Hoofdboomstructuur
De hoofdboomstructuur van Diemen is aangegeven op kaart. Voor het deel van de hoofdboomstructuur dat niet in eigendom en beheer van de gemeente Diemen is, voert de gemeente overleg met de eigenaren om het streefbeeld te bereiken. Langs de meeste hoofdwegen en het Amsterdam-Rijnkanaal staan doorgaande boombeplantingen en dit geeft een duidelijke structuur. In de wijkbomenstructuur zijn alleen de beeldbepalende en structuurgevende boomlijnen opgenomen.
Voor het completeren van de hoofdboomstructuur zijn naast de voorstellen die in hoofdstuk 5 bij de streefbeelden van de hoofdgroenstructuur vermeld zijn de volgende maatregelen nodig:
Versterken van de hoofdboomstructuur langs de Provincialeweg en de Diemerdreef
Aanvullen van de hoofdboomstructuur tussen de Bergwijkdreef en het Roerdomppad
Langs de Gooiseweg een doorgaande boomstructuur langs de weg realiseren, volgens de visie van het boomstructuurplan van de gemeente Amsterdam uit 1984 zou dit in principe met eikenlanen gebeuren.
Toekomstbomen
Binnen het bomenbestand worden toekomstbomen aangewezen. Dit zijn bomen die buiten de hoofdboomstructuur staan en nog geen status van monumentale boom hebben, maar die een belangrijke bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van Diemen. Voor deze bomen streeft de gemeente naar een langere levensduur. Bij ruimtelijke inrichting worden deze bomen beschermd en de gemeente investeert in goede groeivoorwaarden voor de toekomstbomen. Een deel van de toekomstbomen kan later als monumentale boom aangewezen worden.
Als toekomstbomen worden de volgende categorieën bomen aangewezen:
De bomen in “parels” van de hoofdgroenstructuur,
Beeldbepalende bomen in groengebieden waar voldoende ruimte is duurzame ontwikkeling,
Bomen bij de entrees van routes, zowel die voor autoverkeer als voor de groene routes,
Bomen bij de entrees van de wijken,
Bomen als beeldbepalende drager in de openbare ruimte en die nog niet de leeftijd van een monumentale boom hebben.
De gemeente legt de status van toekomstboom vast in het groenbeheersysteem.
Monumentale bomen
Diemen kent nog weinig oudere bomen, daarom is het juist belangrijk om beeldbepalende bomen van hogere leeftijd te beschermen. Zij hebben een cultuurhistorische waarde en dragen bij aan de identiteit en het karakter van Diemen. Herdenkingsbomen, die tot de monumentale bomen gerekend worden, markeren belangrijke gebeurtenissen in de samenleving.
Een aantal aan te wijzen monumentale is eigendom van particulieren. De gemeente vindt het belangrijk dat deze bomen goed onderhouden worden en dat de veiligheid rondom deze bomen gewaarborgd is.
Het beheer van deze bomen, die bijdragen aan het beeld en de kwaliteit van de buitenruimte, omvat in ieder geval een regelmatige VTA-inspectie. Uit deze controle blijkt welke maatregelen nodig zijn om de bomen duurzaam in stand te houden, bijvoorbeeld het verwijderen van dood hout, krooncorrectie, snoei op veiligheid of verbeteren van groeiomstandigheden.
Op basis van criteria stelt de gemeente een lijst van monumentale vast die elke 5 jaar herzien wordt. De criteria voor monumentale bomen staan in tabel 6.9.1.
Tabel 6.9.1 Criteria voor monumentale bomen en andere monumentale houtopstanden
Criterium
Eisen
Leeftijd
Minstens 35 jaar oud.
Het leeftijdscriterium is niet van belang als het gaat om een boom met grote dendrologische waarde of als het een herdenkingsboom is.
Omtrek en hoogte
Geldt vooral vanuit de beleving van mensen door de omtrek en hoogte als waardevol.
Cultuur- historische waarde
Vormt een karakteristieke eenheid met gebouwen of met functies van gebouwen of plaatsen zoals stadhuizen, kerkhoven, parken, boerderijen, oprijlanen enzovoort. Het weghalen van de houtopstand heeft het verkleinen of zelfs te niet doen van de
cultuurhistorische waarde van het geheel als gevolg.
Natuurwaarde
Biedt schuil- of leefgebied voor bijzondere inheemse planten of dieren
Zeldzaamheid
Is dendrologisch (bomenwetenschappelijk) zeldzaam of vervult een unieke
ecologische functie (voor samenhangen in de natuur).
Beeldbepalende
waarde
Is beeldbepalend voor de plek, ofwel als solitair ofwel als onderdeel van een groep of
een gebouwd ensemble.
Toekomstwaarde
Heeft gezien leeftijd, conditie en groeiomstandigheden goede vooruitzichten om op middellange termijn in stand te blijven.
Uitzonderingen
Gezondheid
Een boom wordt niet als monumentale boom aangemeld als de gezondheidssituatie zodanig is dat de boom niet behouden kan blijven. Hierbij wordt de kans op genezing
afgewogen met de daarvoor te maken kosten. Alle monumentale houtopstanden zijn VTA-plichtig.
Veiligheid
Een boom wordt niet aangemerkt als monumentale boom als er een ernstig
veiligheids- en schaderisico voor voetgangers, verkeer en gebouwen is.
De gemeente investeert in de boven- en ondergrondse groeiomstandigheden van monumentale bomen. Zij komt particulieren tegemoet bij inspectie en onderhoud van monumentale bomen. Monumentale bomen genieten extra bescherming bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Boomsoortenkeuze en groeiplaats
Voor een duurzaam bomenbestand geldt dat de soortkeuze goed afgestemd moet zijn op de groeiomstandigheden in Diemen. In de nattere delen van de groene zones en grote plantsoenen gaat de voorkeur uit naar soorten die tegen hogere grondwaterstand kunnen en van nature in een venig gebied thuishoren. Dit zijn soorten als Es, Els, Lijsterbes die in de directe woonomgeving geplant kunnen worden. Op minimaal 15 m afstand van verharding en bebouwing zijn dat Populier, Wilg en Zachte berk.
Omdat in directe woonomgeving langs woonstraten bovenstaande soorten minder geschikt zijn, wordt hier gekozen voor soorten die relatief goed tegen verplanten en of mee-ophoging kunnen. Dit zijn soorten als Plataan, Linde, Haagbeuk, Ginkgo, Christusdoorn, Els (Alnus spaethii).
Bij herinrichting van de openbare ruimte is het uitgangspunt om de hoeveelheid bomen die in verharding staan zoveel mogelijk te beperken en bomen op voldoende afstand tot de verharding in beplantingsstroken of grasstroken te planten.
Beeldbepalende toekomstbomen staan bij voorkeur op verhoogde delen (“terpen”) zodat ze bij inklinking van de bodem toch hoog genoeg boven het grondwater staan.
Programma van eisen voor inrichting voor bomen
Bij ontwerp, renovatie en herinrichting van de openbare ruimte nemen bomen gezien hun waarde en langzame ontwikkeling een bijzondere plaats in. De gemeente heeft daarom navolgend programma van eisen voor bomen opgesteld. Dit is voor iedere betrokkene, maar vooral stedenbouwkundigen en ontwerpers (tussen de initiatieffase en nazorg/beheerfase) van belang. Voor elke fase in de planvorming: initiatief, stedenbouwkundig programma van eisen, stedenbouwkundig plan (maaiveldontwerp), realisatie en nazorg geeft het richtlijnen.
Initiatieffase
De initiatieffase start op het moment dat het eerste voorwerk voor een plan in gang gezet wordt. Dit kan een vooronderzoek, verkenning, eerste ontwerpschets of voorlopige budgetaanvraag zijn. De verantwoordelijkheid voor een goede regie voor de initiatieffase ligt bij de afdelingen Ruimtelijke Ontwikkeling en Ruimtelijk Beheer van de gemeente.
In de initiatieffase wordt een plan of activiteit aan de volgende zaken getoetst en/of moeten in ieder geval meegenomen worden:
Zoveel mogelijk inpassen van bestaande volwassen bomen in het nieuwe ontwerp. Hanteren van een vaste procedure voor de bescherming van bomen via een Bomen Effect Analyse (BEA) en een programma van eisen inclusief schaderegeling, bij bouw en aanleg. Hierbij alle kosten voor onderzoek, bescherming en behoud van bomen in het project opnemen. Monumentale en toekomstbomen en de bomen van de hoofdboomstructuur hebben maximale bescherming. Bij het loket Omgevingsvergunning zorgen dat aanvragers hierover geïnformeerd zijn.
Bomen waar nodig taxeren (in ieder geval de monumentale bomen en toekomstbomen) volgens CROW – normering. De waarde van de bomen wordt gekapitaliseerd. De boomwaarde is een belangrijke factor bij de afweging van verplanten of nieuwe aanplant.
Gemeentelijke lijst met monumentale bomen raadplegen.
Maken van een afweging voor het behouden van bomen. Bij herinrichting en ruimtelijke ontwikkeling kan het ook zijn dat er een situatie gecreëerd wordt die een duurzamere oplossing biedt en waarbij een nieuwe inrichting met bomen een betere beeldkwaliteit geeft. Hierbij zal telkens een afweging gemaakt moeten worden tussen de huidige boomwaarde, de levensverwachting, de kosten van verplanten en de conditie van de groeiplek in de nieuwe situatie.
Bij verplaatsing van bomen zorgen voor nieuwe en stabiele locaties waar de betreffende boom volwaardig kan uitgroeien. Vroegtijdig voorbereiden van bomen op verplaatsing: rekening houden met plantseizoen, uitvoeren van tak- en wortelsnoei, grondvoorbereiding op nieuwe locatie enzovoort.
Plaatselijk gebruik maken van ‘sleufloze technieken’ bij de aanleg van kabels, leidingen en rioleringen. Dit geldt voor de locaties van monumentale bomen, toekomstbomen en de bomen in de hoofdboomstructuur.
Laten storten van borg, ter voorkoming van schade aan bijzondere bomen bij de realisering van bouwprojecten, wegenaanleg, bekabelings- en rioleringswerk.
Zorgen voor de juiste boom op de juiste plaats, zodat bomen zich duurzaam kunnen ontwikkelen.
Vooronderzoek uitvoeren in hoeverre artikel 75 van de Flora- en faunawet van toepassing is. Dit artikel heeft betrekking op het beschermen van (leefgebied van) inheemse planten en diersoorten.
Functies van (toekomstig) groen in beeld brengen.
Beheertoets uitvoeren en aan de hand van kengetallen de beheerkosten in beeld brengen.
Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE)
In de fase stedenbouwkundig Programma van Eisen wordt een masterplan en/of een structuurontwerp gemaakt. Voor deze fase zijn de volgende zaken van belang:
Het uitgangspunt is het behouden en ontwikkelen van een duurzame boomstructuur voor de belangrijkste structuurlijnen van Diemen.
Behouden en ontwikkelen van het karakter van de lijnen door de keuze van een sortiment en structuur die past bij de karakteristiek van de plek en aansluit bij de streefbeelden uit hoofdstuk 5 van dit groenplan.
Beschermen van waardevolle gemeentelijke en particuliere bomen bij ontwikkeling van het ontwerp. Zo nodig taxeren van waardevolle bomen via BEA. Principes voor boombescherming tijdens het planproces in SPvE opnemen.
Beantwoorden aan de overige beleidsdoelen voor groenstructuren zoals die in het gemeentelijk beleid verwoord zijn (zie hoofdstuk 5. Visie).
Vooronderzoek van de ondergrondse infrastructuur in verband met de standplaats van bomen.
Een globale groenvisie voor het plangebied opstellen.
Stedenbouwkundig Plan (Maaiveldontwerp)
In deze fase wordt een (voorlopig) ontwerp gemaakt. Het ontwerp wordt ook op beheeraspecten getoetst en moet voldoen aan de onderstaande zaken:
Bomenparagraaf met toetsbare doelen opnemen.
Bomencompensatieplan en keuze voor te behouden bomen maken.
Bomen alleen toepassen als er bovengronds en ondergronds voldoende (bewortelbare) ruimte is om tot volwassen exemplaren uit te groeien. De benodigde doorwortelbare ruimte is afhankelijk van de grootte van de boom. Een richtlijn voor de benodigde doorwortelbare ruimte in een grondwaterprofiel is: bomen van de 1e grootte 30 m3, 2e grootte 15 m3, 3e grootte 7,5 m3 en knot/leibomen 4 m3. Het verdient de voorkeur de groeiplaatsen van de bomen onderling te verbinden (sleuven, min breedte 3,5 m). Dit komt het bodemleven ten goede.
Bomen alleen toepassen bij voldoende bovengrondse en ondergrondse groeiruimte
Bomen moeten onderling voldoende hart tot hart afstand hebben
Om optimale groeiomstandigheden te krijgen moeten bomen bij voorkeur in beplantingen of gras geplaatst worden.
Bij het aanbrengen van een nieuwe boombeplanting rekening houden met voldoende onderlinge hart op hart afstand, afstand tot gevels, erfgrens en lichtmasten.
Bij bomen die direct langs een hoofdverkeersweg weg of parkeerstrook in het centrum worden geplant moet voorkomen worden dat pekelwater in boomspiegels loopt. Door het aanbrengen van verhoogde trottoirbanden kan dit voorkomen worden.
Bij de sortimentskeuze van bomen is het belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de omgeving waarin ze komen te staan. Dit betekent voor bomen in en nabij verhardingen:
Geen soorten toepassen die oppervlakkig wortelen (wortelopdruk verhardingen),
Zoveel mogelijk strooizoutbestendig sortiment toepassen,
Bestand tegen een stenig milieu en uitlaatgassen (rekening houden met omgeving),
Geen soorten toepassen met grote vruchten.
Bij de situering van nieuwe bomen rekening houden met bezonning en belichting van gebouwen en particuliere tuinen. Schaduwoverlast voor bewoners moet zoveel mogelijk worden vermeden.
Binnen de kroonprojectie van bestaande (te handhaven) bomen mogen geen kabels en leidingen worden aangebracht. Dit om schade aan het wortelgestel te voorkomen. Bij bomen van de hoofdboomstructuur lokaal met sleufloze technieken of kabelgoten werken.
Realisatie
De realisatiefase omvat de uitvoering van de werkzaamheden. Toezicht op de richtlijnen en toetsing op de in het ontwerp vastgelegde richtlijnen en maten is hier van belang. Hieronder staan de belangrijkste aspecten waarmee in de realisatiefase rekening moet worden gehouden.
Beschermen van waardevolle gemeentelijke en particuliere bomen bij de uitvoering van bouw- en aanlegactiviteiten. Opdrachtgever en aannemer informeren over inventarisatie en taxaties (BEA) en met hen afspraken maken over boombeschermende maatregelen.
Binnen een meter uit de kroonprojectie mag niet gegraven worden en de grond mag niet verdicht worden. Ook opslag van bouwmaterialen is hier niet toegestaan. Vast hekwerk aanbrengen rond kroonprojectie ter voorkoming van specifieke beschadigingen. De poster ‘Boombescherming op bouwlocaties’ van de Vereniging Stadswerk is integraal van toepassing. Tot 2 meter uit de kroon mogen geen
ophogingen plaatsvinden. Greppels en sloten binnen 5 m uit kroonprojectie mogen niet gedempt worden. Afwijken van deze regel kan alleen na inschakelen van een boomtechnisch onderzoeker.
Om schade door vandalisme te beperken en sneller het gewenste eindbeeld te krijgen moeten grotere maten bomen worden toegepast. In woonwijken is dat minimaal maat 18-20. In de hoofdboomstructuur is dat maat 20-25.
Om een goede aanslag te bevorderen moet het plantmateriaal van eerste kwaliteit, soort- en rasecht zijn. Plantmateriaal moet voldoen aan de keuringseisen van de NAK-tuinbouw.
Bij het planten van bomen moet een goede groeiplaats worden gecreëerd. Bij bomen in verharding op stoepen of trottoirs wordt in principe bomenzand toegepast, op parkeerterreinen boomgranulaat. De plantgaten van bomen in gazon en beplantingen worden waar nodig voorzien van bomengrond.
Bij nieuwe bomen worden standaard twee boompalen toegepast. Dit om een goede groei van de boom te bevorderen en (aanrij)schade te voorkomen.
In verband met het waarborgen van de water- en luchthuishouding worden bomen in verharding voorzien van een beluchting- en watergeefsysteem. Bomen in beplanting worden alleen van een watergeefsysteem voorzien.
Bij de uitvoering van grotere projecten en bij projecten waar bijzonder waardevolle bomen staan een bomenspecialist als toezichthouder bij bomen inzetten. Bij iedere wijziging in de uitvoering (van belang voor bomen) een bomenspecialist betrekken.
Nazorg
Voordat een pas geplante boom naar het reguliere beheer overgaat is er nog een periode van nazorg nodig. Deze omvat in ieder geval het geven van water in droge perioden gedurende de eerste drie jaar na aanplant, de controle van boompalen en boombanden en de inboet.
Bescherming en behoud van bomen bij ruimtelijke ontwikkelingen
Bij herinrichting en ruimtelijke ontwikkelingen is bescherming van bestaande bomen gewenst. Hierbij zal wel een afweging gemaakt moeten worden of de te handhaven boom inderdaad duurzaam in stand kan blijven of dat herplant met een geschiktere boomsoort of in een betere groeiplaats een betere kwaliteit oplevert en/of een duurzamere oplossing biedt.
Verzakking en ophoging
De venige ondergrond in Diemen heeft als gevolg dat in de directe woonomgeving langs woonstraten, in woonerven en pleintjes de levensduur van bomen beperkt is. Hier is veelal onvoldoende ruimte om bomen op afstand van de verharding en funderingen te plaatsen. Daarom is per situatie een aparte afweging nodig. De aanpak verschilt afhankelijk van de huidige en te verwachten mate van verzakking. Hiervoor gelden de volgende richtlijnen:
In de hoofdassen van de hoofdgroenstructuur investeren in een goede ondergrondse groeiplaats van bomen.
Bij verwachting van toekomstige doorgaande verzakking accepteren dat boombestand in de wijk (dus niet in de groengebieden) een korte tijd meegaat. Pas als verzakking gering lijkt te worden investeren in duurzame boombeplanting.
Bij verwachte beperkte verzakking aanpassingen doen in de plek van de boom en soortkeuze.
Zeer incidenteel bijvoorbeeld in krappe profielen in het centrumgebied een gefundeerde boombunker of drijvende constructie met polystyreen platen toepassen.
Overzicht wijken van Diemen