Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Sneltoetscriteria voor een aanbouw (= aan– of uitbouw of aangebouwd bijgebouw) aan de zij– of achtergevel van een woning.

Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur

Algemeen. De woning is niet gelegen in het deelgebied “historische dorpse bebouwingslinten”. De woning betreft geen authentieke traditionele boerderij in het agrarisch buitengebied. De woning is geen rijks– of gemeentelijk monument. Er is per woning maximaal één aanbouw aan de desbetreffende gevel aanwezig. Het betreft geen aanbouw in de vorm van een erker of serre. Plaats. De aanbouw is geplaatst aan de woning (dus niet aan een reeds aanwezige aanbouw). Als de aanbouw geplaatst wordt tegen de zijgevel van de woning dan is de afstand tussen het verlengde van de voorgevel en de voorkant van de aanbouw minimaal 1 meter. Maat. De hoogte van de aanbouw is maximaal de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer vermeerderd met 0,3 meter. Massa en vorm. De aanbouw heeft een rechthoekige plattegrond (alle hoeken zijn 90 graden) en is in één bouwlaag vormgegeven. De aanbouw is plat afgedekt. Een aanbouw aan de zijgevel van de woning heeft in de voorgevel een of meerdere gevelopeningen (deur of raam). De gevelopeningen hebben qua breedte–hoogte verhouding een relatie met die van de woning. Detaillering, kleur en materiaal. Kleur– en materiaalgebruik van de aanbouw is overeenkomstig het kleur– en materiaalgebruik van de woning. Er is geen balkon of hekwerk op de bovenkant van de aanbouw. De detaillering is bescheiden. Dit betekent eenvoudige dakranden, geen metselwerkversieringen, een daktrim als dakrand of boeiboord van maximaal 0,25 meter hoog. Bij de toepassing van een dakoverstek is deze maximaal 0,25 meter.

Rechtspraak bij dit artikel