Met waterrobuustheid dringen we het water terug waar het moet, maar geven we water ook de ruimte waar het kan. Dit betekent dat het vaker voorkomt dat er door hevige neerslag water op straat of op aangewezen (groene) plekken in de openbare ruimte staat. Samen met het hoogheemraadschap maken we ons sterk voor het behoud van veilige dijken, maar de regie hiervoor ligt vooral bij het hoogheemraadschap, de provincie en het Rijk. Wij zetten ons in om wateroverlast door neerslag te beperken. Een belangrijk principe hierbij is hemelwater opvangen waar het valt. We volgen daarvoor de drietrapsstrategie: vasthouden, bergen en afvoeren (figuur 4). Water vasthouden doen we voor de korte termijn, zoals in een wadi of op straat. Daarna kan het water infiltreren in de bodem of afgevoerd worden. Het bergen van water doen we voor de langere termijn, zoals in een waterberging en oppervlaktewater. Belangrijk is om daarbij de sponswerking van de polder te vergroten en te behouden op plekken zoals het open agrarische landschap. De laatste stap is het water afvoeren, dit kan via een hemelwaterriool of oppervlaktewater. Er zijn ook plekken waar we het water niet willen, zoals in huis en in verkeerstunnels. Het doel is daarom het beperken van schade aan gebouwen en infrastructuur.
Figuur 4: de drietrapsstrategie; vasthouden, bergen en afvoeren (bron: waterbeleid voor de 21ste eeuw)
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.3
Een waterrobuuste leefomgeving
Onderdeel van Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer