Het college stelt de subsidie, na aanvraag vaststelling als volgt vast:
1. Voor wat betreft peuteropvang met VVE
a. Voor de specifieke groep en de schakelgroep
Voor de eerste 8 uur:
i. per (doelgroep)peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag: de maximale vergoedingsprijs – de ouderbijdrage
ii. per (doelgroep)peuter met recht op kinderopvangtoeslag: het koptarief
Voor het 9e tot en met 16e uur:
iii. per doelgroeppeuter: de maximale vergoedingsprijs.
b. Voor de combinatiegroep
Voor de eerste 8 uur:
i. per (doelgroep)peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag:
de maximale vergoedingsprijs – de ouderbijdrage
ii. per doelgroeppeuter met recht op kinderopvangtoeslag: het koptarief
Voor het 9e tot en met 16e uur:
iii. per doelgroeppeuter: de maximale vergoedingsprijs.
2. Voor wat betreft kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie
a. Voor kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag:
Het reguliere tarief – de ouderbijdrage x de uren opvang;
b. Voor kinderen van ouders met recht op kinderopvangtoeslag:
Het reguliere tarief – het maximum uurtarief x de uren opvang;
c. Per (her)indicatie ontvangt de houder een bijdrage van € 250,-.
Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.