Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Waarderen van vaste activa

Onderdeel van Nota investeringen en vaste activa 2020

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs of vervaardigingsprijs. Zowel het bruto investeringsbedrag als de bijdragen van derden worden in beeld gebracht Bijdragen van derden worden in mindering gebracht op het investeringsbedrag voordat de jaarlijkse kapitaallasten worden bepaald. Interne dekking, zoals dekking uit reserves, mogen niet in mindering worden gebracht op het investeringsbedrag. Waardering gebeurt op basis van de verkrijgingsprijs (historische aanschafprijs) of vervaardigingsprijs conform artikel 63 van het BBV. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs bestaat uit de kosten van grond- en hulpstoffen en de overige kosten die direct aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kan aanvullend een redelijk deel van de indirecte kosten worden opgenomen en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend (bouwrente). Het BBV staat dit toe mits dit in de financiële verordening van de gemeente als zodanig is geregeld. De zogenaamde ‘kan-bepaling’ (van artikel 63 lid 3 BBV) is in de financiële verordening (artikel 12 lid 3) van de gemeente Eindhoven omgezet in een feitelijke bepaling: Overhead kosten worden toegerekend aan groot onderhoudsprojecten, die ten laste van een voorziening worden gebracht, grondexploitaties, facilitaire exploitaties en investeringen. Het is dus niet toegestaan om overhead toe te rekenen aan activiteiten in de exploitatie maar ook niet aan onderhoudsprojecten die worden gedekt uit de exploitatie. De overheadkosten worden toegerekend door middel van een opslag op directe productieve formatie-uren volgens de volgende berekeningswijze: relevante kosten overhead gedeeld door de directe formatie-uren inclusief inhuur van de productiesectoren (financiële verordening artikel 12, lid 3). Met ingang van de financiële verordening 2020 wordt voor de berekening van de overhead naast de directe vaste formatie-uren ook de inhuur wordt meegenomen. Voor de begrotingstechnische doorbelasting van de overhead wordt voor een periode van 4 jaar (2021-2024) een vast aantal uur gehanteerd zodat er sprake is van een stabielere begroting (voorheen werd jaarlijks het aantal door te belasten uren bepaald). Als er in de realisatie sprake is van een afwijking van meer dan 10% dan zal dit aantal uren in de eerst volgende begroting worden bijgesteld. In de realisatie wordt het berekende uurtarief, gebaseerd op de begroting, gehanteerd in de doorbelasting. Er vindt geen nacalculatie van het tarief plaats. Voor in voortdurende erfpacht uitgegeven grond en voor gronden in eeuwigdurende erfpacht zonder afkoop geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht met afkoop worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. Er moet dus bij de eeuwigdurende erfpacht een onderscheid worden gemaakt tussen wel of niet afkoop van de toekomstige erfpachtbetalingen. Als de eeuwigdurende erfpacht een inkomstenbron blijft omdat deze niet is afgekocht, blijft deze “bron”- ondanks het feit dat het economisch eigendom is overgedragen – zijn economische waarde behouden. Bij afkoop van de eeuwigdurende erfpacht gaat deze economische bron wel verloren en is een afboeking naar een lage registratiewaarde noodzakelijk. Maar tegenover deze afboeking staat dan wel de verkregen afkoopsom. De afkoopsom wordt dan dus niet als een vooruit ontvangen bedrag aan de toekomstige jaren toegerekend, maar wordt als (verkoop)bate genomen. Voor eeuwigdurend in erfpacht uitgegeven gronden waarvoor canon wordt ontvangen is de verwerkingswijze gelijk aan die bij voortdurend in erfpacht uitgegeven gronden. Deze gronden worden derhalve geactiveerd onder de materiele vaste activa. Bruto versus netto investering De vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. Dit heet bruto activeren. Bijdragen van derden worden hierop in mindering gebracht conform artikel 10 lid 3 van de financiële verordening, indien ze in directe relatie staan met het actief (bijvoorbeeld een ontvangen subsidie). Bijdragen uit een voorziening worden ook in mindering gebracht op het investeringsbedrag. Activering vindt altijd voor het volledige bedrag plaats en dan pas wordt de bijdrage van derden en voorzieningen hierop in mindering gebracht. Op deze wijze blijft in het activasysteem de aanschafwaarde van het actief altijd zichtbaar en behouden. Reserves en andere interne dekking mogen niet in mindering worden gebracht op het investeringsbedrag. Indien de bestemming van activa verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming opgenomen in de toelichting van de balans. Deze waarde kan in het licht van de verkoop relevant zijn. De waardering blijft echter de verkrijgingsprijs. Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen worden geactiveerd tegen historische aanschafprijs. Indien de marktwaarde lager is dan de historische aanschafprijs, dan worden de kapitaalverstrekkingen gewaardeerd tegen lagere marktwaarde; Geldleningen worden gewaardeerd tegen de contractueel afgesproken waarde. In artikel 36 van het BBV staat welke financiële vaste activa afzonderlijk in balans opgenomen moeten worden. De financiële verordening van de gemeente Eindhoven volgt hierin het BBV. Kapitaalverstrekkingen (deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen) staan op de balans tegen de historische aanschafwaarde gepresenteerd. Indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgingsprijs worden de kapitaalverstrekkingen gewaardeerd tegen deze lagere marktwaarde. De leningen en overige uitzettingen met een langlopend karakter staan vermeld op de balans tegen historische kostprijs minus de door derden contractueel overeengekomen gedane aflossingen. De verwachte toekomstige gebruiksduur is gelijk aan de looptijd van de lening. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van de lening verrekend (=balanswaarde). Negatieve boekwaarden zijn niet toegestaan. Indien een bijdrage van derde naar rato eerder wordt ontvangen dan de gemaakte kosten, dan dient het meerdere van de bijdrage van derde als vooruit ontvangen post te worden opgenomen in de balans. Negatieve boekwaarden zijn niet toegestaan. Indien een bijdrage van een derde eerder wordt ontvangen dan dat het actief in gebruik wordt genomen of wordt aangeschaft, zou er een negatieve boekwaarde kunnen ontstaan op de balans. Dit is niet geoorloofd. De toegezegde bijdrage van een derde wordt naar rato van de gerealiseerde kosten in mindering gebracht op de investering in ontwikkeling. Indien er reeds meer ontvangen is, dient het meerdere verantwoord te worden als een vooruit ontvangen post onder de kortlopende schulden (realisatie beginsel). Andersom geldt ook dat indien naar rato van de gerealiseerde kosten minder bijdrage derde ontvangen is, dit bedrag dient te worden opgenomen als ‘nog te ontvangen’. Bijvoorbeeld: Investering €1.000.000; toegezegde bijdrage derden €50.000; gerealiseerde kosten €750.000. Kosten zijn voor 75% gerealiseerd, dus 75% van €50.000 (=€37.500) wordt in mindering gebracht op boekwaarde actief. Indien € 40.000 daadwerkelijk is ontvangen wordt €2.500 als ‘vooruit ontvangen’ opgenomen op de balans. Als bijv. pas €30.000 is ontvangen, wordt €7.500 opgenomen als ‘nog te ontvangen’. De BTW op activa wordt niet geactiveerd indien deze compensabel is volgens de wet op het BTW compensatiefonds of verrekenbaar is via aangifte. De BTW op activa wordt niet geactiveerd indien deze compensabel is volgens de Wet op het BTW compensatiefonds of verrekenbaar is via aangifte. In dat geval wordt de BTW wordt immers niet als last beschouwd en mag geen onderdeel uitmaken van de waarde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel