Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Mogelijkheden binnen huidig bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015

Onderdeel van Beleidsregels voor de ontwikkeling van verblijfsrecreatie

Recreatieterreinen zijn als zodanig bestemd; groepsaccommodaties en minicampings hebben een functie-aanduiding (specifieke vorm van recreatie). Hotels hebben een horeca-aanduiding categorie 4. T.a.v. kleinschalig kamperen (ook ten behoeve van camperplaatsen) kent het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 onder voorwaarden een afwijkingsmogelijkheid binnen de bestemming Agrarisch en Agrarisch met waarden. Hiervan hebben we de afgelopen periode met inachtneming van de uitkomsten van het vitaliteitsonderzoek geen gebruik gemaakt. In de beleidslijn zelf is niet met zoveel woorden aangegeven dat we geen medewerking verlenen aan nieuwe (mini)campings; dit is echter wel af te leiden uit de eerste bullit “hoewel er weinig marktruimte is, willen we blijven open staan voor nieuwe innovatieve ontwikkelingen”. Hieronder vallen geen (mini)campings of camperplaatsen gezien het gestelde in de hoofdconclusies van het onderzoek: “er is geen marktruimte voor bungalowparken en campings”. Overigens is dit ook niet wat we onder nieuw/innovatief verstaan. We leggen dit expliciet vast in de nieuwe beleidslijn. T.a.v. recreatiewoningen (dit kan ook een B&B zijn) biedt het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 bij agrarische- en woonbestemmingen de mogelijkheid voor de uitoefening van verblijfsrecreatie als nevenactiviteit: “alle vormen van verblijfsrecreatie, met uitzondering van het verblijf in kampeermiddelen, dienen in het hoofdgebouw plaats te vinden, met dien verstande dat het gebruik van één vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten behoeve van verblijfsrecreatie is toegestaan waarbij de exploitatie uitsluitend mag worden uitgeoefend door de hoofdbewoner en/of eigenaar”. Met deze regeling is verblijfsrecreatie bij agrarische- en woonbestemmingen bij recht toegestaan in het hoofdgebouw en in maximaal één vrijstaand bijbehorend bouwwerk (bestaand). Met deze regeling is beoogd dat vrijstaande bijbehorende bouwwerken getransformeerd kunnen worden tot vakantiewoning. Het bestemmingsplan regelt aanvullend dat het voor nevenactiviteiten gebruikte oppervlak maximaal 50% van de bestaande bebouwing mag bedragen, tot een absoluut maximum van 350 m2. Concluderend stellen we dat de huidige planregeling al in redelijke mate ruimte voor initiatief biedt binnen bestaande bebouwing. Bij initiatieven die niet binnen deze mogelijkheden passen, dienen we op basis van beleid te overwegen of we medewerking willen en kunnen verlenen. Dit doen we op basis van de volgende:

Rechtspraak bij dit artikel