Het College van B&W besluit bij de voorbereiding van een beleidsvoornemen of participatie onderdeel uitmaakt van beleidsontwikkeling.
Participatie is in ieder geval verplicht, indien:
a. het redelijkerwijs is te verwachten dat bij de voorbereiding van een beleidsvoornemen de gevolgen voor de fysieke leefomgeving aanzienlijk zijn of aanzienlijk kunnen zijn;
b. (de verwachting is dat) het beleidsvoornemen een grote maatschappelijke impact heeft;
Het College van B&W kan besluiten om van participatie af te zien, indien:
a. inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
b. het beleidsvoornemen van ondergeschikte betekenis is, dan wel uitsluitend of hoofdzakelijk om juridisch-technische dan wel redactionele redenen plaatsvindt;
c. er sprake is van uitvoering van regelingen van hogere regelgeving waarbij de gemeenteraad weinig tot geen beleidsvrijheid heeft, of verzoeken of aanwijzingen van andere overheden worden opgevolgd;
d. de inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen al op een andere manier in een vroeg stadium bij de voorbereiding van het beleidsvoornemen zijn betrokken en voldoende aannemelijk is dat de gemeenteraad daardoor alle relevante belangen bij de afweging heeft kunnen betrekken;
e. het belang van participatie voor de besluitvorming over de uitvoering van een beleidsvoornemen volgens het College van B&W niet opweegt tegen het algemeen spoedeisend belang;
f. het belang van participatie niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad richting kwetsbare groepen in de samenleving.
Het College van B&W brengt het procesbesluit als bedoeld in het eerste lid ter kennis aan de gemeenteraad.
Artikel 3