Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Wijze van verstrekking

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Montferland 2022

Wanneer een individuele voorziening aangewezen is, wordt jeugdige vanaf 16 jaar en zijn ouders over het door de gemeente gecontracteerde aanbod geïnformeerd. Indien deze zorg in natura (ZIN) door de gecontacteerde jeugdhulpaanbieder onvoldoende aangewezen blijkt te zijn de benodigde hulp en zorg adequaat en kosteneffectief te leveren, wordt de inzet van een persoonsgebonden budget onderzocht onder de voorwaarden zoals genoemd in artikel 8.1.1 van de wet en hoofdstuk 4 van de Verordening. In het gesprek worden de ouders op hun pgb-bekwaamheid beoordeelt middels het budget en uitvoeringsplan. Dat is (ook) bedoeld om de ouder(s) bewust te maken van de taken en verantwoordelijkheden die horen bij het beheren van een persoonsgebonden budget. Hiermee kunnen zij een weloverwogen keuze voor persoonsgebonden budget of zorg in natura maken. Mocht er sprake zijn van “gewaarborgde hulp” dan zal dit aan de hand van een vragenlijst gebeuren. De betreffende persoon moet kunnen instaan voor de nakoming van de aan het pgb verbonden verplichtingen. 3.4.1 De zorg in natura (ZIN) De eerste mogelijkheid is de voorziening in natura te verstrekken, de zgn. zorg in natura. Het verkrijgen van zorg in natura gaat via een van de gecontracteerde aanbieders, waarbij de gemeente jeugdhulp heeft ingekocht. 3.4.2 Het persoonsgebonden budget (PGB) Een persoonsgebonden budget (pgb) is een bedrag waarmee de budgethouder de geïndiceerde individuele voorziening kan inkopen als wordt voldaan aan de voorwaarden. Het Sociaal Team Jeugd moet de ouder(s) of jeugdige tijdens het onderzoek informeren over welke mogelijkheden er zijn om te kiezen voor een pgb en wat de gevolgen van die keuze zijn. Het pgb wordt door de Sociale verzekeringsbank (Svb) betaald aan een derde met wie de budgethouder een overeenkomst heeft afgesloten. De huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts kunnen alleen een verwijzing naar gecontracteerde jeugdhulp in natura doen. De wet bepaalt een aantal voorwaarden die het Sociaal Team Jeugd moet beoordelen of wordt voldaan aan de voorwaarden om voor een pgb in aanmerking te komen (art. 8.1.1, tweede lid, van de wet). Spoedeisende situatie: geen pgb Het kan voorkomen dat jeugdhulp met spoed moet worden ingezet. Het spreekt voor zich dat in die gevallen een pgb niet aan de orde kan zijn omdat het onderzoek volgens het stappenplan (nog) niet is uitgevoerd. Geen terugwerkende kracht Heeft het Sociaal Team Jeugd een indicatie voor een individuele voorziening vastgesteld, dan kan het voorkomen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het Sociaal Team Jeugd verzoekt om een pgb met terugwerkende kracht te verstrekken. Het Sociaal Team Jeugd weigert zo’n verzoek als de individuele voorziening al voor de melding van de ondersteuningsvraag of de beslissing op de aanvraag is gerealiseerd (art. 3.4, eerste lid, van de Verordening). Er kan wel een indicatie voor een individuele voorziening worden verstrekt, maar niet met terugwerkende kracht. Er geldt alleen een uitzondering als de jeugdige en/of zijn ouder(s) schriftelijk toestemming hebben gekregen van het Sociaal Team Jeugd. Verplichting Budgetplan Als verplichting geldt om een Budgetplan in te dienen (art. 4.1, derde lid, van de Verordening). Een Budget- en uitvoeringsplan draagt er onder meer aan bij dat het Sociaal Team Jeugd beter kan beoordelen of wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden van artikel 8.1.1, tweede lid, van de wet en de eventuele overige bepalingen in de verordening. Denk in dit kader ook aan de voorwaarden die gelden als de jeugdige en/of zijn ouder(s) het pgb wenst te besteden aan een persoon van het sociaal netwerk. Het spreekt voor zich dat het Sociaal Team Jeugd het ingevulde plan met de budgethouder wenst te bespreken. Dat is niet vrijblijvend. Wordt er geen Budgetplan ingediend of het Budgetplan is niet volledig of op juiste wijze ingediend, dan wordt de budgethouder uitgenodigd dat te herstellen. Dat geldt ook als de budgethouder of diens vertegenwoordiger een bespreking daarover weigert of zonder tegenbericht niet verschijnt op een uitnodiging van het Sociaal Team Jeugd. Beoordeling aantoonbaar beter, effectiever en doelmatiger Deze voorwaarde heeft betrekking op ouders en een persoon uit het sociaal netwerk (art. 4.1, vierde lid, van de Verordening). Uit de informatie of het Budget- en uitvoeringsplan moet duidelijk worden dat de besteding van het pgb aan ouders of een persoon uit het sociaal netwerk, eenvoudig gezegd, uiteindelijk tot een beter resultaat zal leiden. Dit gelet op het belang van de jeugdige die recht heeft op passende jeugdhulp. Dit ten opzichte van de inzet in natura. Dat kan het geval zijn als diegene, al dan niet volgens een deskundige, de meest aangewezen persoon is om de jeugdhulp te bieden. Dit gelet op de problematiek van de jeugdige. Het kan ook te maken hebben met de aangewezen jeugdhulp, die: niet goed vooraf is in te plannen, op ongebruikelijke tijden of op veel korte momenten per dag geboden moet worden, op verschillende locaties moet worden geleverd, op afroep te organiseren moet zijn, door de aard van de problematiek van de jeugdige alleen (of beter) door de betreffende persoon kan worden geboden, door de jeugdige gemotiveerd wordt geaccepteerd. Er is geen limitatieve opsomming beoogd. Pgb-vaardigheid De budgethouder moet pgb-vaardig zijn. Dat wil zeggen dat de budgethouder in staat moet zijn om de aan het pgb verbonden taken (verplichtingen) op verantwoorde wijze uit te voeren. Bij deze taken wordt in ieder geval gedacht aan het sluiten van overeenkomsten en het aansturen en aanspreken van de jeugdhulpverleners (of personen uit het sociaal netwerk) op hun verplichtingen. Het Sociaal Team Jeugd moet vaststellen of: de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. de beheerstaken met voldoende afstand en kritisch kunnen worden vervuld. Hulp bij pgb-vaardigheid De budgethouder kan een vertegenwoordiger hebben. Dat is een persoon of rechtspersoon die hem vertegenwoordigt als de budgethouder niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen. Eenvoudig gezegd: de budgethouder zelf is niet pgb-vaardig. Bij een vertegenwoordiger kan het gaan om een persoon die door de budgethouder gemachtigd is of een wettelijke vertegenwoordiger die is aangesteld door de rechtbank (bewindvoerder of curator). Het Sociaal Team Jeugd moet dan vaststellen of de vertegenwoordiger pgb-vaardig is (zie verder hierna). Belang van ouders/jeugdige centraal De vertegenwoordiger mag alleen handelen in het belang van de budgethouder en dus niet ook zijn eigen belang dienen. Een vertegenwoordiger zorgt er feitelijk voor dat (namens) de budgethouder de verplichtingen die aan het pgb zijn verbonden ook daadwerkelijk worden nagekomen; hij biedt de budgethouder gewaarborgde hulp. Dat is van belang omdat de gevolgen van het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen in principe voor rekening en risico van de budgethouder komen. Denk aan de weigering van een pgb, het intrekken van het recht op pgb of de terugvordering van een ten onrechte of tot een te hoog bedrag betaald pgb. Blijkt uit onderzoek dat de vertegenwoordiger de gewaarborgde hulp niet kan bieden of daar tenminste twijfels over bestaan, dan zal het Sociaal Team Jeugd de jeugdige of zijn ouder(s) in de gelegenheid moeten stellen om een andere vertegenwoordiger te machtigen die in staat is de pgb-vaardigheid op zich te nemen. Conflicterende belangen Het kan voorkomen dat de vertegenwoordiger ook degene is aan wie het pgb wordt besteed. In dat geval weigert het Sociaal Team Jeugd het pgb omdat de aan het pgb verbonden taken niet op verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. Immers kan niet worden vastgesteld dat de beheerstaken met voldoende afstand en kritisch kunnen worden vervuld (vergelijk CRVB:2019:3761, CRVB:2019:2803). Het kan gaan om een derde aan wie het pgb wordt besteed maar ook om een vertegenwoordiger die een daaraan gelieerde persoon is. Daaronder wordt bijvoorbeeld een medewerker verstaan die bij deze derde in dienst is of er op een andere manier verwevenheid bestaat. Besteden pgb aan ouder(s) Is de jeugdige budgethouder en wenst hij het pgb te besteden aan zijn ouder(s), dan liggen conflicterende belangen voor de hand. De jeugdige moet in staat worden geacht om bijvoorbeeld degene die de jeugdhulp biedt aan te sturen en zonodig bij te sturen. Dat is bij een kind-ouderrelatie tegennatuurlijk. Daarnaast kan een loyaliteitsconflict ontstaan omdat de jeugdige indirect verantwoordelijk is voor het inkomen van de ouder(s). Persoon sociaal netwerk is de derde Conflicterende belangen zijn ook aan de orde als het een persoon uit het sociaal netwerk betreft. In deze situatie kan het voorkomen dat het Sociaal Team Jeugd toestemming geeft als het pgb wordt besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk die ook als vertegenwoordiger optreedt. Denk aan de situatie waarin de jeugdhulp alleen kan worden geboden door die persoon en voldoende aannemelijk is dat primair het belang van de budgethouder voldoende is gewaarborgd. Dat kan ook blijken uit de motivatie van de budgethouder waarom hij kiest om de betreffende persoon uit het sociaal netwerk in te willen schakelen. Deze persoon mag daarbij op geen enkele wijze druk uitoefenen op de ouder(s) en jeugdige bij de besluitvorming. Dat wil zeggen de budgethouder mag niet door deze persoon worden beïnvloed. Vaststellen pgb-vaardigheid Het Sociaal Team Jeugd moet vaststellen of de ouder(s) of jeugdige dan wel de vertegenwoordiger pgb-vaardig is. Daarvoor wordt onderzocht of de ouder(s) of jeugdige: Een goed overzicht van de eigen situatie kan houden. Weet welke regels er horen bij een pgb. Een overzichtelijke pgb-administratie kan bijhouden. Kan communiceren met de gemeente, de SVB en jeugdhulpverleners. Zelfstandig kan handelen en zelf voor jeugdhulpverleners kiezen. Zelf afspraken kan maken, deze afspraken kan bijhouden en zich hier aan te houden. Kan beoordelen of de jeugdhulp uit het pgb bij hem past. Zelf de jeugdhulp kan regelen met één of meer jeugdhulpverleners. Kan zorgen dat de jeugdhulpverleners die voor hem werken weten wat ze moeten doen. Weet wat te doen als werkgever of opdrachtgever van een jeugdhulpverleners. Deze 10 punten zijn gebaseerd op de handreiking en infographic pgb-vaardigheid van de Rijksoverheid. Onder een jeugdhulpverlener kan ook een andere persoon worden verstaan die de jeugdhulp biedt. Motivatie-eis wens pgb De tweede voorwaarde om in aanmerking te komen voor een pgb, gaat over de vraag of de jeugdige of zijn ouder(s) hun wens voor een pgb voldoende motiveren. Het gaat om de motivering van het standpunt dat de maatwerkvoorziening in natura, voor hen niet passend is. Uit TK 2013/14, 33 684, nr. 11 blijken de volgende voorbeelden. Als: de jeugdhulp niet goed vooraf is in te plannen, de jeugdhulp op ongebruikelijke tijden of op veel korte momenten per dag geboden moet worden, jeugdhulp op verschillende locaties moet worden geleverd, het noodzakelijk is om 24 uur jeugdhulp op afroep te organiseren, of als de jeugdhulp door de aard van de beperking door een vaste hulpverlener moet worden geboden. 3.4.3 Kwaliteitseisen van de met persoonsgebonden budget in te kopen hulp Kwaliteitseisen jeugdhulpaanbieder Voor de aanbieders van professionele jeugdhulp gelden de specifieke kwaliteitseisen uit de Jeugdwet. Kwaliteitseisen voor sociaal netwerk Deze persoon is verplicht Huiselijk Geweld en Kindermishandeling te melden; Werkt actief samen met andere jeugdhulpverleners in het belang van de jeugdige; Deze persoon werkt aan de resultaten uit het opgestelde ondersteuningsplan en volgens budget- en ondersteuningsplan; Deze persoon meldt klachten, calamiteiten en/of incidenten bij de gemeente. Deze persoon beschikt over een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, tenzij het een eerste of tweede graad bloedverwant betreft. De VOG is niet eerder afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop deze persoon jeugdhulp ging bieden en is niet ouder dan drie jaar. De kosten kunnen niet in rekening worden gebracht bij de gemeente. Bijzondere aandachtspunten m.b.t. de kwaliteit van de in te zetten hulp zijn: De volgende punten worden getoetst in het gesprek en middels het ingediende budget- en ondersteuningsplan: De jeugdhulpverlener of persoon uit het sociaal netwerk is capabel om de ondersteuning te bieden; De ondersteuning aan de jeugdige en/of zijn ouders leidt niet tot overbelasting bij degene die de jeugdhulp biedt; Daarnaast heeft de persoon die de jeugdhulp biedt op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de jeugdige en/of ouder(s); Ook is van belang dat de continuïteit bij ziekte of andere uitval van degene die de jeugdhulp biedt wordt geborgd; De budgethouder draagt verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de ondersteuning van personen die tot het sociale netwerk behoren. Bevorderen autonomie jeugdige De wet is er onder meer op gericht om te zorgen dat de jeugdige kan groeien naar zelfstandigheid. In het algemeen is het zo dat kinderen daarvoor ook ‘los’ moeten komen van hun ouder(s). Afhankelijk van de fase van de ontwikkeling van de jeugdige (en zijn beperkingen) kan daarvoor professionele deskundigheid nodig zijn. Dit om bijvoorbeeld de autonomie te bevorderen. Het Sociaal Team Jeugd beoordeelt of besteding van het pgb aan de ouder(s) in de weg staat (kan staan) aan het groeien naar zelfstandigheid. Hoogte pgb De Verordening bepaalt hoe de hoogte van het pgb voor de verschillende soorten individuele voorzieningen wordt vastgesteld (art. 4.3 van de Verordening). In het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zijn de tarieven/bedragen opgenomen. Tijdelijke verhoging pgb De nieuwe contracten met jeugdhulpaanbieders ingaande 1 juli 2022 kunnen gevolgen hebben voor de hoogte van het pgb. Het gaat specifiek om een nieuwe (vervolg)indicatie en de budgethouder die het pgb wenst te besteden aan dezelfde jeugdhulpverlener dan bij de vorige indicatie. Om te voorkomen dat budgethouders niet tijdig afspraken kunnen maken over de gewijzigde tarieven, kan het Sociaal Team Jeugd (bij wijze van coulance) het pgb voor twee maanden verhogen tot maximaal het bedrag dat voorheen aan diezelfde partij werd betaald. Art. 4.1 van het Besluit bepaalt onder welke voorwaarden dat mogelijk is. Opgemerkt wordt wel dat voldaan moet worden aan de voorwaarden (zie hiervoor) en dat ook een budget- en uitvoeringsplan wordt ingediend. 3.4.4 Besteding pgb en verblijf buitenland Om doorkruising met de wettelijke systematiek te voorkomen bepaalt de Verordening dat het pgb niet mag worden besteed aan: hulp die naar oordeel van het Sociaal Team Jeugd valt binnen de eigen mogelijkheden en oplossend vermogen van de ouder(s) en jeugdigen; de ouder(s) dan wel personen uit het sociaal netwerk die overbelast zijn of dreigen te geraken. Verblijf buitenland Voor de besteding van een persoonsgebonden budget voor ambulante individuele jeugdhulp geldt dat de jeugdigde maximaal dertien weken in het buitenland kan verblijven met behoud van het toegekend persoonsgebonden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel