Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5

Sneltoetscriteria voor een vrijstaand bijgebouw + overkapping bij een woning.

Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur

Algemeen. De woning is niet gelegen in het deelgebied “historische dorpse bebouwingslinten”. De woning betreft geen authentieke traditionele boerderij in het agrarisch buitengebied. De woning is geen rijks– of gemeentelijk monument. Plaats. Het bijgebouw is met de voorkant minimaal 1 meter terugliggend gelegen ten opzichte van het verlengde van de voorgevel van de eigen woning. Maat. Bij toepassing van een plat dak is de hoogte van het bijgebouw maximaal 3,25 meter. Bij toepassing van een zadelkap is de goothoogte maximaal 3,25 meter en de nokhoogte maximaal 4,0 meter. Massa en vorm. Het bijgebouw heeft een rechthoekige plattegrond (alle hoeken zijn 90 graden). Detaillering, kleur en materiaal. Kleur– en materiaalgebruik van het bijgebouw is overeenkomstig het kleur– en materiaalgebruik van de woning of Het bijgebouw is volledig in hout uitgevoerd waarbij de gevelvlakken in horizontale houten delen zijn uitgevoerd. Een eventuele kap is gedekt met pannen in dezelfde kleur als de woning, cement golfplaat of bitumen shingels. De detaillering is bescheiden. Dit betekent eenvoudige dakranden, geen metselwerkversieringen, een daktrim als dakrand of een boeiboord van maximaal 0,25 meter hoog en bij toepassing van een dakoverstek is deze maximaal 0,25 meter.

Rechtspraak bij dit artikel