1.. De subsidieontvanger stelt voorschoolse educatie beschikbaar gedurende ten minste 40 weken per jaar, en per week ten minste gedurende 16 uren verdeeld over ten minste 3 werkdagen.

2.. Het aantal dagdelen waarop de subsidieontvanger voorschoolse educatie aanbiedt aan een niet-vve-geïndiceerd kind bedraagt de helft van het aantal dagdelen waarop de subsidieontvanger voorschoolse educatie aanbied aan een vve-geïndiceerd kind, waarbij het aantal dagdelen voor een niet-vve-geïndiceerd kind naar beneden wordt afgerond op hele dagdelen.

3.. Indien er sprake is van een wachtlijst voor toegang tot een v.e.-groep geeft de subsidieontvanger voorrang aan een vve-geïndiceerde kind.

4.. De subsidieontvanger evalueert jaarlijks de gegevens uit het kindvolgsysteem en deelt de geanonimiseerde geaggregeerde gegevens en de bevindingen in de ‘kwaliteitsdialoog vve’.

5.. De subsidieontvanger neem tweemaal per jaar deel aan de ‘kwaliteitsdialoog vve’.

6.. In aanvulling op artikel 14 van de Asv informeert de subsidieontvanger de gemeente zo snel mogelijk over wijzigingen in de subsidiabele activiteiten, of omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat niet voldaan kan worden aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

7.. De subsidieontvanger levert per kwartaal de voor de Peutermonitor benodigde gegevens aan zoals benoemd in bijlage 2.

8.. De subsidieontvanger neemt deel aan de Verwijsindex Eemland.

9.. De subsidieontvanger neemt ieder kwartaal deel aan overleg met de gemeente over de voortgang van de voorschoolse educatie.

10.. De subsidieontvanger werkt mee aan de totstandkoming en uitvoering van Amersfoortse resultaatafspraken voor de voorschoolse educatie;

11.. De subsidieontvanger vraagt van de ouders van een vve-geïndiceerd kind die recht hebben op kinderopvangtoeslag een eigen bijdrage conform het uurtarief bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a. van het Besluit kinderopvangtoeslag.

12.. De subsidieontvanger vraagt van de ouders van een kind dat deelneemt aan voorschoolse educatie en die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag een eigen bijdrage op grond van de tabel in bijlage 3.

13.. De subsidieontvanger rapporteert aan het eind van elk kwartaal aan het college over:

  • - het aantal v.e.-groepen;
  • - het aantal deelnemende v.e.-geïndiceerde kinderen per v.e.-groep, en;
  • - het aantal deelnemende kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag per v.e. groep, en welk aantal daarvan v.e.-geïndiceerde kinderen betreft.