Bij de invordering van de volgende belastingen en rechten wordt geen kwijtschelding verleend:

A. haven-, kade- en opslaggeld;

B. begraafrechten;

C. leges;

D. toeristenbelasting;

E. reclamebelasting;

F. parkeerbelasting;

G. precariobelasting;

H. onroerende-zaakbelastingen als bedoeld in artikel 5, lid 1, onderdeel a en onderdeel b, subonderdeel ii (Niet-woningen) van die verordening;

I. rioolheffing als bedoeld in artikel 7, lid 1 (Eigenaren), lid 2, onderdeel b en 3 (Grootverbruik) van die verordening.