Als basis voor de bepaling van de subsidie zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:

1. Voor wat betreft peuteropvang met VVE

a. De, door het college vastgestelde, maximum vergoedingsprijs voor de specifieke- , de combinatie- en de schakelgroep. Deze is opgebouwd uit het maximum uurtarief en het koptarief voor de bekostiging van het VVE deel.

b. De aanvulling van de ouderbijdrage tot het maximum uurtarief.

c. Het koptarief wordt gesubsidieerd voor peuters in de:

i. specifieke groep en de schakelgroep: alle (doelgroep)peuters

ii. combinatiegroep:

a. doelgroeppeuters

b. reguliere peuters van ouders die geen of voor minder dan 410 uur per jaar recht hebben op kinderopvangtoeslag

2. Voor wat betreft kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie

a. Het reguliere tarief dat de houder hanteert voor de specifieke locatie.

b. De ouderbijdrage wordt met subsidie aangevuld tot het reguliere tarief.

i. Indien het kind gebruik maakt van peuteropvang wordt voor alle uren een inkomensafhankelijke ouderbijdrage geïnd.

c. Voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag wordt het maximum uurtarief aangevuld tot het reguliere tarief.

d. De houder ontvangt per (her)indicatie een bijdrage van € 250,- als tegemoetkoming in de extra kosten voor begeleiding van ouders en kind en betrokkenheid bij de herindicatie.