Gebied in hoofdlijnen.
Het woonwagenterrein bestaat uit een relatief klein gebied dat zich bevindt op de grens van het bedrijventerrein Vosdonk en woonwijk de Grient. Het terrein heeft een kleinschalig en in zichzelf gekeerd karakter. Dit komt doordat de woonwagens gericht zijn naar het binnenplein en het gebied zich afkeert van het omringende openbaar gebied.
De woonvoorzieningen zijn vrijstaande objecten en staan op een regelmatige verkaveling met een regelmatige onderlinge tussenafstand. Rondom de woonwagens is het terrein stenig en er is alleen opgaand groen aan de buitenranden aanwezig. Langs de openbare weg is het gebied afgeschermd met een hoge stenen muur. Aan de zijde van het spoor is een geluidsscherm aanwezig. De beide ingangen naar het gebied manifesteren zich ook als zodanig. Het afgebakende karakter wordt door deze kenmerken versterkt.
Bebouwing in hoofdlijnen.
De massa en vorm van de woonwagens vertonen onderling veel overeenkomsten. Ze zijn één bouwlaag hoog en hebben een licht hellend zadeldak. Incidenteel komt een tweede bouwlaag onder de kap voor. De woonwagens hebben een rechthoekige bouwvorm. Een enkele woonwagen heeft een dubbele breedtemaat of is een samengesteld bouwvolume. De indeling van de gevels weerspiegelt de gebouwfunctie.
Detaillering, kleur en materiaal.
De detaillering is een afgeleide van de specifieke materiaaltoepassing en bouwvorm. Overwegend wordt voor de gevels een lichtkleurig plaatmateriaal met steenmotief toegepast en kunststof voor de goten, lijsten, kozijnen etc. De dakbedekking bestaat uit lichtgewicht materialen en zijn in vorm of expressie afgeleid van de traditionele materialen zoals bitumen, dakpannen of riet. Het geheel is overwegend in een lichte kleur (wit).
Waardering.
Het gebied is een duidelijk afgebakende eenheid. Een kwaliteit is de onderlinge eenheid in uitstraling en verschijningsvorm van de bebouwing hetgeen een samenhang in het totaalbeeld laat zien.
Welstandsniveau: regulier.
Welstandscriteria 10– Woonwagenterrein.
Bebouwing en omgeving.
(Vervangende) nieuwbouw sluit aan op het bestaande verkavelings– en bebouwingspatroon.
Het bouwwerk is een architectonische eenheid en voegt zich in de karakteristiek van de omgeving.
Massa en vorm.
Het hoofdgebouw is afgedekt met een kap. Wolfseinden en dakschilden zijn toegestaan.
Aanbouwen zijn in relatie tot het hoofdgebouw vormgegeven of zijn integraal deel van de hoofdmassa.
Afwijkende bebouwing is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Detaillering, kleur en materiaal.
Het materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwingstypologie (bv. plaatmaterialen met een stempelindruk, kunststoffen).
De gevels zijn overwegend wit. Kozijnen, gootomlijstingen en details kunnen een afwijkende kleur hebben. Felle kleuren zijn niet toegestaan.
Het materiaal voor de daken is afgestemd op de aard van het gebouw (bv. geprofileerde plaatmaterialen, bitumen).
De detaillering past bij de architectuurstijl.
Afwijkingen ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal zijn mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.