Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7 › Paragraaf 7.6

Artikel 7.6.2

Archeologie in de planontwikkeling

Onderdeel van Beleidsnota cultuurhistorie gemeente Diemen

Opgravingsput aan de Overdiemerweg, gezien vanuit het zuidoosten, met resten van een twaalfde-eeuwse boerderij. Op de voorgrond een deel van een vlecht- werk wand (Bron: Stedelijk Beheer Amsterdam, afdeling Archeologie - W. Krook) Bij de voorbereiding van de implementatie van het Verdrag van Valletta in de Nederlandse wetgeving werd tot voor kort gestreefd naar het invoeren van een archeologievergunningenstelsel. Volgens de huidige stand van zaken komt er echter geen aparte archeologievergunning. Afweging van het belang van archeologisch erfgoed zal plaats moeten vinden binnen de ruimtelijke ordening. Uitgangspunt daarbij is dat archeologie één van de onderwerpen is waarover in het kader van planvorming door middel van vooronderzoeken informatie verzameld moet worden. Ook bij het verlenen van medewerking aan de ontwikkeling van ruimtelijke plannen van derden toetsen burgemeester en wethouders deze aan de consequenties voor het bodemarchief. Indien archeologie vroegtijdig in het planproces wordt meegenomen en integraal onderdeel uitmaakt van de planontwikkeling, worden vertragingen en onnodige kosten voorkomen en kunnen opgravingen worden voorkomen. Het ligt in de bedoeling dat de provincie een kaart samenstelt waarop de archeologische attentiegebieden staan, dat wil zeggen de gebieden waarbinnen bij planvorming rekening moet worden gehouden met archeologische waarden. Aangezien dit in het uiterste geval kan leiden tot het aanwijzen van (vrijwel) het gehele gemeentelijke grondgebied, is een attentiekaart samengesteld, gebaseerd op de gegevens van de Archeologische Monumentenkaart (de AMK), die ook in de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is verwerkt, aangevuld met enkele belangrijke archeologische verwachtingsgebieden in Diemen. Deze kaart maakt een genuanceerd en afgewogen gemeentelijk archeologisch-ruimtelijk beleid mogelijk (zie bijlage B). De gemeente zal plannen toetsen aan de archeologische beleidskaart voor Diemen en zal besluiten tot het wel of niet doen van onderzoek. Met name bij bouwplannen die in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd, zal vooraf de archeologiekaart worden geraadpleegd. Daarnaast zal de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen vooraf een archeologische inventarisatie laten verrichten met als doel om gevonden resultaten zo mogelijk te integreren in de ruimtelijke plannen. Er zijn in het geval van het aantreffen van belangrijke archeologische waarden vier mogelijkheden: Het plan wordt aangepast en de archeologische waarden blijven in de bodem behouden. Het terrein wordt beschermd door plaatsing op de lijst van beschermde archeologische monumenten. Als de aanwezigheid van archeologische waarden onduidelijk is kan worden volstaan met archeologisch toezicht tijdens de werkzaamheden. Indien er geen andere opties zijn, kan worden besloten tot een opgraving. Bij grotere ontwikkelingsplannen kunnen combinaties van bovenstaande mogelijkheden voorkomen. De verwachting is dat het verdrag van Valetta in de Nederlandse wetgeving niet voor 2005 zal zijn geëffectueerd. Pas dan zal de Monumentenwet worden aangepast voor een nieuw instandhoudingregime en voor een nieuw archeologieregime. Het gemeentebestuur heeft het voornemen die ontwikkelingen af te wachten en pas na verschijning in de Staatscourant haar beleid daarop aan te passen. Tot dat moment zal archeologie zorgvuldig worden betrokken in de voorbereiding van ruimtelijke ingrepen.

Rechtspraak bij dit artikel