Dit hoofdstuk bevat de regels voor grondverzet in de wegbermen binnen de provincie Zeeland.
Allereerst gelden de algemene regels uit het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit. Volledigheidshalve wordt in de paragrafen 4.2 en 4.3 eerst aandacht besteed aan de volgende algemene regels:
bij hergebruik van grond of bagger op basis van een bodemkwaliteitskaart moet voorafgaand aan de werkzaamheden een controle worden uitgevoerd op uitzonderingssituaties (historische toets). Daarbij wordt zowel het bodeminformatiesysteem Nazca geraadpleegd als een locatie-inspectie uitgevoerd;
toepassingen moeten in het algemeen minimaal 5 werkdagen tevoren worden gemeld via het landelijk meldpunt (www.meldpuntbodemkwaliteit.nl);
ook tijdens het ontgraven van de grond dient men alert te zijn op zintuiglijke afwijkingen.
De toepassingseisen voor de wegbermen zijn beschreven in paragraaf 4.4 en in kaart weergegeven in bijlage 12.
In paragraaf 4.5 is opgenomen, in welke situaties deze bodemkwaliteitskaart kan dienen als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) voor de hergebruiksgrond. Deze situaties zijn tevens weergegeven in de grondstromenmatrix in bijlage 13.
Paragraaf 4.6 gaat in op de afstemming met de gemeentelijke Nota’s bodembeheer ten aanzien van:
In de gemeentelijke Nota’s opgenomen maximum percentages bodemvreemde bijmengingen;
situaties waar volgens de gemeentelijke Nota ruimere toepassingsnormen zouden gelden dan de toepassingseisen uit paragraaf 4.4.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Algemeen
Onderdeel van Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland Actualisatie 2020