Binnen dit scenario wordt ingezet op het beperken van de mogelijkheden om restafval aan huis aan te bieden. Inwoners krijgen hierbij 3 minicontainers aan huis voor de grondstoffenfracties (GFT, OPK en PMD). Dit zijn veelal grote exemplaren (240 liter). Hiermee hebben inwoners alle mogelijkheden om grondstoffen goed gescheiden aan te bieden. Vervolgens worden verspreid over de gemeente ondergrondse containers geplaatst voor het restafval. Deze bevinden zich veelal op een wat grotere afstand van de woning (tussen de 150 en 250 meter enkele reis), waardoor inwoners een fysieke handeling moeten verrichten om ‘’van het restafval af te komen’’. Hiermee wordt aangezet tot betere afvalscheiding (meer inzamelen van grondstoffen) en wordt het restafval verder teruggebracht.
Om een dergelijke wijze van inzameling mogelijk te maken in Loon op Zand zijn flinke investeringen noodzakelijk. Op dit moment worden circa 1.000 aansluitingen bediend met ondergrondse containers voor restafval. Dit betreft hoogbouwaansluitingen. Om de gehele gemeente aan te sluiten op ondergrondse inzameling voor restafval moeten er circa 130 ondergrondse containers bijgeplaatst worden. Verder dient geïnvesteerd te worden in de optimalisatie van mogelijkheden om GFT, OPK en PMD22Voor PMD kan ook besloten worden om op de huidige wijze in te blijven zamelen (met zakken). De financiële consequenties hiervan zijn beperkt, het schei-dingsrendement zal hiermee iets teruglopen. gescheiden in te zamelen bij hoogbouwaansluitingen.
De beoogde maatregelen zorgen voor een vermindering van het restafval (- 37,2 kg/inw) en zorgen voor een verder stijging van het scheidingspercentage tot 79,4%. Hiermee gepaard gaan een aantal investeringen23Dit betreft voornamelijk de aanschaf en plaatsing van ondergrondse containers. en structurele lastenwijzigingen die gezamenlijk uiteindelijk een toename van € 11,55 op de afvalstoffenheffing tot gevolg hebben.
De ontwikkelingen vertalen zich als volgt in de afvaldriehoek:
De toepassing van dit scenario zorgt voor de noodzakelijke winst om te komen tot 80% scheiding en een verdere afname van het restafval tot richting de 100 kg/inw. Het doel ten aanzien van het restafval wordt niet onmiddellijk na invoering behaald (afname tot circa 113 kg/inw.). Dit zal in de jaren daarna de aandacht nodig blijven hebben om het laatste stapje te zetten. Met flankerende maatregelen kan dat alsnog behaald worden. Inwoners zullen een dergelijke wijziging in eerste instantie als minder prettig ervaren, men moet gaan lopen met het afval. Ervaring leert dat dit na een periode van gewenning (1 jaar) als het nieuwe normaal gezien wordt en weerstand veelal verdwenen is (mits de containers tijdig geleegd blijven worden en verder technisch goed blijven functioneren).
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.4
Artikel 6.4.2
Fase 2 – Scenario B. Invoeren van ‘’omgekeerd inzamelen’’
Onderdeel van Grondstoffenbeleid 2022 – 2027