kapitaallasten van een investering worden gemeld bij turap 1 en 2 evenals een eventuele compensatie binnen het programma. Eventueel zijn vrijvallende kapitaallasten van een ander programma inzetbaar. Dit vraagt een begrotingswijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel