Relatie cultuurhistorie- ruimtelijke ordening: erfgoed in context
Monumentenzorg omvat meer dan alleen het beschermen en instandhouden van objecten. In toenemende mate dringt het besef door dat in veel bredere zin rekening gehouden moet worden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Monumenten zijn namelijk, in welke aard dan ook, geen solitaire verschijningen. De omgeving waarin ze tot stand kwamen, de context, speelt een hoofdrol. Omgekeerd is het zo dat de ontwikkeling van de ruimte niet plaatsvindt op basis van een compleet lege ruimte die zonder meer nieuw is in te richten. Elk stukje grond in Halderberge heeft geschiedenis: er is sprake van een culturele biografie. Dit geldt voor de dorpen en het buitengebied. Het is de opgave om dit erfgoed te vertalen naar het ruimtelijke ontwikkelingsbeleid, waarbij de karaktertrekken worden gehandhaafd en waar nodig worden versterkt. Deze aanpak heeft diverse voordelen: een herkenbare eigen identiteit, een aantrekkelijk vestigings-en verblijfsklimaat en een toeristisch en cultureel profiel.
Modernisering Monumentenzorg
In de nota Ruimte stelt de rijksoverheid zich ten doel om ontwikkelingen te stimuleren die ruimtelijke kwaliteit opleveren. Een bouwsteen daartoe wordt in de nota Belvedère aangeduid: de cultuurhistorische identiteit mede richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van de ruimte. Zoals in hoofdstuk 3 is aangegeven vormt de verankering van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening een van de drie pijlers van het nieuwe monumentenstelsel dat door het project Modernisering Monumentenzorg gestalte moet krijgen. Door het verplicht stellen van een cultuurhistorische analyse bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt hier inhoud aan gegeven. De resultaten van het onderzoek dienen in het nieuwe bestemmingsplan verankerd te worden. Een tweede instrument dat in dit kader opgesteld gaat worden is een rijksstructuurvisie voor cultuurhistorie. Het is een basis voor het rijk om, indien een gemeente cultuurhistorische waarden niet zorgvuldig in de overwegingen voor een bestemmingsplan betrekt, reactief of proactief zijn standpunt aan te geven.
Ook de provincie Noord-Brabant heeft zich niet onbetuigd gelaten op het terrein van planologische monumentenzorg; de vervaardigde Cultuurhistorische Waardenkaart moge daarvan getuigen. Hebben rijk en provincie weliswaar een belangrijke sturende en richtinggevende taak, de uitvoering van cultuurhistorisch beleid zal voor een belangrijk deel op gemeentelijk niveau moeten plaatsvinden. Momenteel gebeurt dit in Halderberge alleen in beperkte mate binnen de kaders van de bestemmingsplannen. Overigens wil dit niet zeggen dat alles wat waardevol is, behouden kan en moet blijven. Beoogd wordt om cultuurhistorie een factor van afweging te laten zijn bij alle ingrepen in de ruimtelijke ordening. Ruimtelijke ontwikkelingen vragen om een continue en diepgaande aandacht voor de vormgeving. Ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van de plek zijn hierbij van essentieel belang.
Beschermingsinstrumenten
Naast het belang van het in beeld brengen van de aanwezige cultuurhistorische waarden in Halderberge, is het belangrijk de juiste instrumenten in te schakelen om de aanwezige waarden te beschermen en te versterken.
Voor de bescherming van waardevolle objecten en structuren bestaan een aantal instrumenten die met name van elkaar verschillen wat betreft de ingrijpendheid en de zwaarte van de bescherming. Het meest “zware” instrument voor het gemeentelijke erfgoedbeleid vormt de gemeentelijke monumentenlijst. Een gemeentelijke monumentenlijst biedt de gemeente de mogelijkheid om de objecten die qua architectuurhistorische waarden, cultuurhistorische waarden en gaafheid voor de identiteit, het karakter en de kwaliteit van de streek bepalend zijn, een juridisch beschermde status te geven.
Zoals al eerder is aangegeven is de laatste jaren de aandacht verschoven van vooral individuele beschermde monumenten naar de plaats die het object inneemt in het grotere geheel, de context. Deze veranderde kijk op monumenten is ook van invloed op de manier hoe omgegaan wordt met de bescherming van objecten. Ook de visie op het beschermen van objecten en structuren is met name de laatste jaren sterk veranderd. Waar men in het verleden vaak uitging van het “bevriezen” van een situatie, zoekt men nu vaak naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden voor objecten en waardevolle structuren. Cultuurhistorische waarden worden dan kansen en potenties voor nieuwe (ruimtelijke)ontwikkelingen.
Welstandnota
Een instrument om invulling te geven aan de gebieds -en contextbenadering voor het behoud van cultuurhistorische waarden vormt de Welstandsnota. Gemeente Halderberge heeft een welstandsnota vastgesteld die in 2008 is gewijzigd. De welstandsnota omschrijft de architectonische waarden van gebieden in de gemeente. Per gebied of object wordt beschreven op welk niveau getoetst moet worden. Een belangrijk doel van de welstandsnota is om de kwaliteit van de bebouwde omgeving op een hoog niveau te handhaven, zodat de kwaliteit van de leefomgeving behouden blijft.
In de welstandsnota wordt Halderberge verdeeld in 12 welstandsgebieden met elk hun eigen toetsingskader, "de gebiedscriteria". De toetsing van bouwplannen is hiermee al grotendeels vereenvoudigd ten opzichte van de periode vóór de inwerkingtreding van de welstandsnota. Kleine veel voorkomende bouwplannen zijn met de nieuwe regels vaker welstandsvrij. Voor 80% voldoen zij aan de sneltoetscriteria. Hierdoor kunnen de bouwplannen in veel gevallen door de medewerker bouw- en woningtoezicht worden afgehandeld en hoeven ze niet meer te worden voorgelegd aan Welstandzorg Noord-Brabant. De bouwvergunningprocedure verloopt in deze gevallen dus sneller.
Aan de hand van algemene criteria, gebiedscriteria, sneltoetscriteria en objectgerichte criteria worden bouwplannen getoetst. Tevens wordt bij de toetsing gekeken naar de waardering van de stedenbouwkundige opzet en de architectonische verschijningsvorm waarbij wordt ingezet op het behoud van de omschreven waarden. In de gebiedsomschrijving van het historisch dorpsgebied “Oudenbosch” wordt gesteld dat het historisch beeld vrijwel ongeschonden is en dat de hoge dichtheid van de bebouwing en het aaneengesloten gevelbeeld de dorpskern een stedelijke allure geeft. Het omschreven historische en stedelijke beeld is waardevol. Deze waarde vertaalt zich in een streng welstandsniveau wat gericht is op, “het behouden en versterken van de diversiteit van de bebouwing en de maat en schaal van de gebouwen in het historische straatbeeld”. Andere voorbeelden van gebieden met een streng welstandsniveau zijn de historische bebouwingslinten van Oudenbosch, Hoeven, Bosschenhoofd, Oud Gastel en Stampersgat. Tevens krijgen de historische dorpskernen van Hoeven en Oud Gastel een streng welstandsniveau.
Het verdient aanbeveling om te bezien in hoeverre deze gebieden door de welstandsnota afdoende worden beschermd, zodat het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden voldoende gewaarborgd is. Mocht dit niet het geval zijn, dan zijn er andere (zwaardere) instrumenten zoals het “beschermde dorpsgezicht” die de bescherming kunnen “waarborgen”.
Beschermd dorpsgezicht
Bepaalde ensembles, zoals dorpspleinen of straatbeelden, kunnen zo karakteristiek en uniek zijn dat deze als geheel bescherming behoeven. Het gaat dan in de eerste plaats om het ensemble en niet om de individuele objecten. Het predicaat “beschermd dorpsgezicht” betekent geenszins dat de huidige bebouwing van een gebied bevroren dient te worden. Een dorp is immers voortdurend aan verandering onderhevig. Wel wordt het veranderingsproces in een beschermd dorpsgezicht zorgvuldig “begeleid” en vindt er een gedegen toetsing plaats ten behoeve van het behoud van cultuurhistorische waarden.
In de periode 2003-2004 heeft er een discussie gespeeld over het aanwijzen van het centrum van Oudenbosch tot rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht. Uiteindelijk heeft de aanwijzing niet plaatsgevonden omdat de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg vond dat de kenmerkende structuur dusdanig was “gewijzigd” dat het voor een rijksbescherming niet meer in aanmerking kwam.
Gevelwandbescherming
Een ander instrument naast het Beschermde dorpsgezicht en de Welstandnota is de zogenaamde “gevelwand bescherming”. Valt in een beschermd dorpsgezicht veelal de gehele buitenzijde van een object binnen de bescherming, bij een “gevelwandbescherming” geldt de bescherming alleen voor de (voor)gevelwand. Bij gevelwanden gaat het om een groep van gevels die voor bescherming in aanmerking komt. Deze groep van gevels kan worden beschermd via de gemeentelijke monumentenverordening.
Beeldbepalende panden
Zoals in hoofdstuk 5.2 is aangegeven is er een groot aantal (ongeveer 400) cultuurhistorisch waardevolle objecten in de gemeente die geen beschermde status hebben zoals rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Veel van deze objecten komen voor op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. Het ontbreken van een beschermde status kan consequenties hebben voor het behoud van de waarde van deze panden. In de eerste plaats is de dreiging van sloop voortdurend aanwezig. In de tweede plaats is de vrijstelling van voorschriften in het kader van het Bouwbesluit zoals dit voor aangewezen monumenten geldt, voor deze panden niet van toepassing. Dit betekent dat de voorschriften met betrekking tot bijvoorbeeld de hoeveelheid lichttoetreding, de deurhoogtes en brandveiligheid voor deze panden nog steeds van toepassing zijn. Bij een verbouwing is er geen juridische grond om af te wijken van deze voorschriften indien door de geëiste maatvoeringen de architectuurhistorische waarden aangetast zouden worden. Naast de knelpunten met betrekking tot de toetsing en de dreiging van sloop is er tevens geen duidelijk beoordelingskader op basis waarvan wijzigingsplannen voor deze objecten beoordeeld moeten worden. Dienen plannen met betrekking tot deze objecten aan de gemeentelijke monumentencommissie voorgelegd te worden? En zo ja, op welke manier toetst de monumentencommissie dan?
Een mogelijkheid om het behoud van deze categorie panden meer juridisch te verankeren is het aanwijzen van deze panden als beeldbepalende panden. Omdat bij het merendeel van deze panden het oorspronkelijke historische materiaal door verbouwingen en te ver doorgevoerde restauraties is verdwenen, gaat het bij deze panden met name om de beeldkwaliteit en het behoud van de bouwmassa. Om behoud van bouwmassa / bouwvolume te garanderen zouden de beeldbepalende panden opgenomen kunnen worden in het bestemmingsplan waarbij sloop via een aanlegvergunningenstelsel is geregeld. De Welstandsnota zou als toetsingskader voor het beoordelen van wijzigingsplannen kunnen dienen. Aanbevolen wordt om te bezien of het wenselijk is om aanvullende welstandcriteria op te stellen die afgestemd zijn op de karakteristiek en waarde van deze categorie objecten. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan streekeigen welstandscriteria voor boerderijen (buitengebied).
Behoud door ontwikkeling
Onze leefomgeving verandert voordurend. Met het veranderen van onze maatschappij veranderen ook leefstijlen en ruimtegebruik. Daarmee ontwikkelt zich dus ook de manier waarop we onze historische omgeving gebruiken. Dit heeft gevolgen voor gebouwen, complexen, terreinen en landschappen, die hun functie en daarmee hun gebruik kunnen verliezen. Wanneer vervolgens het verval toeslaat, kunnen belangrijke cultuurhistorische waarden verloren gaan.
Nota “Belvedere”
In 1999 hebben de vier ministeries VROM, OCW, LNV en V&W de nota “Belvedere” opgesteld. In deze nota geven de ministeries aan dat zij streven om cultuurhistorie meer te betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er is daarmee een duidelijke verschuiving in de aandacht van alleen het object naar het object én de omgeving als één geheel. De strategie die hierbij past is die van “behoud door ontwikkeling”. In deze nieuwe ontwikkelingsgerichte strategie vormt de cultuurhistorie uitgangspunt voor ruimtelijke planvormingsprocessen. Met een tweeledig doel: verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en behoud van het cultuurhistorisch erfgoed.
Voor het gemeentelijk beleid ligt hierin een grote uitdaging. Cultuurhistorische waarden vormen een inspiratiebron om bij toekomstige ruimtelijke planontwikkeling op voort te bouwen. Dit laatste vormt ook een uitdaging voor de creativiteit van ontwerpers. Anders dan vaak gedacht wordt betekent monumentenzorg niet het bevriezen van een bepaalde (historische) toestand. Om objecten of cultuurhistorisch waardevolle structuren te behouden voor de toekomst is het (her)bestemmen van essentieel belang. In veel gevallen betekent dit ook een (door)ontwikkeling. Om dit te realiseren is samenwerking tussen de verschillende beleidsterreinen van essentieel belang: ruimtelijke ordening, economie, volkshuisvesting en cultuur. In veel gevallen dragen cultuurhistorische waarden bij aan het verhogen van de kwaliteit en het bereiken van doelstellingen van projecten. Vormgeving met respect voor de cultuurhistorie vergroot de kwaliteit van de inrichting van Halderberge.
Herbestemmen
In hoog tempo worden grootschalige monumenten zoals kerken, fabrieken, kazernes en andere belangrijke beeldbepalende gebouwen en cultuurlandschappen bedreigd. Uit de studie “De Oude Kaart van Nederland” van de voormalige Rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed blijkt dat leegstand, ondanks dat Nederland een klein land is met een hoge ruimtedruk, een steeds groter maatschappelijk probleem wordt.
Een belangrijke oplossing om dit groeiende probleem tegen te gaan is herbestemming. Herbestemming betekent feitelijk: zoeken naar nieuwe functies, zodat een gebouw, complex of terrein van duurzaam nut kan zijn voor haar gebruikers. Er moet dus sprake zijn van passend gebruik om het in stand te houden. Hiervoor kunnen bepaalde ingrepen in de bestaande situatie nodig zijn. In zijn beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg geeft minister Plasterk aan dat herbestemming een van de drie pijlers is van het nieuwe erfgoedbeleid.
Ook in Halderberge is het herbestemmen van (cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen een actueel onderwerp. De verwachting is dat de komende vijf tot tien jaar een aantal objecten met een religieuze functie (kerken en kloosters) zijn oorspronkelijke functie zal verliezen. De betrokkenheid van de gemeente Halderberge is hierbij van belang om het behoud van cultuurhistorische waarden na te streven. Dat hier ook duidelijke kansen liggen voor andere beleidsterreinen wordt in de Structuurvisieplus benadrukt. Volgens dit document zijn scholen, sportvoorzieningen, gemeenschapsgebouwen onmisbaar voor het goed functioneren van de leefgemeenschappen. Daarom zal voor nu en de toekomst ruimte moeten worden gereserveerd om deze activiteiten te doen plaatsvinden. Daarin kunnen de vele cultuurhistorisch waardevolle panden in de gemeente een duidelijke rol krijgen. In dit verband kan bijvoorbeeld genoemd worden het klooster “Bovendonk” wat voor een deel een andere bestemming heeft gekregen (conferentiecentrum).
Cultuurhistorische verkenning en Cultuurhistorische Effectrapportage
Instrumenten om tot waardebepaling te geraken voor cultuurhistorie in de ruimtelijke context zijn cultuurhistorische verkenningen en cultuurhistorische effectrapportages. Waar het bij cultuurhistorische verkenningen om gaat is om vanuit een analyse van de historische ontwikkeling van een gebied duidelijk te maken welke waarden bepalend zijn voor de specifieke kwaliteit van het gebied. Daarnaast wordt aangegeven welke kansen en risico's bij verdere ontwikkeling aan de orde zijn. Een cultuurhistorische effectrapportage (CHER) is een onderzoek naar een gebied, waarbij de geschiedenis en transformatie van de landschappelijke of stedenbouwkundige elementen, de verkaveling, de infrastructuur, de bebouwing en andere ruimtelijke aspecten in beeld worden gebracht en aan een “cultuurhistorische waardestelling“ worden onderworpen. Deze waardestelling kan vervolgens als onderlegger of als toetsingskader gebruikt worden bij het opstellen van een beheers-, bouw- of herinrichtingsplan. Bij ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen (ontwikkeling centrum Oudenbosch en Oud-Gastel) waarbij historische stedenbouwkundige structuren een rol spelen kunnen de twee genoemde instrumenten inzicht en informatie verschaffen die bij de besluitvorming van belang zijn.
Beleidsvoorstellen en acties
Aanwijzen van beeldbepalende panden.
Opstellen van streekeigen welstandscriteria voor beeldbepalende panden.
De Welstandsnota en de bestemmingsplannen inzetten voor het behoud van ruimtelijke cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren.
Bij ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen Cultuurhistorische verkenningen en Cultuurhistorische effectrapportage (CHER) opnemen als randvoorwaarde in (ruimtelijke) planontwikkeling om effecten te kunnen beoordelen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3
HALDERBERGE IN BEWEGING - ERFGOED EN RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN
Onderdeel van Inspirerend Verleden Beleidsnota Cultureel Erfgoed Halderberge