Binnen dit scenario wordt ingezet op het ‘’de vervuiler betaald’’ principe. Het aanbod van restafval wordt ontmoedigd middels de invoering van een prijsprikkel. De huidige inzamelwijze blijft hierbij intact, maar inwoners gaan betalen voor het restafval dat zij daadwerkelijk aanbieden. Hiermee gaan inwoners die veel restafval produceren meer betalen dan inwoners die goed scheiden en het aanbod restafval beperken.
Binnen de huidige inzamelstructuur voor restafval (met minicontainers en voor de hoogbouw met ondergrondse containers) wordt door middel van chips geregistreerd welke aansluitingen restafval aanbieden, en uiteindelijk wordt op basis daarvan de afvalstoffenheffing voor dat betreffende huishouden berekend.
Om een dergelijke wijze van afrekenen mogelijk te maken in Loon op Zand zijn investeringen noodzakelijk. Dit betreft in eerste instantie de noodzakelijke hardware op de inzamelmiddelen (chips), maar vooral ook investeringen in het achterliggende systeem. Er wordt in een diftar systeem veel met data gewerkt en hiervoor dient een goed systeem ingericht te worden, ook moeten noodzakelijke koppelingen gemaakt worden om de afvalstoffenheffing op de juiste wijze door te belasten.
Binnen het principe van ‘’de vervuiler betaald’’ en diftar zijn verschillende uitwerkingen denkbaar.
De meest gehanteerde in Nederland is het zogenaamde volume/frequentie systeem. Inwoners betalen simpelweg per keer dat zij gebruik maken van het inzamelmiddel. Zodra men beter gaat scheiden, en daarmee minder restafval heeft, hoeft er minder vaak gebruik gemaakt te worden van het inzamelmiddel en zijn de kosten lager.
Een andere methode die gebruikt kan worden betreft het beprijzen op gewicht. Hierbij betalen inwoners niet voor het aantal keren dat zij gebruik maken van een inzamelmiddel, maar voor het gewicht van hetgeen aangeboden wordt. Deze methode wordt door inwoners veelal als ‘’eerlijker’’ bestempeld, maar is lastiger om in te regelen. Dit vergt namelijk betrouwbare weeginstallaties op de inzamelvoertuigen, wat soms een extra investering tot gevolg kan hebben.
Tenslotte is het ook denkbaar om een gecombineerde aanpak te hanteren waarbij inwoners een bedrag betalen per keer dat zij het inzamelmiddel gebruiken, en daarbovenop een prijs per kilo betalen. Hiermee worden inwoners zoveel mogelijk gestimuleerd om het restafval te verminderen.
De beoogde maatregelen zorgen voor een vermindering van het restafval (- 52,6 kg/inw) en zorgen voor een verder stijging van het scheidingspercentage tot circa 81,4% 24Afhankelijk van de methode die gekozen wordt kan dit nog iets hoger uitvallen.. Hiermee gepaard gaan een aantal investeringen en structurele lastenwijzigingen die gezamenlijk uiteindelijk een afname van de afvalstoffenheffing tot gevolg hebben. De mate van daling is afhankelijk van de noodzakelijke investeringen. De laagste investeringen zijn noodzakelijk als er gekozen wordt voor een volume/frequentiemodel, de hoogste voor een combinatie van zowel frequentie als gewicht. In de hierop volgende overzichten worden de effecten in beeld gebracht.
Diftar – volume / frequentie
Diftar - Gewicht
Diftar – Frequentie / gewicht
De toepassing van dit scenario zorgt voor vrijwel direct voor de noodzakelijke winst om te komen tot 80% scheiding en een reductie van het restafval tot onder de 100 kg/inw. Hierin zal in de daaropvolgende jaren een gestage groei van het scheidingspercentage en verdere afname van het restafval zichtbaar worden. Dit stelt de gemeente in staat om na enige tijd (1 á 2 jaar) verder te kijken naar een faciliterende rol in het kader van afvalpreventie.
De resultaten van diftar vertalen zich als volgt in de afvaldriehoek:
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.4
Artikel 6.4.3
Fase 2 – Scenario C. Invoeren van een prijsprikkel op het aan huis aanbieden van restafval (Diftar)
Onderdeel van Grondstoffenbeleid 2022 – 2027