De beleidslijn in voornoemde nota is opgesteld naar aanleiding van het Vitaliteitsonderzoek Verblijfsrecreatie, dat in 2019 voor de gehele Achterhoek is uitgevoerd.
De hoofdconclusies van het Vitaliteitsonderzoek zijn als volgt:
Algemeen: er is sprake van groeiende bezettingen.
Er is (beperkte) marktruimte in de categorie hotels/groepsaccommodaties. Met planvoorraad is deze al grotendeels ingevuld.
Er is geen marktruimte voor bungalowparken en campings. Alle vraag kan op bestaande terreinen geaccommodeerd worden; er is geen ruimte voor nieuwe initiatieven. Hoewel nu sprake is van een stabiele bezettingsgraad is sprake van een teruglopende vraag. Indien deze zich doorzet, zijn minder campings nodig. Een kans voor campings is het omzetten van jaarplaatsen/toeristisch kamperen naar verhuuraccommodaties.
Leefstijlen: het bestaande aanbod is met name geschikt voor verbindingszoeker, rustzoeker en harmoniezoeker. Nieuwe initiatieven voor deze doelgroepen voegen dus niets toe.
Er is behoefte aan vernieuwing t.b.v. de doelgroepen stijlzoekers, avontuurzoekers en plezierzoekers (mensen met hang naar luxe & comfort, interesse in grandeur & historie en die graag verrast willen worden) kortom accommodaties op een bijzondere locatie, met een eigentijdse inrichting, hoge servicegraad en bijzonder concept.
We moeten voorzichtig omgaan met het creëren van nieuw aanbod gezien verzadiging van de markt.
In het algemeen is de verblijfsrecreatiesector vitaal. Voor campings geldt dat hoewel sprake is van een teruglopende markt, de vitaliteit nu redelijk goed is maar ze zich wel meer moeten gaan onderscheiden.
In de beleidsnota Vrijetijdseconomie is met het oog op bovenstaande de volgende beleidslijn geformuleerd:
Hoewel er weinig marktruimte is, willen we blijven open staan voor nieuwe innovatieve ontwikkelingen, mits deze onderscheidend vermogen hebben en gericht zijn op de leisureleefstijlen stijlzoekers, avontuurzoekers, plezierzoekers (en in mindere mate inzichtzoekers).
We verlenen in principe alleen medewerking aan plannen die leiden tot toekomstgerichte vernieuwing van bestaande volwaardige recreatiebedrijven danwel die bestaande/leegstaande bebouwing een nieuwe functie kunnen geven op of in aansluiting van een bestaand erf, niet zijnde burgerwoning.
Toevoeging van bebouwing dient te worden gecompenseerd door sloop en daarmee kwaliteitverbetering op locatie of elders (volgens 1:2)
Toevoeging nieuwe eenheden uitsluitend indien bedrijfsmatige exploitatie wordt gewaarborgd; dit wordt middels een overeenkomst vastgelegd.
Geldende/gangbare ruimtelijke ordenings- en duurzaamheidsprincipes zijn van toepassing.
De aangenomen motie van de raad luidt als volgt:
In principe medewerking verlenen aan plannen die leiden tot ‘kwalitatieve’ toekomstgerichte recreatiebedrijven of bedrijfjes, zonder verdere aanvullende eisen; woonbestemmingen die geschikt zijn voor recreatieve doelen hiervoor ook in aanmerking te laten komen.
De raad geeft in haar toelichting aan met ‘kwalitatief, toekomstgericht’ te doelen op vernieuwend aanbod, afwijkend van wat er al is: “het doel van deze motie is dan ook dat kleine ondernemers en bijvoorbeeld particulieren met een stuk grond of grote schuren (van bijvoorbeeld voormalige agrariërs) een mogelijkheid krijgen om hier kwalitatieve, op de toekomst gerichte, recreatiemogelijkheden kunnen ontwikkelen. Dit houdt in dat we niet ‘meer’ van hetzelfde willen, maar frisse nieuwe ideeën welkom zijn en deze plannen in principe medewerking zullen krijgen. We willen kwalitatieve recreatie om verrommeling te voorkomen.”
Het college heeft bij raadsmedeling (80-2021) de raad toegezegd ieder plan op zijn eigen merites met inachtneming van ruimtelijk principes af te wegen, ook indien het een burgerwoning betreft. Mocht blijken dat aanvullende (beleids) regels nodig zijn, komt het college daar bij de raad op terug. Evaluatie van een groot aantal ingediende verzoeken gedurende het afgelopen jaar, heeft geleid tot het inderdaad stellen van aanvullende beleidsregels.