**1..** Indien de belanghebbende een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, dan kan het terugvorderingsbesluit ten uitvoer gelegd worden door middel van:
- - verrekening met de maandelijks verleende bijstand op grond van artikel 60, lid 3 PW, danwel verrekening met de maandelijkse uitkering op grond van artikel 28, lid 3 van zowel de IOAW als de IOAZ; of
- - bij het ontbreken van deze mogelijkheid en nadat een dwangbevel is verzonden: een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479 g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, behoudens artikel 479e, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of
- - beslag in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**2..** In geval van beslaglegging en/of het inschakelen van een deurwaarder zoals vermeld in dit artikel, wordt de vordering verhoogd met de invorderingskosten en met de wettelijke rente. De invorderingskosten worden vastgesteld op 15% van de openstaande vordering met een maximum van € 375,00.