Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7 › Paragraaf 7.6

Artikel 7.6.1

Archeologie

Onderdeel van Beleidsnota cultuurhistorie gemeente Diemen

Het voeren van archeologiebeleid leidt tot een academische paradox. Iedere archeoloog (wetenschapper) wil het bodemarchief liefst in ongestoorde toestand in de bodem laten rusten. Dit omdat een opgraving altijd het definitieve einde van de situatie betekent. Met het verwerven van de kennis door een opgraving wordt tevens het bodemarchief voorgoed vernietigd. Doordat door het toenemend gebruik van de ruimte steeds meer bebouwing een aantasting van het bodemarchief betekent en de archeoloog aan de andere kant ook nieuwsgierig is naar het archief waarvan alleen het bestaan wordt vermoed, wordt tegenwoordig veel opgegraven. Een opgraving leert ons over het verleden van Diemen. Door die kennis breed te verspreiden kan de belangstelling voor het verleden worden aangewakkerd en vergroot. Aan de andere kant kan naderhand, als de put weer is gesloten, op moderne wijze worden getracht de opgedane kennis via digitale weergave aanschouwelijk te maken voor bezoekers. In de Belgische plaats Ename, is op voortreffelijke wijze archeologische kennis via computersimulatie voor een groot publiek onsloten.

Rechtspraak bij dit artikel