Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.2

Artikel 7.2.1

Afwegingen

Onderdeel van Grondstoffenbeleid 2022 – 2027

Met de invoering van diftar wordt direct en effectief ingegrepen op de ‘’dure’’ stroom restafval. De grootste uitdaging voor gemeente Loon op Zand ligt in deze reductie van het aangeboden restafval. Ingrijpen op de service op restafval is in het verleden reeds geprobeerd, maar had na een initiële daling onvoldoende structureel effect. Met de focus op de kostenkant van de afvalinzameling ligt daarmee voor de hand. Naast het directe effect op het aanbod van restafval (zowel fijn aan huis, als grof op de milieustraat) is gebleken dat diftar gemeenten gemiddeld gezien een lagere afvalstoffenheffing hebben. Bovendien behalen deze gemeenten ook nog eens de beste scheidingsresultaten. Onderstaande grafiek laat een vergelijking van alle gemeenten in Nederland zien. De grafiek laat duidelijk zien dat diftar gemeenten gemiddeld goedkoper zijn voor inwoners, met minder restafval dat verbrand moet worden. Vergelijking tussen gemeenten met vast afvaltarief en diftar. Bron: Rapport van Rijkswaterstaat Afvalstoffenheffing 2019 De oranje bollen zijn gemeenten die werken met een volledig vast tarief voor afval (zoals Loon op Zand nu), de blauwe bollen zijn gemeenten die werken met diftar. De verticale as laat zien hoe veel inwoners in die gemeenten betalen voor hun restafval. De horizontale as laat zien hoeveel restafval er per inwoner per jaar in die gemeenten zijn. Hierbij is duidelijk zichtbaar dat diftar niet alleen zorgt voor betere scheidingsresultaten, maar ook voor lagere kosten. Tenslotte geeft een diftar systematiek veel ruimte om de huidige kostenstructuur en tariefstelling op de milieustraat anders vorm te geven, aangezien er met de overgang tot diftar een herstructurering van de afvalstoffenheffing en – verordening plaats zal vinden.25Het introduceren van een prijsprikkel stelt je simpel in staat om het huidige betalingssysteem op de milieustraat opnieuw vorm te geven en dure fracties hier te beprijzen. Het grote aanbod op de milieustraat in Loon op Zand betreft deze dure fracties, waarmee een flinke reductie vrijwel direct behaald kan worden. In deze afwegingen is ook aandacht geschonken aan de benoemde alternatieven uit hoofdstuk 6 (wijziging van de omvang van de minicontainers en het omgekeerd inzamelen). Beide alternatieven worden als minder wenselijk beschouwd om de volgende redenen: Een kleinere minicontainer met een inzamelfrequentie van 1x per 4 weken zal door inwoners (met name grotere gezinnen) beperkend werken. Men verliest het handelingsperspectief. Hiermee wordt heel nadrukkelijk ingegrepen op het verlagen van de service. Het uitgangspunt van de gemeente is altijd geweest om de service naar inwoners niet teveel onder druk te zetten. Een uitgangspunt dat met deze keuze in het gedrang kan komen. Een algehele overgang tot omgekeerd inzamelen is om een andere reden af te raden. En dat betreft de noodzakelijke investeringen (en bijkomende praktische problemen). Het opnieuw inrichten van de inzamelstructuur (waarbij overal ondergrondse containers geplaatst zullen moeten worden) vergt een grote investering voor een minder milieurendement (dan met diftar). Verder vergt dit de nodige voorbereidingen (qua zienswijzen, kabels en leidingen, etc.), waardoor uitvoering op verschillende vlakken vertraging op kan lopen. Tenslotte heeft ook deze keuze invloed op de mate waarin inwoners service ervaren vanuit de gemeente. Over het algemeen wordt omgekeerd inzamelen daarbij als minder prettig ervaren dan de mogelijkheid om aan huis (met een minicontainer) het restafval aan te bieden.

Rechtspraak bij dit artikel