Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.1.

Werkafspraken en voorwaarden m.b.t. de uitvoering

Onderdeel van Handboek kabels en Leidingen gemeente Asten 2018

1.. De grondroerder zorgt ervoor dat een afschrift van het instemmingsbesluit of de vergunning incl. de tekening(en), de nadere regels, en de afschriften van de toestemmingen van derden incl. de voorwaarden en de gegevens van de Klic-melding op de graaflocatie aanwezig zijn; deze worden desgevraagd aan de coördinator of toezichthouder getoond. 2.. De grondroerder houdt zich aan de CROW-richtlijnen “Schade voorkomen aan kabels en leidingen” (CROW publicatie 500) en de VOI-, nadere regels en WION. 3.. Indien het voor aanvang bekend is dat er kabels of leidingen van meerdere netbeheerders in het trace, in de directe nabijheid daarvan of aansluitend aan een te roeren tracé gelegd of gerooid moeten worden, dan worden deze werkzaamheden zoveel mogelijk gecombineerd, maar in ieder geval aansluitend aan elkaar in een werkgang, uitgevoerd. De grondroerder(s) moet(en) dit als zodanig onderling of met de betreffende netbeheerder(s) afstemmen (combiwerk). 4.. Verder kunnen ook projecten aan de orde zijn waarbij werkzaamheden van het college en netbeheerder(s) binnen een gezamenlijk afgesproken tijdvak uitgevoerd moeten worden. Deze afspraken zijn voorafgaand aan de instemmings- of vergunningsaanvraag bekend. 5.. De grondroerder biedt overige kabel- of leidingeigenaren altijd de mogelijkheid om eventuele werkzaamheden aan hun kabels of leidingen onbelemmerd uit te voeren. 6.. De locatie van het opslagterrein van de grondroerder wordt in overleg met het college bepaald. De grondroerder vraagt hiervoor een vergunning aan. 7.. Per dag mag geen grotere sleuflengte worden opengemaakt, dan op die dag weer volledig kan worden dichtgemaakt. Ook worden alle montage- c.q. lasgaten dichtgemaakt tenzij anders overeengekomen met toezichthouder. 8.. Bij de uitvoering van het herstel en onderhoud van de verharding geldt dat het herstel van de verharding in één of meerdere centrumgebieden (zie hoofdstuk 10, bijlage 10.3) op dezelfde dag en in de rest van de gemeente binnen 2 werkdagen uitgevoerd wordt door de grondroerder met een onderhoudstermijn van 12 maanden. 9.. Indien herstel van de verhardingen niet conform de termijnen in art 8.1 achtste lid gerealiseerd is of niet van dezelfde kwaliteit voor aanvang van de werkzaamheden is, laat het college het herstel verrichten. 10.. Tijdens het werk worden (bestratings-)materialen naast de sleuf opgetast. Zand, grond en eventueel funderingsmateriaal wordt gescheiden ontgraven, gescheiden opgeslagen en gescheiden teruggebracht in de sleuf. 11.. Als er direct naast de sleuf geen ruimte is wordt de plaats van tijdelijke opslag van (bestratings-) materialen vooraf in overleg met de toezichthouder bepaald. Na beëindiging van het werk of op eerste aanzegging van het college worden deze (bestratings-)materialen verwijderd. Indien van toepassing wordt de ondergrond hersteld in de staat zoals vooraf aanwezig was. 12.. Alle (bestratings-)materialen worden onbeschadigd herplaatst. De grondroerder zorgt bij beschadiging zelf voor herstel of vervangend (bestratings-)materiaal. Uitzondering hierop zijn situaties waarbij in gezamenlijke vooropname van het tracé met de toezichthouder nadere afspraken zijn gemaakt over het leveren van (bestratings-)materiaal door de gemeente. 13.. Al het te gebruiken (bestratings-)materiaal is van dezelfde soort en minimaal dezelfde kwaliteit als het oorspronkelijk aanwezige (bestratings-)materiaal en de door de gemeente gebruikelijk toe te passen (bestratings-)materialen. 14.. Nadat de werkzaamheden gereed zijn wordt het tracé volledig hersteld en de werkomgeving opgeruimd achtergelaten. Bermen en onverharde grond zijn vrij van stenen en dergelijke en indien van toepassing ingezaaid. Al het overtollige puin, grond, zand, beplantingsresten of afval van de werkzaamheden wordt afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker. Er mag ook geen zand of vuil achterblijven in (mol)goten, lijnafwatering, beplanting en straat- en trottoirkolken (indien nodig dient de grondroerder deze te reinigen). Eventueel gemaakte bronneringsgaten worden weer opgevuld. De werkomgeving wordt opgeleverd in tenminste de oorspronkelijke staat. De grondroerder en toezichthouder leveren het tracé gezamenlijk op. Het opleverdocument wordt door beide partijen ondertekend. 15.. De bepalingen in artikel 7.2.1 t/m 7.2.4 zijn tevens van toepassing voor de uitvoering. Indien tijdens de uitvoering afgeweken wordt van het ingestemde tracé (in horizontale of verticale zin) is hiervoor goedkeuring van de toezichthouder vereist. De grondroerder stuurt daarna binnen 5 werkdagen een gewijzigde tracétekening met afwijkingsrapport naar het college t.b.v. het instemmings- of vergunningsdossier. 16.. Toezichthouder meldt aan grondroerder wanneer straatwerk gevaar oplevert voor de omgeving. De grondroerder herstelt dit na deze melding binnen 2 uur. Indien dit wordt nagelaten wordt dit door het college gedaan. 17.. In de gebieden als aangegeven in bijlage 10.3 wordt het werkgebied, na beëindiging van elke kalenderdag, afgesloten met een afrastering. Alle materialen en hulpmiddelen worden of binnen deze afrastering geplaatst of worden afgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel