Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.2

Venser- (en Groot Duivendrechtse) polder

Onderdeel van Waterplan Diemen 2010-2028

Algemeen De Venser- (en de Groot Duivendrechtse) polder wordt begrensd door de Amstel (noordzijde), de Weespertrekvaart (oostzijde), de spoorbaan Utrecht-Schiphol en de Rijkswegen A10 en A2 (westzijde) en de Burgemeester Stramanweg (N522) in het zuiden. Het oppervlak bedraagt ca. 883 ha. De polder heeft een stedelijke inrichting en valt onder de gemeentes Ouder-Amstel, Diemen en de stadsdelen Oost/Watergraafsmeer en Zuidoost van de gemeente Amsterdam. De Groot Duivendrechtse Polder werd langs de Amstel rond 1637 bedijkt. De bemaling geschiedde met behulp van drie molens, aan de Weespertrekvaart, bij de Duivendrechtse brug en aan de Amstel bij Strandvliet. Omstreeks 1920 kreeg de enige overgebleven molen aan de Weespertrekvaart een gemaal en werd de bovenbouw deels gesloopt. In de 20e eeuw traden o.a. de volgende wijzigingen op in de Groot Duivendrechtse Polder: Zuider Gasfabriek, Rijksweg A2 (ca. 1955) en sportpark Over-Amstel (ca. 1975). In figuur 3.5 is de ligging van de Venser (en Groot Duivendrechtse) polder weergegeven. Figuur 3.5 Venserpolder (en Groot Duivendrechtse Polder) De Venserpolder heeft al sinds de 16e eeuw molenbemaling en bescherming door kaden. Door de drooglegging van de Bijlmer- en de Watergraafsmeer was het niet meer mogelijk om de polder in de winter droog te houden. Om deze reden werd in 1638 octrooi gegeven om de kaden, weteringen en de molens te vergroten of te vernieuwen om de polder droog te kunnen malen. In 1704 werd de molen aan de Venserwetering naar de Molenkade verplaatst. In 1918 werd de molen vervangen door een gemaal. In de 20e eeuw werden onder andere de Ringspoorbaan aangelegd (1934-1936), de spoorbaan naar Utrecht verschoven, het industriegebied bij de Weespertrekvaart aangelegd (rond 1930) en uitgebreid (rond 1950) en de verdere ophoging van de polder opgespoten (1965/1972). In 1978 kreeg de polder een nieuw gemaal, Portengen (bron polderboek van Amsterdam, 1981). In het polderboek van Amsterdam uit 1981 wordt gesproken over het opsplitsen van de Groot Duivendrechtse Polder en het deel ten oosten van de Rijksweg A2 toe te voegen aan de afwateringseenheid van de Venserpolder en het deel ten westen van de A2 toe te voegen aan de afwateringseenheid van de Klein Duivendrechtse Polder. Inmiddels is deze splitsing gerealiseerd en is de Groot Duivendrechtse Polder opgeheven. De twee overgebleven polders heten ten oosten van de A2 de Venserpolder en ten westen van de A2 de Duivendrechtse Polder. Grondgebruik De Venser (en Groot Duivendrechtse) polder bestaat uit voornamelijk uit stedelijk gebied. Binnen dit gebied ligt het volkstuinencomplex Amstelglorie (27 ha) en het volkstuinencomplex Ons Lustoord (inclusief Dijkzicht en Vredelust), sportpark Strandvliet en een golfbaan (34 ha). Het gebied van de voormalige Rioolwaterzuiveringsinstallatie (Herinrichting Amstelkwartier) zal in de komende jaren herontwikkeld worden. Daarnaast speelt ook de Centrumontwikkeling Duivendrechtse Veld. In de polder komt ongeveer 36 ha (4%) open water voor. Van het totale gebied is ongeveer 47% verhard. De functies toegekend aan de Venser (en Groot Duivendrechtse)polder zijn stedelijk, bedrijventerrein en recreatie (intensief). Bodemsoorten In de ondergrond van de Venser (en Groot Duivendrechtse)polder is veel veen aanwezig (waardveengronden, weideveengronden en koopveengronden). Vrijwel de hele Venserpolder is opgehoogd met zand (bron: Polderboek van Amsterdam). Maaiveldhoogten Vrijwel de gehele Venserpolder is bij het bouwrijp maken integraal opgehoogd met zand tot een gemiddelde maaiveldhoogte van NAP -1,35 m (bron: Polderboek van Amsterdam, 1981). De berekende gemiddelde maaivelddaling over 31 jaar (historische data uit 1973) voor de Venser (en Groot Duivendrechtse)polder is 1,0 cm/jaar. De betrouwbaarheid van de berekening is echter beperkt als gevolg van de beperkte dekking van de historische gegevens. Watersysteem Peilen en peilvakken De polder is opgesplitst in 4 officiële peilgebieden en 4 peilafwijkingen. In het grootste deel van de polder wordt een jaarpeil van NAP -2,50 m gehandhaafd. Het peilbesluit van Venser (en Groot Duivendrechtse)polder is vastgesteld in 1990 en 1995 (zie tabel). In dit peilbesluit worden zomerpeilen vermeld. In praktijk gaat het hier om jaarpeilen. De peilafwijkingen zijn afgeleid uit de oude polderkaarten. Tabel 3.2 geeft een overzicht van de actuele peilen. Tabel 3.2 Peilgebieden, actuele peilen (m+NAP) en drooglegging (m) in de Venserpolder Peilvak- nummer Naam Type Peil Drooglegging 106-1 Venserpolder, Bemalen peilgebied peilvak JP: -2,50 1,15 106-2 Volkstuinencomplex Amstelglorie peilvak ZP: -2,50 1,15 57-4 Volkstuinencomplex Ons Lustoord peilvak JP: -2,80 1,45 57-14 Omg. Verrijn Stuartweg peilvak JP: -2,25 0,90 106-1-1 Omg. Industrieweg peilafwijking JP: -2,25 0,90 106-1-2 Omg. Populierstraat peilafwijking JP: -2,25 0,90 106-1-3 Omg. Meidoornstraat peilafwijking JP: -2,25 0,90 106-1-4 Golfterrein ‘Old Course’ peilafwijking JP: -2,90 1,55 Uit figuur 3.6 blijkt dat het praktijkpeil ter hoogte van gemaal Portengen gemiddeld lager ligt dan het formele peil van het peilbesluit van NAP 2,50 meter. Verder zit er een groot verschil tussen aan- en afslagpeilen en lijkt het gemaal te pendelen. Dit gemaal is in beheer van de sector Afvalwater van Waternet en er is sinds eind 2005 geen registratie van het peil en de draaiuren bij dit gemaal. Figuur 3.6 Waterpeilen, gemeten bij het gemaal Portengen Grondwater De Venser (en Groot Duivendrechtse)polder is overwegend infiltratiegebied. De berekende gemiddelde infiltratie voor de Venserpolder bedraagt 0,4 mm/dag (Royal Haskoning, 2007). Met name in de westelijke hoek komt infiltratie voor. De Duivendrechtse Vaart doorsnijdt de polder voor een groot deel en heeft vanwege het hogere boezempeil ter plaatse een infiltrerende werking. Direct rondom deze vaart komt daarom kwel voor. In bijlage 2 staan de grondwaterstanden in de gemeente Diemen weergegeven. Functioneren watersysteem In figuur 3.7 is het functioneren van het watersysteem schematisch weergegeven. Figuur 3.7 Schematische weergave van de afvoerrelaties in de Venserpolder Op drie plaatsen kan water worden ingelaten vanuit de boezem in de polder. Het water wordt ingelaten vanuit de Weespertrekvaart. Er ligt een inlaat in het oosten bij de Provincialeweg (ø 300) en bij gemaal Portengen. Ter plaatse van het volkstuinencomplex Amstelglorie kan ook water worden ingelaten (ø 125). Het water wordt op peil gehouden door het gemaal Portengen (capaciteit: 2 pompen van 63 m3/min) en op de Weespertrekvaart uitgeslagen. Het Volkstuinencomplex Amstelglorie wordt apart bemalen. Het water wordt met gemaal Amstelglorie (capaciteit: 6 m3/min) uitgeslagen op de Amstel. Ook het volkstuinencomplex Ons Lustoord wordt apart bemalen en het water wordt via een persleiding direct op de Amstel uitgeslagen. Het volkstuinencomplex Ons Lustoord wordt op peil gehouden door een inlaat (ø 125) vanuit de Venserpolder. Daarnaast wordt ook Polder de Toekomst vanuit de Venserpolder op peil gehouden. Het noordelijk deel van de Duivendrechtse Polder heeft onder de A2 de mogelijkheid tot een noodaflaat naar de Venserpolder. Waterketen De Venser (en Groot Duivendrechtse)polder is deels gescheiden (grondgebied gemeente Diemen) en deels verbeterd gescheiden (Verrijn Stuart) gerioleerd. De indeling in de rioleringsgebieden is opgenomen in bijlage 2. Waterbalans In het kader van het watergebiedsplan Bijlmerring is een waterbalansstudie uitgevoerd. De belangrijkste conclusie uit de waterbalans is dat er een extra hoeveelheid water wordt ingelaten in de Venserpolder. Het is onduidelijk waaraan deze hoeveelheid water is toe te schrijven. Voor het watersysteem lijkt de constante aanvoer van deze hoeveelheid inlaatwater niet nodig. Waterkwaliteit en ecologie Chloride en nutriënten Van de waterkwaliteitsmeetpunten in de Venserpolder zijn er 19 punten tussen 1994 en 2007 bemonsterd. Deze kwaliteitsmeetpunten bevinden zich verspreid over de polder. De periode van bemonstering verschilt per meetpunt. De gemiddelde concentratie chloride van de verschillende meetpunten in de Venserpolder varieert van 80 tot 160 mg/l. Voor de meeste meetpunten ligt de gemiddelde chlorideconcentratie daarmee onder de MTR-waarde voor chloride (norm van het Maximaal Toelaatbaar Risico) van 200 mg/l. De meetpunten die dicht bij een inlaat in de buurt liggen hebben door de invloed van het inlaatwater een hogere gemiddelde chlorideconcentratie, tot 350 mg/l. Ook in het volkstuinencomplex Dijkzicht worden hogere chlorideconcentraties gemeten, tussen 200 en 300 mg/l. De gemiddelde concentratie P-totaal varieert tussen de meetpunten van 0,15 tot 1,25 mg/l. De gemiddelde concentratie P-totaal voor de gehele polder is ca. 0,6 mg/l en ligt daarmee boven de MTR-waarde voor P-totaal van 0,15 mg/l. Over het verloop van de concentratie is moeilijk iets te zeggen. Voor sommige meetpunten is de zomerconcentratie hoger, terwijl voor andere meetpunten juist de winterconcentratie pieken vertoont. Figuur 3.8 Waterkwaliteit VGD001, bij gemaal Portengen De concentratie N-totaal in de polder is redelijk constant en varieert tussen de meetpunten van 1,5 tot 6,5 mg/l. Gemiddeld over de gehele polder is de concentratie N-totaal ca. 3,6 mg/l en ligt daarmee boven de MTR-waarde voor N-totaal van 2,2 mg/l. Voor vrijwel alle meetpunten worden in de zomer lagere concentraties N-totaal gemeten. De waterkwaliteit in de Venser (en Groot Duivendrechtse)polder is hiermee zoet en voedselrijk te noemen. Overige parameters In de Venser (en Groot Duivendrechtse)polder worden geregeld koperconcentraties waargenomen boven de MTR-waarde (norm van het Maximaal Toelaatbaar Risico) voor koper van 3,8 µg/l. Incidenteel worden zinkconcentraties waargenomen boven de MTR-waarde voor zink van 40 µg/l. Gemiddeld ligt de koperconcentratie in de polder boven de genoemde MTR- waarde en de zinkconcentratie onder de bijbehorende MTR-waarde. Ecologie De ecologie in de Venser (en Groot Duivendrechtse)polder is in 2003 en 2007 op 3 meetpunten volgens het door Waternet ontwikkelde Praktisch Ecologisch Beoordelings Systeem (PEBS) getoetst. Dit systeem is gebaseerd op zowel de aanwezige vegetatie en macrofauna, als het beheer, inrichting, beleving en emissie van de betreffende watergang. Alle getoetste meetpunten liggen in het noordoosten van de polder. Over het algemeen zijn alle locaties zowel in 2003 en 2007 vrij soortenarm. In 2007 zijn twee locaties op meerdere onderdelen verbeterd in klasse. Dit komt onder andere doordat er submerse vegetatie is gaan groeien. Ook is de variatie in verschillende soorten groter geworden, hoewel nog steeds soortenarm. Op alle meetpunten is een licht beschoeide oever aanwezig. Zowel in 2003 als in 2007 wordt er voor één van de locaties tot 30 cm bagger aangetroffen. Dominante macrofyten soorten voor de meetpunten in de Venser (en Groot Duivendrechtse)polder zijn riet, kroos, sterrenkroos en moerasandoorn. Kenmerkende macrofyten soorten voor de meetpunten in de Venser (en Groot Duivendrechtse)polder zijn waterpest en grof hoornblad. Deze soorten zijn kenmerkend voor voedselrijk water (bron: notitie Ecologie Bijlmerring, 2008). In het kader van de KRW is in 2006 ook een monitoring uitgevoerd, de resultaten hiervan moeten nog worden verwerkt.

Rechtspraak bij dit artikel