Een commissielid of voorzitter van de Commissie BC is objectief en onpartijdig, vervult zijn taak zonder vooringenomenheid en misbruikt zijn positie op geen enkele wijze.
Commissieleden dienen vertrouwelijk om te gaan met wat in het verband van de commissie besproken wordt. Daarover kan niet met derden of met media worden gesproken.
Een commissielid of voorzitter kan geen (persoonlijk) belang hebben bij een aanvraag. Van belangenverstrengeling is sprake als het commissielid of de voorzitter:
zelf een subsidieaanvraag bij één van de cultuurfondsen heeft aangevraagd in de desbetreffende aanvraagronde;
bestuurder, directeur, zakelijk of artistiek leider is bij een organisatie die subsidie heeft aangevraagd bij één van de fondsen in de desbetreffende aanvraagronde;
een dienstverband heeft bij een aanvrager of anderszins inkomen verwerft als een aanvraag wordt gehonoreerd tijdens de desbetreffende aanvraagronde;
niet werkzaam is voor een organisatie die zelf heeft aangevraagd, maar desondanks wel rechtstreeks profiteert van een subsidietoezegging.
directe familie is van met een of meerdere personen die de aanvraag indienen;
een vriendschap onderhoudt met een of meerdere personen die de aanvraag indienen.
Gezien artikel 4 lid 3 dienen de commissieleden of de voorzitter bij elke aanvraagronde dan ook aan te geven of er sprake is van belangenverstrengeling. Als dat het geval is doet het betreffende commissielid of de voorzitter niet mee aan de desbetreffende aanvraagronde.