Er nog twee wettelijke uitsluitingsgronden voor het pgb (art. 8.1.1, vierde lid, van de wet). Het college is bevoegd daarover een beleidsregel vast te stellen.
1. Duurdere individuele voorziening
Het kan voorkomen dat de budgethouder een duurdere individuele voorziening wil inkopen terwijl het pgb alleen toereikend is om de geïndiceerde individuele voorziening in te kunnen kopen. In dat geval weigert het Sociaal Team Jeugd het meerdere van de kosten die daarmee gemoeid zijn (vergelijk CRVB:2018:2829). Het is dan aan de budgethouder om de meerkosten zelf te betalen. Let wel het Sociaal Team Jeugd beoordeelt nog steeds of de kwaliteit van de in te kopen (duurdere) individuele voorziening voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Als het Sociaal Team Jeugd aanleiding heeft om te twijfelen of de budgethouder de in te kopen individuele voorziening wel kan bekostigen, zal de budgethouder daar desgevraagd bewijsstukken van moeten overleggen. Dit om te voorkomen dat toch een individuele voorziening van onvoldoende kwaliteit wordt ingekocht of de budgethouder een individuele voorziening inkoopt waarmee hij niet gedurende de (gehele) budgetperiode kan voorzien in de behoefte aan jeugdhulp.
Bijstorten diensten
De regeling voor de vrijwillige storting is vereenvoudigd (voorheen art. 8, zesde lid, van de Regeling Jeugdwet). In de praktijk is de werkwijze ontwikkeld dat wanneer een declaratie wordt ingezonden, en er onvoldoende geld beschikbaar is in het pgb, de SVB een uitnodiging stuurt aan de budgethouder om geld bij te storten. In die zin geldt dan de declaratie (in geval er onvoldoende geld is) als een aanvraag voor het betalen van jeugdhulp. Een budgethouder hoeft dan niet nog eens een aanvraag van een betaling te doen, maar hoeft enkel bij de SVB het benodigde bedrag bij te storten naar aanleiding van de uitnodiging van de SVB. Dit reduceert administratieve lasten voor de budgethouders.
2. Pgb-besluit eerder ingetrokken
Heeft het Sociaal Team Jeugd eerder een pgb-besluit ingetrokken, dan komt de jeugdige of zijn ouder(s) gedurende twaalf maanden niet voor een pgb in aanmerking (art. 8.1.1, vierde lid onderdeel b, van de wet). De termijn gaat in vanaf de datum van het herzienings- of intrekkingsbesluit. Er wordt gesproken van een zogeheten preventieve weigering. Dat wil zeggen dat het Sociaal Team Jeugd een pgb-verzoek kan weigeren zonder te beoordelen of wordt voldaan aan de voorwaarden van de pgb-vaardigheid.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
Overige weigeringsgronden pgb
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Montferland 2022