1.. Verstrekking van subsidie als bedoeld in artikel 4 naar aanleiding van de initiële aanvraag vindt plaats in de volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor deze subsidie vastgestelde plafond bereikt is.

2.. Bij de rangschikking kent het college punten toe aan de hand van de volgende beoordelingscriteria en tot het daarbij vermelde maximum aantal punten:

  • - De mate van recente ervaring met het aanbieden van voorschoolse educatie en hoe recent die ervaring is opgedaan (max 10 punten);
  • - De mate van bijdrage aan een gespreid aanbod van voorschoolse educatie over de stad Amersfoort (max 10 punten);
  • - Op welke wijze de pedagogisch beleidsmedewerker bedoeld in artikel 2a van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie ingezet wordt (max 10 punten);
  • - De mate waarin uit de visie op voorschoolse educatie en uit de beschreven implementatie ervan blijkt op welke wijze de voorschoolse educatie (incl. v.e.-programma en kindvolgsysteem):
    • - kinderen voorbereidt op de basisschool;
    • - het spelend leren van de kinderen faciliteert;
    • - afgestemd kan worden op de behoeften van elk kind;
  • - een doorgaande ontwikkellijn mogelijk maakt (max 20 punten);
  • - Op welke wijze de subsidieaanvrager het ouderbeleid en de subdoelen ervan invult (max 10 punten);
  • - Op welke wijze de subsideaanvrager het opleidingsbeleid invult (max 10 punten);
  • - Op welke wijze de subsidieontvanger samenwerking met relevante partners invult (max 10 punten);
  • - Op welke wijze een behoefte aan extra ondersteuning bij kinderen wordt gesignaleerd en hoe deze kinderen indien nodig doorgeleid worden naar externe zorg (max 10 punten);
  • - Op welke wijze de subsidieaanvrager zich inspant om te zorgen dat kinderen van het gehele aanbod gebruik maken, wat betreft de toeleiding als de aanwezigheid van het aanbod (max 10 punten).