**1..** Alle werkzaamheden worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld bij extreem lage of hoge gevoelstemperaturen mogen werknemers niet doorwerken). De voorschriften die op dit gebied van kracht zijn (zie: www.arboportaal.nl) zijn op het werk beschikbaar en de betrokken werknemers worden volledig geïnstrueerd. Tevens zijn alle (onder)aannemers VCA gecertificeerd. De grondroerder is verantwoordelijk voor de naleving hiervan.
**2..** Conform de vereisten uit de VCA en de Arbowet is er voor de aanvang van de werkzaamheden een Veiligheids-, Gezondheids- en Milieuplan (VG&M plan) opgesteld door de grondroerder. Wanneer er geen VG&M plan wordt opgesteld door de grondroerder geeft de grondroerder aan het college voorafgaand aan de werkzaamheden onderbouwd aan waarom er geen VG&M plan wordt opgesteld. In het VG&M plan wordt, indien van toepassing, minimaal het volgende opgenomen:
de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften;
milieuvoorschriften;
de wijze waarop de instructie en voorlichting van het personeel wordt geregeld;
de wijze waarop het toezicht is geregeld;
de wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt voorkomen respectievelijk beheerst;
een risico-inventarisatie en -evaluatie met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden;
de locaties waar bodemverontreiniging aanwezig is en de wijze waarop gewerkt moet worden op die afzonderlijke locaties (zie ook artikel 5.4.1 en artikel 8.8);
specifieke veiligheids- en voorzorgsmaatregelen bij werkzaamheden op of in de nabijheid van eigendommen en installaties van derden;
de wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en ongevallen wordt geregeld.
**3..** Het bij de uitvoering van de werkzaamheden betrokken personeel is op de hoogte van de inhoud van het VG&M plan en leeft dit na.
**4..** Het college kan de grondroerder in het kader van de (verkeers-)veiligheid verplichten bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. Rondom het opslagterrein van de grondroerder is het plaatsen van bouwhekken altijd verplicht.
**5..** De toezichthouder kan vanuit de publieke taakstelling van het college controleren of het werk veilig wordt uitgevoerd. De toezichthouder is bevoegd om bij onveilige situaties correctieve maatregelen af te dwingen of de werkzaamheden stilleggen. Dit geldt ook als er onveilige situaties aan een bestaand net of netwerk van een netbeheerder worden geconstateerd.
**6..** Wanneer als gevolg van een storing in of toegebrachte schade aan een net of netwerk van een netbeheerder de (verkeers-)veiligheid of de volksgezondheid in gevaar komt is er sprake van een calamiteit.
**7..** Calamiteiten worden direct na signalering bij de coördinator gemeld.
**8..** Storingen of schades aan gas- en stroomvoorzieningen meldt de grondroerder bij het nationale nummer 0800-9009.
**9..** Wanneer de calamiteit van dusdanige aard of omvang is dat er hulpdiensten moeten worden ingeschakeld meldt de grondroerder dit direct bij alarmnummer 112.
**10..** Indien het noodzakelijk is dat, voor de (verkeers-)veiligheid of bescherming van de volksgezondheid, direct afzettingen worden geplaatst of (een deel van) de weg(-en) wordt afgesloten dan wordt dit tevens gemeld bij alarmnummer 112 én bij de coördinator.
5.4.1. Bodemkwaliteit
Bij werkzaamheden in de grond en water is de zorgplicht uit de Wet bodembescherming (Wbb) onverkort van toepassing. Dit is vooral van belang bij het werken in verontreinigde bodem. Het CROW heeft hiervoor de richtlijn “Werken in of met verontreinigde grond en/of verontreinigd (grond)water” (publicatie 132) en aanvullend daarop de richtlijn “Kabels en leidingen in verontreinigde grond” (publicatie 307) uitgebracht. Om aan de vigerende wet- en regelgeving te voldoen werken initiatiefnemer en grondroerder in elk geval altijd volgens de meest actuele versie van deze richtlijnen.
Afhankelijk van de lokale bodemkwaliteit neemt de grondroerder passende maatregelen om negatieve gevolgen voor de medewerkers en de omgeving (passanten, omwonenden enzovoort) te voorkomen. Dit kan alleen als van te voren voldoende bekendheid is over de lokale bodemkwaliteit, hetgeen wordt bereikt door middel van gedegen vooronderzoek. De grondroerder legt de risico’s ten aanzien van de veiligheid en gezondheid van de medewerkers en de omgeving en de wijze waarmee daarmee wordt omgegaan vast in het VG&M plan (zie ook artikel 5.4. tweede lid van het Handboek).
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4.
Veiligheid en Calamiteiten
Onderdeel van Handboek kabels en Leidingen gemeente Asten 2018