Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.1

Diemerpolder

Onderdeel van Waterplan Diemen 2010-2028

Algemeen De Diemerpolder wordt begrensd door het Amsterdam-Rijnkanaal (noordzijde), de Weespertrekvaart (zuidzijde) en de Diem (oostzijde), ze valt in haar geheel binnen de gemeente Diemen. Aan de westzijde grenst de polder aan de Watergraafsmeer. De ligging van de Diemerpolder wordt weergegeven in figuur 3.1. De Diemerpolder heeft grotendeels een stedelijke bestemming, maar ook de functies landbouw en natuur komen voor. Het oppervlak van de Diemerpolder bedraagt 329 ha. Tussen 1882 en 1892 werd het Merwedekanaal gegraven. Hierdoor werd de oorspronkelijke polder in tweeën gesplitst, maar beide helften bleven verbonden door een grondduiker. In 1935 werd het Merwedekanaal verbreed en omgedoopt tot het Amsterdam-Rijnkanaal. De grondduiker verdween, waardoor het noordelijk deel werd afgesneden van de polder en zo ontstond de huidige Diemerpolder. Tot in het begin van de 20e eeuw was de polder voornamelijk agrarisch ingericht. In de 20e eeuw werden de ringspoorbaan (1934), het sportpark (1960) en het woongebied (1965-1975) aangelegd. Figuur 3.1 Diemerpolder Grondgebruik De Diemerpolder bestaat voornamelijk uit stedelijk gebied. In de zuidoosthoek ligt sportpark de Diem van ca. 15 ha. In de noordwesthoek komt bos in bebouwd gebied voor (ca. 4 ha). Bij het gemaal liggen graslanden (ca. 10 ha). In de polder komt ongeveer 10 ha (3 %) open water voor. Van het totale gebied is ongeveer 125 ha (38 %) verhard. De functies die toegekend zijn aan de Diemerpolder zijn stedelijk, recreatie (extensief en intensief) en landbouw. Bodemsoorten De ondergrond van de Diemerpolder is veen (waardveengronden en weideveengronden) en is veel ingeklonken. De bebouwde terreinen zijn opgehoogd met zand. Maaiveldhoogten De maaiveldhoogte in de Diemerpolder ligt globaal tussen de NAP 0 m en NAP -2 m. De terreinhoogte van de straten bedraagt rond NAP -0,95 m (o.b.v. putdekselhoogten gemeente Diemen). De berekende gemiddelde maaivelddaling over 31 jaar (historische data uit 1973) voor de Diemerpolder is 2,2 cm/jaar. De betrouwbaarheid van de berekening is echter beperkt als gevolg van de zeer beperkte dekking van de historische gegevens. Watersysteem Peilen en peilvakken De Diemerpolder bestaat uit één peilgebied. Daarnaast komen er nog 2 peilafwijkingen voor. Er wordt een zomerpeil van NAP -1,89 m en een winterpeil van NAP -1,95 meter gehanteerd. Het peilbesluit van Diemerpolder is vastgesteld in 1955 en daarmee sterk verouderd. In dit peilbesluit wordt alleen het zomerpeil genoemd. In praktijk wordt door de gemeente een peil van NAP - 1,90 meter gehanteerd. Het water wordt op peil gehouden door het gemaal (50 m3/min) dat water op de Diem uitslaat. Tabel 3.1 Peilgebieden, actuele peilen (m+NAP) en drooglegging (m) in de Diemerpolder Peilvak-nummer Naam Type Peil 75-1 Bemalen peilgebied Peilvak ZP: -1,89/WP -1,95 75-1-1 Sportpark De Diemen Peilafwijking JP: -2,40 75-1-2 AGO-Pantar terrein Peilafwijking JP: -2,15 75-1-3 Ringvaart Peilafwijking JP: -0,40 In figuur 3.2 zijn de bij het poldergemaal gemeten waterpeilen weergegeven. Uit figuur 3.2 blijkt dat het peil zich grofweg tussen NAP -1,90 m en NAP -2,05 m beweegt. Het peil ligt ’s zomers vaak 5-10 cm hoger dan in de winter. Dit gemaal is in beheer van de sector Afvalwater van Waternet en er is sinds begin 2004 geen registratie van het peil en de draaiuren bij dit gemaal. Figuur 3.2 Waterpeil, gemeten bij het poldergemaal Diemerpolder Het functioneren van het watersysteem wordt in figuur 3.3 schematisch weergegeven. Figuur 3.3 Schematische weergave van de afvoerrelatie in de Diemerpolder Op de Diemerpolder wordt op 2 plaatsen water ingelaten. Vanuit de Diem direct ten zuiden van Rijksweg A1 (ø 315) en een tweesprong vanuit de Ringvaart in het noordoosten van de polder bij de Ouddiemerlaan (ø 250 en 160). Het water stroomt via de hoofdwatergangen naar de meest oostelijke hoek waar het water wordt uitgeslagen op de Diem. Het gemaal van de Diemerpolder heeft een capaciteit van 50 m3/min. In het gebied komt een onderbemaling en een opmaling voor. Deze zorgen voor de handhaving van de peilen van niet direct bemalen peilgebieden (peilvak 75- 1-1 en 75-1-2). De Ringvaart in het westen is afgesloten van de Weespertrekvaart en wordt nu met een opvoergemaal vanuit en een aflaat naar het hoofdvak op peil gehouden. Hierdoor ontstaat een circulatiesysteem in de singels van Diemen. Grondwater De Diemerpolder is vrijwel kwelneutraal. De berekende gemiddelde infiltratie voor Diemerpolder bedraagt 0,2 mm/dag (Royal Haskoning, 2007). Op de grens met de Watergraafsmeer, ter hoogte van de A10, komt redelijk sterke infiltratie voor. Langs de Diem treedt lichte kwel op als gevolg van de hogere waterstand in de Diem. Waterketen De Diemerpolder is deels verbeterd gemengd, deels gescheiden gerioleerd. Overstortend afvalwater komt via een bergbezinkbassin in het oppervlaktewater terecht. Binnen Diemen bevinden zich twee overstortlocaties, namelijk bij de Willem de Zwijgerlaan en bij Buitenlust. De gemiddelde hoeveelheid overstortend water (o.b.v. metingen in 4 jaar) is 6500 m3 per jaar (bron: gemeente Diemen, 2008). In de woonwijk Diemen-Noord in de Diemerpolder wordt ca. 1000 m3 drinkwater per dag aangevoerd (bron: Waternet, sector drinkwater, 2008). Via de riolering wordt ook ca. 1000 m3 afvalwater per dag afgevoerd (bron: gemeente Diemen, 2008). Dit betekent dat het rioleringsstelsel van Diemen-Noord naar behoren functioneert. Er stroomt geen hemelwater het riool in en ook stroomt er geen rioolwater het oppervlaktewater in. Diemen-Noord heeft volgens de gemeente Diemen 6.792 inwoners. Het gemiddelde gebruik aan drinkwater ligt op 146 l/inwoner/dag en is hiermee hoger dan het gemiddelde gebruik in Nederland (120 l/inw/d). De indeling in de rioleringsgebieden is weer gegeven in bijlage 2. Waterbalans Het waterschap heeft voor de polder een waterbalans opgesteld. De waterbalans is met name gekalibreerd op de maalstaten van de gemalen in de Diemerpolder. Uit de waterbalans van de Diemerpolder komt naar voren dat er ca. 4000 m3 water per dag extra nodig is, om de balans sluitend te krijgen. Dat is dermate hoog dat er een extra inlaatbron verwacht wordt in de polder. Dit wordt toegeschreven aan het door een particulier inlaten van water in het noordoosten van de Diemerpolder. De berekende hoeveelheid bemaling komt, met de extra inlaat, redelijk goed overeen met de werkelijke hoeveelheid bemaling. Over de werkelijke hoeveelheid inlaat is weinig bekend. De belangrijkste conclusie die uit de waterbalans volgt is dat er grote hoeveelheden water worden ingelaten in de Diemerpolder. Voor het watersysteem lijkt de constante aanvoer van deze hoeveelheid inlaatwater niet nodig. Waterkwaliteit en ecologie Metingen waterkwaliteit Van de waterkwaliteitsmeetpunten in de Diemerpolder zijn er 10 punten tussen 1994 en 2007 bemonsterd. Deze kwaliteitsmeetpunten zijn verspreid over de polder. De periode van bemonstering verschilt per meetpunt. De meetlocaties van het waterschap zijn opgenomen in de kaart in bijlage 2. De chlorideconcentratie in de polder is slechts bij 3 meetpunten geregistreerd en is gemiddeld 120 mg/l. Dit gemiddelde ligt onder de MTR-waarde (norm van het Maximaal Toelaatbaar Risico) van 200 mg/l. Opvallend is dat de concentratie P-totaal ten noorden van de A1 lager is dan ten zuiden van de A1. Ten noorden van de A1 ligt de concentratie rond de 0,3 mg/l, ten zuiden van de A1 ligt de concentratie rond de 0,7 mg/l. Zowel ten noorden als ten zuiden van de A1 ligt de concentratie P-totaal boven de MTR-waarde van 0,15 mg/l. De metingen van de punten ten noorden van de A1 zijn uitgevoerd in 2007. De metingen van de punten ten zuiden van de A1 zijn uitgevoerd in 1997 en 2007. De concentratie N-totaal in de polder is redelijk constant, met ’s zomers vaak iets lagere concentraties dan ’s winters. Gemiddeld ligt de concentratie N-totaal rond 2,7 mg/l en dus boven de MTR-waarde van 2,2 mg/l. De waterkwaliteit in de Diemerpolder is hiermee zoet en voedselrijk te noemen. Incidenteel worden koper- en/of zinkconcentraties waargenomen boven de MTR-waarde (norm van het Maximaal Toelaatbaar Risico) van respectievelijk 3,8 µg/l voor koper en 40 µg/l voor zink. Gemiddeld liggen beide concentraties onder de genoemde MTR-waarden. In figuur 3.4 staan de uitkomsten van de metingen bij het gemaal Diemerpolder in 2007 Figuur 3.4 Waterkwaliteit DMP001, bij gemaal Diemerpolder Ecologie Stedelijk gebied De ecologie in de Diemerpolder is in 2003 en 2007 op 5 meetpunten getoetst volgens het door Waternet ontwikkelde Praktisch Ecologisch Beoordelings Systeem (PEBS). Dit systeem is gebaseerd op de aanwezige vegetatie en macrofauna en het beheer, inrichting, beleving en emissie van de betreffende watergang. In 2003 werden op twee locaties submerse- of drijfbladvegetatie aangetroffen. In 2007 waren dat drie locaties. Twee van de vijf locaties hadden in 2003 een harde oever, de andere drie waren licht beschoeid. In 2007 waren vier van de vijf oevers licht beschoeid en was er op één locatie een natuurvriendelijke oever. Veel meetpunten scoorden slecht tot matig voor één van de onderdelen van de PEBS. Dit komt over het algemeen door de afwezigheid van submerse en/of drijfbladvegetatie, monotone en weinig oevervegetatie, waarin voornamelijk riet dominant is, of de aanwezigheid van bijna 100% bedekking met kroos. Op alle meetpunten is weinig bagger aanwezig. Dominante macrofyten soorten voor de meetpunten in de Diemerpolder zijn kroos, riet en harig wilgenroosje. Kenmerkende macrofyten soorten voor de meetpunten in de Diemerpolder zijn kroos, liesgras en grof hoornblad. Deze soorten zijn kenmerkend voor voedselrijk water (bron: notitie Ecologie Bijlmerring, 2008). Landelijk gebied In het landelijk gebied worden de watergangen geïnventariseerd op macrofyten en getoetst aan de normen volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW) van de Europese Unie. In de Diemerpolder zijn in 2005 19 opnamen van macrofyten uitgevoerd. Volgens de toetsing van de Kaderrichtlijn Water scoren 7 van de 19 opnamen slecht, 9 scoren ontoereikend en 3 scoren er matig. Op de locaties die slecht en ontoereikend scoren komen weinig submerse, voor de Kaderrichtlijn Water relevante soorten voor in de opnamen. Veel soorten die voorkomen zijn vrij algemeen voorkomende soorten. Ook kijkt de Kaderrichtlijn Water naar de begroeiing van emerse vegetatie. Met name wordt gekeken naar het aandeel begroeibaar areaal. Er komen in de Diemerpolder veel verschillende soorten emerse vegetatie voor maar niet met hoge bedekkingspercentages. De matig scorende opnamen scoren voornamelijk hoog op de abundantie van de verschillende groeivormen. Ze scoren hoog op submerse vegetatie, emerse vegetatie en drijfblad vegetatie. Er komt geen flab (draadwieren) op deze opnamen voor, maar wel kroos. Ook is de variatie (het aantal soorten) erg laag, waardoor deze opnamen toch matig scoren. Dominante macrofyten soorten in het landelijk gebied van de Diemerpolder zijn kroos en liesgras. Kenmerkende macrofyten soorten voor de meetpunten in de Diemerpolder zijn liesgras, kroos en draadwieren (kenmerkend voor zeer voedselrijk water). Bijzondere macrofyten soorten die voorkomen in de Diemerpolder zijn moerasmelkdistel, waterkruiskruid en zwanenbloem (bron: notitie Ecologie Bijlmerring, 2008).

Rechtspraak bij dit artikel