Algemeen.
De woning is niet gelegen in het deelgebied “historische dorpse bebouwingslinten”.
De woning betreft geen authentieke traditionele boerderij in het agrarisch buitengebied.
De woning is geen rijks– of gemeentelijk monument.
Er is per woning maximaal één erker of serre aan de desbetreffende gevel aanwezig.
Plaats.
De erker of serre is geplaatst aan de woning (dus niet aan een aanbouw).
Als de erker of serre geplaatst wordt tegen de zijgevel van de woning dan is de afstand tussen het verlengde van de voorgevel en de voorkant van de erker of serre minimaal 1 meter.
Maat.
De hoogte van de erker of serre is maximaal de bovenkant van de eerste verdiepings– vloer vermeerderd met 0,3 meter.
De erker of serre aan de zijgevel beslaat maximaal 60% van de breedte van deze gevel tot een maximum van 3 meter.
De breedte van de erker of serre aan de achtergevel is maximaal de breedte van de woning.
De diepte van de erker aan de zijgevel is maximaal 1,1 meter.
Massa en vorm.
De erker is plat afgedekt.
De serre is plat afgedekt of met een licht hellend glazen dak.
De erker of serre heeft een rechthoekige plattegrond (alle hoeken zijn 90 graden).
Detaillering, kleur en materiaal.
Kleur– en materiaalgebruik van de erker of serre is overeenkomstig het kleur– en materiaalgebruik van de woning.
De erker heeft aan minimaal twee zijden glas.
Er is geen balkon of hekwerk op de bovenkant van de erker of serre.
De detaillering is bescheiden. Dit betekent geen groot dakoverstek en geen hoog boeiboord (maximaal 0,25 meter).
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Sneltoetscriteria voor een erker of serre aan de zij– of achtergevel van een woning.
Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur